21 vragen aan: Merijn de Boer

Merijn de Boer (1982) is de schrijver van een snel groeiend en hecht oeuvre, waarop kwalificaties als interessant, eigenaardig en vervreemdend van toepassing zijn. Naar aanleiding van zijn roman ’t Jaghthuys (2016) voorspelde een criticus dat op een dag iemand zal afstuderen op het gebruik van humor in zijn werk.

Welk boek ligt naast uw bed?
Praktisch verstand: Klein handboek voor non-conformisten van Theo Kars ligt al jaren als een bijbel naast mijn bed. Het gaat, volgens de flaptekst, ‘over de kunst een gelukkig leven te leiden’. Ik moet wel zeggen dat ik het de laatste jaren nauwelijks nog opensla. Er ligt ook deel drie van Prousts Op zoek naar de verloren tijd. Ik heb wel eens gehoord dat schrijfster D. Hooijer en vertaalster Imme Dros het altijd over Proust hadden als ze elkaar zagen. Ik kan me dat heel goed voorstellen. Ik lees Proust samen met een vriend van mij en je kunt het inderdaad erg lang over zijn werk hebben. Ik geloof dat het toch wel het allerbijzonderste is wat er ooit is geschreven. Stephan Enter heeft eens gezegd dat er bij goede literatuur herkenning van particuliere emoties optreedt. Je leest iets en je denkt: ja, zo is het inderdaad, ik heb het zelf alleen nog nooit zo kunnen verwoorden. Precies dat overkomt je bij Proust voortdurend.

© Chantal Heijnen

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
De woestijn van de Tartaren van Dino Buzzati.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Stephan Enter en Martin Michael Driessen.

Welke schrijver of welk boek is naar uw idee het meest onderschat? En waarom?
Jacques Gans schreef twee geweldige boeken: Liefde en goudvissen en Het vege lijf. Ik weet zeker dat de dalende reputatie van de schrijver gedurende zijn leven (eerst was hij communist en later werd hij columnist voor De Telegraaf) de waardering van deze boeken in de weg is gaan zitten.

Welke schrijver of welk boek is het meest overschat? En waarom?
De tuin van de familie Finzi-Contini van Giorgio Bassani. Ik las dat boek in 2006 en vond het een enorme tegenvaller. Ik geloof dat ik het twaalf jaar geleden een enigszins clichématige en kitscherige beschrijving van een rijk gezin vond. De status van het boek komt door de dreiging van de Tweede Wereldoorlog die erin beschreven wordt en die de roman een grotere allure geeft. Maar denk je die dreiging even weg, dan blijft er wat mij betreft weinig over.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Bloem en Poesjkin. En Ballade van de kleine sleepboot van Iosif Brodski vind ik schitterend.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen? / welke filmklassieker nooit gezien?
Don Quichot van Cervantes, dus dat moet ik nu maar eens snel gaan doen. Schaamte heb ik in dat opzicht trouwens niet. Ik werkte tien jaar lang samen met uitgever Menno Hartman. Die heeft volgens mij echt de complete wereldliteratuur gelezen. Ik besefte dat ik hem nooit in kon halen en dat gaf wel een zekere rust. / Fanny en Alexander. De lievelingsfilm van mijn moeder.

Wat is qua lezen uw guilty pleasure?
P.G. Wodehouse en Patricia Highsmith. Al besef ik onmiddellijk dat dit een nogal cultureel verantwoord antwoord is. Maar ik zou niet weten hoe ik voor mijn plezier een slecht boek zou kunnen lezen. De laatste keer was denk ik de verboeking van Mission Impossible in 1996.

En wat is uw guilty pleasure daarbuiten?
Iedere zondag om 7 pm kijk ik hier in New York op mijn iPad naar de samenvattingen van de eredivisiewedstrijden van dat weekend. En ik lees dagelijks nieuws over Ajax.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a)Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
O, dat zijn er een heleboel. Zoals er ook heel veel schrijvers zijn die ik bijzonder graag had ontmoet en gesproken (bijvoorbeeld Voskuil, Gans, Toergenjev, Karel van het Reve). Ik kies Ljovin uit Anna Karenina.
b) Waar zouden jullie het over hebben? Hij is in zekere zin een rolmodel voor me. Onder andere over de geneugten van het buitenleven, over het geluk van het boerenleven en zijn afkeer van het mondaine leven in de stad. Over de vraag hoe je moet leven.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek heeft geleerd?
Ik lees altijd een boek uit, ook al vind ik het slecht, omdat ik geloof dat je uit elk boek wel iets kunt leren (ook bijvoorbeeld hoe je níet moet schrijven). Bij The Brooklyn Follies van Paul Auster, dat ik net las, was ik toch wel gefascineerd door de vraag waarom het bleef boeien zonder dat er pagina’s lang iets bijzonders gebeurde. Het komt denk ik door de aangename verteltoon. Murakami heeft zo’n zelfde prettige verteltoon. Beide schrijvers hebben bovendien vaak (of misschien wel altijd) heel sympathieke, bijna een beetje knullige hoofdpersonen (althans, in die paar boeken die ik van ze las). Ik lees wel eens een boek van Auster of Murakami, niet omdat ik ze heel goed vind of omdat ze me heel erg aanspreken (integendeel eigenlijk), maar om het mysterie van hun succesformule te begrijpen.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik had een nawoord geschreven bij mijn roman De nacht. Een fictief nawoord van de onbetrouwbare verteller van het boek. Maar vlak voordat ik het manuscript inleverde, haalde ik het weg omdat ik bang was dat het het einde verzwakte. Daar heb ik wel een beetje spijt van. Ik wacht eigenlijk nog steeds op een tweede druk, zodat ik dat nawoord alsnog kan toevoegen.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik overweeg al jaren om een boswachtersopleiding te gaan volgen. En ik kan erg goed houthakken.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
O, zeker. Ik ben al jaren een fervent recensielezer. Ik lees wekelijks bijna alle recensies van alle dag- en weekbladen. Toen ik nog redacteur van Van Oorschot was, kon ik daardoor min of meer voorspellen wat welke recensent van een roman zou gaan vinden. Al zijn sommige natuurlijk voorspelbaarder dan andere. De recensie waar ik naar aanleiding van je vraag nu aan moet denken is deze van Ingrid van der Graaf op Literair Nederland. Toen ik in 2011 dat stuk las, dacht ik: ja, ik kan me wel vinden in die kritiek.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Reis naar het einde van de nacht van Céline. Ik lees zo nu en dan nog wel eens het openingshoofdstuk en ben dan altijd zo enorm onder de indruk.

Camus of Houellebecq? Houellebecq.
Gogol of Toergenjev? Vind ik een haast onmogelijke keuze. Gogol.
Jeff Koons of Tracey Emin? Allebei niet.
Sorrentino of Wes Anderson? Sorrentino.
Grunberg of A.F.Th.? A.F.Th.
Mulisch of Hermans? Allebei.
Maartje Wortel of Esther Gerritsen? Maartje Wortel.


Vorige week verscheen van Merijn de Boer de verhalenbundel De geur van miljoenen.