21 vragen aan… Mensje van Keulen

Het stierenvechten in het werk van Hemingway bevalt Mensje van Keulen (1946) niets en samen met Elizabeth Costello bouwt ze graag een keer een glazen abattoir midden in Jardin du Luxembourg. Haar verhalenbundel Ik moet u echt iets zeggen verscheen in februari.

© HH / Merlin Daleman

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste verhalenbundel, Ik moet u echt iets zeggen?
De momenten waar ik het meest gelukkig van word, is wanneer een personage iets aanreikt dat ik van tevoren niet had kunnen bedenken. In het tweede verhaal, ‘De ring’, hangt een man heel pesterig briefjes op in de supermarkt waar zijn vrouw haar trouwring mogelijk heeft verloren. Dat had ik niet bedacht, maar het personage reikte het me aan. In het verhaal Angela wist ik van tevoren niet hoeveel mannen er voor een date op bezoek zouden komen en hoe het precies zou verlopen. Dan zijn dingen die je onderwijl invallen.

Welk boek ligt naast uw bed?
Middlemarch van George Eliot lag al een tijd te wachten. Bijna al mijn eigen romans passen in dit boek. Ik ben er even mee op de weegschaal gaan staan en het weegt 1,6 kilo. Het zit vol personages, twee nog ongehuwde zussen waar rivaliteit tussen heerst… maar ik ben nog maar bij hoofdstuk vier. Ooit stond ik op Highgate Cemetery bij het graf van George Eliot, een pseudoniem van Mary Ann Evans, en nam ik me voor het te lezen.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
In de afgelopen weken moest ik twee luisterboeken voorlezen, mijn recente bundel en mijn debuut. Tussen het schrijven van beide ligt een kleine vijftig jaar. Uit Bleekers zomer (1972) had ik nooit meer dan een kort fragment voorgelezen. Ik schrok soms van rare sprongen, vreemd woordgebruik en ongecorrigeerde fouten. Het gebruik van ‘ie’ in plaats van ‘hij’ was toen populair en ik trof een aantal keer het woord ‘neger’ en ‘negerin’. Ik verander nooit iets aan een al verschenen boek, en heb het helemaal voorgelezen zoals het was. Het is een tijdsbeeld.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde zou ik met plezier geschreven hebben. Dat is zo’n geweldig verhaal. De decadentie, het perverse, de wroeging. Het gaat over een hoofdpersoon die moreel steeds meer aan lager wal raakt. Er wordt een portret van hem geschilderd dat al het kwaad van hem overneemt en almaar afgrijselijker wordt. De jongeman zelve blijft uiterlijk de mooie jongeman. Door de beschrijvingen, de scherpte, het vileine, de details wil je het verhaal geloven.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Bij het slot van Disgrace van J.M. Coetzee barstte ik in snikken uit. Daar wordt een volgzame, jonge hond geëuthanaseerd. Ook het eind van Madam Bovary van Gustave Flaubert was indrukwekkend. Echtgenoot Charles sterft zo verloren en zo liefdeloos, en het dochtertje eindigt in een katoenspinnerij. Een vreselijk kil einde van een mooie roman.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Een van de mooiste gedichten vind ik ‘Home is so sad’ van Philip Larkin. Dat komt deels ook doordat ik zijn gezicht en stem er bij zie en hoor. In België worden oudere mensen in deze desolate tijd gebeld door dichters, jezus wat een gruwel. Je zal maar worden opgebeld en met zo’n lijzige stem onzin in je oor getoeterd krijgen. Een dichter die zwelgt in eigen woorden en jij eenzaam op je bank. Horror.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Internationaal vind ik Murakami overschat. Op den duur zag ik de trucjes, de vertragingen telkens. Dan vraag ik me af welke vakschool dit aangeleerd heeft, dit opzettelijk verbinden van Oost en West: Japanse oortjes, jazzmuziek en Fitzgerald op de achtergrond. Het verbaast me hoeveel mensen er mee dwepen. Voor mij wordt Murakami zijn eigen cliché en imitator. Uiteraard is literatuur gekunsteld, maar dat moet je niet kunnen zien. Ik heb niet het idee dat die man er voor bloedt, maar dat hij iets bij elkaar harkt.

