21 vragen aan… Maurits de Bruijn

Volgens Maurits de Bruijn moet de witte mannelijke literaire canon de schop en zouden we ons moeten richten op de te grote groep onderschatte schrijvers. Zijn boek Ook mijn Holocaust verscheen in mei.

Wat was het mooiste moment tijdens het schrijven van Ook mijn Holocaust?
Voor het boek heb ik een aantal gesprekken met mijn moeder gevoerd over de oorlog en haar geschiedenis. Wat me opviel was hoe anders die gesprekken waren dan voorheen doordat ik een bepaald doel voor ogen had. Mijn moeder is een warrige verteller, waardoor ik me vaak laat meevoeren naar andere verhalen. Nu moest ik haar bij de les houden. Ik ging veel bewuster onze gesprekken in, bijna als interviewer, waardoor ze concreter werden. Tussen de overdracht van generatie op generatie zit zoveel zwijgen, ongemak en aannames. In de gesprekken met mijn moeder werden deze elementen doorbroken. Die momenten zal ik altijd blijven koesteren.

Welk boek ligt naast uw bed?
Ik lees nu Waar ik liever niet aan denk van Jente Posthuma.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik had misschien moediger kunnen zijn bij mijn tweede boek De achterkant van de zon. Ik voelde me niet zo vrij tijdens het schrijven, terwijl dat voor mij juist een voorwaarde is. Het uitgangspunt van het boek stond te ver van me af, waardoor ik niet goed wist hoe grof ik mocht omgaan met het materiaal.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik denk niemand. Ik zou graag iemand die rol willen toebedelen, maar ik niet dat dat er in zit.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ik hou van Ocean Vuong, Wisława Szymborska en Ester Naomi Perquin.

Welke schrijver of welk boek is naar uw idee het meest overschat?
Natuurlijk zijn er bestsellers en schrijvers waar ik niets mee heb. Maar het overgrote deel van de schrijvers wordt juist chronisch onderschat en kan niet van de pen leven. Mijn gevoel voor die grote onderschatte groep is te sterk om die ene bestseller of schrijver te noemen waar ik niets mee heb.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Nu, in Nederland. Ik vind deze tijd heel interessant om op te reflecteren. Ik denk dat ik helemaal goed zit met de plaats en tijd waarin ik mag schrijven. Ik ben dan ook geen nostalgisch persoon en al helemaal geen nostalgische schrijver.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Een recensent heeft over mijn tweede boek geschreven dat alles precies was uitgezet, maar dat de belofte niet werd ingelost. Dat begreep ik wel en ik heb dat ook meegenomen in Ook mijn Holocaust. In het slot van het boek ben ik zeer openhartig over mijn eigen worstelingen. Dat vond ik lastig, maar ik wist en voelde dat ik dat moest doen. Ook omdat ik vrij compromisloos ben geweest in het beschrijven van de worstelingen van mijn moeder. Het zou dan heel vreemd zijn als ik mezelf daarin een voorkeursbehandeling zou geven.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
Ik lees young adult-boeken, maar ik schaam me daar niet voor. Twee van mijn favorieten zijn I’ll Give You the Sun van Jandy Nelson en They Both Die at the End van Adam Silvera. Ik lees ook de Achterklap op nu.nl, dat is wel een echte guilty pleasure!

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
A Little Life van Hanya Yanagihara. Het gaat over een vriendengroep die bestaat uit homoseksuele mannen in New York. Naarmate het boek vordert, zoomt het in op een van die vrienden, Jude. Je komt vanaf dat moment steeds meer over zijn trauma’s te weten. Wat me trof was dat ik me als lezer verantwoordelijk begon te voelen voor hem. Ik wilde voor hem kunnen zorgen. Op een bepaalde manier voelde ik dat ik voor hem kon zorgen door verder te lezen. Bovendien hebben verhalen over trauma’s, met name trauma’s in relatie tot homoseksualiteit, een bijzondere betekenis voor mij.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik kan niet zoveel. Ik ben echt een ‘luchtmens’: ik kan heel weinig in en met de fysieke wereld, zoals klussen en sporten, ben allesbehalve praktisch. Dat maakt het behoorlijk lastig om over een alternatieve carrière na te denken. Alles wat ik nu doe is gerelateerd aan schrijven en ik hoop dat dat zo blijft.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?

Franny en Zooey uit het gelijknamige boek van J.D. Salinger. Ik hou van geanimeerde gesprekspartners. Als Franny en Zooey iets doen, is het kletsen en elkaar proberen te overtroeven met hun kennis. Ze zijn ook heel elitair en het lijkt mij leuk om daar zwaktes in te vinden. Ik maak ook graag deel uit van drie-eenheden; ik vind een-op-een-gesprekken soms zwaar, vooral als ik de ander niet ken.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
Over het nu. Ik ben benieuwd wat zij van hedendaagse films en kunst vinden, hoe ze aankijken tegen sociale media en de hedendaagse ironie.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Brieven aan een jonge dichter van Rainer Maria Rilke. Het is geschikt voor mensen die worstelen met wie ze zijn en hoe ze mens moeten zijn. Het is een modern boek, waardoor Rilke’s antwoorden op levensvragen nog steeds relevant zijn. Het is fijn om te lezen dat veel worstelingen in het leven universeel zijn. Op achttienjarige leeftijd heb je zo’n besef vaak niet, dan heb je het gevoel dat je alles als enige beleeft.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Ik heb veel geleerd van het boek Om erger te voorkomen van Nanda van der Zee. Het gaat over de rol en medeplichtigheid van Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog, en dan voornamelijk wat Nederlanders hebben gedaan om de Duitse bezetting te faciliteren. Het bespreekt het Nederlandse gebrek aan verzet, de Joodse Raad en diens rol in het transporteren van joden en het antisemitisme in Nederland voor, tijdens en na de oorlog. Dat zijn onderwerpen die in het Nederlandse onderwijs niet genoeg aan bod komen.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen? Of welke filmklassieker heeft u nooit gezien?
Ik verzet me tegen het idee van klassiekers. De literaire canon bestaat vooral uit witte mannen, dus die moet sowieso op de schop. Het idee van een klassieker groeit voort uit die literaire canon en daar komt dan weer de overtuiging vandaan dat iedereen klassiekers gelezen moet hebben. Er bestaan geen boeken die iedereen gelezen zou moeten hebben. Daarom voel ik geen schaamte over wat ik niet heb gelezen. Ik ben juist blij dat het me lukt om als lezer mijn eigen pad te vinden. Dat zou iedereen voor zichzelf moeten doen.

Camus of Houellebecq?
Houellebecq

Zadie Smith of Joan Didion?
Joan Didion

Jane Austen of Virginia Woolf?
Virigina Woolf

Hockney of Warhol?
Hockney

Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans?
Hermans

Kathy Acker of Chris Kraus?
Chris Kraus. Ik vind haar boek I Love Dick waanzinnig.

Haruki Murakami of Philip Roth?
Philip Roth