Welke schrijver of welk boek is het meest onderschat?
Koos van Zomeren is onderschat en het is absurd dat Maarten ’t Hart nooit een oeuvreprijs heeft gekregen. Ook de Ierse schrijver William Trevor is geweldig, en het is onbegrijpelijk dat ik niemand ken die hem leest.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
In de jaren tachtig, toen andere stromingen als het academisme de boventoon voerden, kreeg ik er wel eens van langs. Dan had ik het gevoel dat ik voor beledigde personages moest opkomen. Soms zien recensenten dingen in mijn werk die ik er niet in heb gezien, maar ik ben geneigd te denken dat ze gelijk hebben omdat het hun vak is. Bovendien, wat kan me nog gebeuren na al die jaren? Elk boek voelt weer als een debuut, maar beter dan wat ik schrijf kan ik toch niet.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Met al mijn boeken heb ik een band, omdat ze stuk voor stuk uiteenlopende personages en verhalen hebben. Olifanten op een web schreef ik na de dood van mijn moeder, echt een cri de coeur. Mensen raadden me destijds af het meteen te gaan schrijven, maar ik ben blij dat ik het gedaan heb. Als ik echter aan het werk zelf denk, kies ik voor fictie.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?

Elizabeth Costello, het alter ego van J.M. Coetzee. Met alles wat ik over haar als personage las ben ik het eens.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
Al het immens ondraaglijke dierenleed en het machteloze gevoel dat we beiden kennen jegens mensen die ons dierbaar zijn maar die het niet begrijpen. Na het roerend eens te zijn laten we uit droefenis ons eten staan, drogen we de ogen en besluiten dat glazen abattoir uit haar recentste verhaal te verwezenlijken. Liever nog in Jardin du Luxembourg of op Place de la Nation, waar vroeger de guillotine stond, dan aan de Seine.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Dan zit je jeugd erop en hoop ik dat je Alleen op de wereld van Hector Malot en de de sprookjes van Andersen hebt gelezen. Op iets latere leeftijd zou je Tom Sawyer van Mark Twain of Lord of the Flies van William Golding moeten lezen, waarin kinderen elkaar op een onbewoond eiland als volwassenen naar het leven staan. Die competitie is spannend maar gruwelijk.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Na het lezen van Faulkners As I Lay Dying dacht ik: ga ik nu ook eens kiezen voor een verhaal vanuit zes personages? Ik heb het niet gedaan, maar het heeft er wel in geresulteerd dat Liefde heeft geen hersens vanuit twee personages is geschreven. Vaker komt het tijdens het lezen voor dat ik denk: dat moet ik niet doen. ‘Coronaboeken’ zie ik niet graag tegemoet, het gooit ook dat waaraan ik wil werken omver. Moet je het mijden? Moet je het verwerken? Een vloedgolf aan boeken waarin corona een rol speelt, wordt mij te dwingend.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Walging van Jean-Paul Sartre schiet te binnen. Ik zie daar tegenop en ben bang nog somberder te worden wanneer ik het er mee eens ben. Omdat ik eraan denk moet ik het misschien maar eens doen, zij het met langdradige tegenzin.

Hemingway of Fitzgerald?
Fitzgerald. Het stierenvechten van Hemingway bevalt me niet.

Proust of Joyce?
Proust

Camus of Houellebecq?
Houellebecq, met zijn vreemd soort cynisme heb ik me vermaakt. Het heeft iets lichtvoetigs. In de film The Kidnapping of Michel Houellebecq speelt hij zelf enorm geestig de hoofdrol, dat zie je terug in zijn boeken.

Tolstoj of Dostojevski? Tolstoj, deels vanwege zijn uitspraak ‘zolang er slachthuizen zijn zullen er slagvelden zijn’.

Paolo Sorrentino of Wes Anderson?
Tarantino

Zadie Smith of Joan Didion?
Didion

Hockney of Warhol?
Hockney. In Leeds is een voormalig katoenfabriek waar ik zijn werk zag. Dat North Yorkshire is een bron van kunst en literatuur. Hockney ’s blik, zijn kleuren – of het nou bloemen, portretten, teckels of zwembaden zijn, hij weet van alles iets te maken en heeft zo’n eigen signatuur. Zijn Vier seizoenen is meesterlijk.