21 vragen aan… Mieke Bal

Cultuurtheoreticus Mieke Bal beantwoordt 21 vragen. Haar proefschrift werd in de krant besproken door een critica die zei: Mieke Bal is een feminist. ‘Wát? dacht ik. Maar ze had een punt!’

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van Het geel van Marcel Proust?
Als ik werk, werk ik snel en veel. Vooral als ik m’n creativiteit kwijt kan vind ik dat heerlijk, als ik al denkend kan schrijven. Ik ben totaal opgewonden als ik daarmee bezig kan zijn.

Welk boek ligt naast uw bed?
Ik heb geen lievelingsboek, zo denk ik niet. Ik denk óver literatuur, ik ben niet per definitie bewonderaar ván literatuur. Maar ik heb wel een diepe band met Madame Bovary van Gustave Flaubert. De hoofdpersoon wordt onderdrukt door alles en iedereen, met name door het kapitalisme. Flaubert is een behoorlijke seksist bleek uit de biografieën die over hem zijn geschreven, maar hij is er wel in geslaagd om de maatschappij van die tijd kritisch tegen het licht te houden, ook de man-vrouwverhoudingen.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat dan zijn?
Ja goh, ik lees lang niet alles terug wat ik schrijf, hoor. Als het na de drukproeven eenmaal de deur uit is, vind ik het wel genoeg en begin ik alweer aan het volgende boek. Soms krijg ik wel eens iets onder ogen en dan denk ik: nou, dit is eigenlijk veel beter dan waar ik nu mee bezig ben. Maar echt iets veranderen? Nee, dat hoeft niet zo van mij.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Jonathan Culler wordt wel eens gezien als vulgarisator, maar hij schrijft zó helder dat hij zelfs Lacan en Derrida begrijpelijk weet te maken. Nou, ga er maar aan staan. Kaja Silverman kan dat ook. Haar boek The Threshold of the Visible World had ik graag zelf willen schrijven. Ze volgt Lacan zo ver mogelijk, tot het moment dat ze zegt: maar hier gaat hij de verkeerde kant op, hier zie ik het anders. Dat vind ik dus heel mooi, dat je meedenkt en constructief bent, maar wél kritisch.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen wetenschapper zou zijn, wat zou u dan zijn?
In 2002 barstte dat los, toen ben ik films gaan maken. Mijn buurman in Parijs was een illegale immigrant met wie ik bevriend raakte. Op een dag zag ik hem met een mitella lopen. Hij vertelde me zijn verhaal: hij had zijn vinger afgesneden, zo moe was hij, na veel te lange werkdagen in de bouw, bovenop zijn studie. Hij hield een taxi aan en ging naar het ziekenhuis, met zijn vinger in de hand. Die kon hij op den duur weer gebruiken. Fascinerend vond ik het. Toen zei ik: Tarek, ga zitten, en vertel je verhaal. Het heeft een prachtige film opgeleverd. Dáár is het begonnen. Ik ben altijd academisch werk blijven doen, maar films bleken mijn bursting out in creativiteit.

Welke schrijver of welk boek is naar uw idee het meest onderschat?
Ze worden onder je poten door gecanoniseerd, hè! Dan denk ik: nou, dat was toen wel een leuke schrijver, maar die is dan nu opgenomen in alle bloemlezingen. Dan kun je zo iemand niet meer onderschat noemen. Neem Grunberg, al werd hij natuurlijk al gecanoniseerd toen hij alleen nog maar columns schreef.

© Lena Verhoeff

En wie is het meest overschat?
Destijds ergerde ik me enorm aan de ophef over Het land van herkomst van E. du Perron. Ik schreef daar een kritisch stuk over – die roman was seksistisch en racistisch, dat gaat vaak samen – maar ik had dat niet mogen schrijven, kreeg ik toen te horen. Terwijl je ieder boek moet kunnen bekritiseren. Een overschat boek betekent in mijn visie een klakkeloos bewonderd boek. Het land van herkomst is daar een goed voorbeeld van.

Als u een wetenschapper zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Nou, als ik nu zie hoe het met de universiteit gaat, ben ik blij dat ik met emeritaat ben. Er is een totale uitholling van de academie aan de gang, onder invloed van het neoliberale kapitalisme en het marktdenken. Dat de universiteiten nu, in coronatijd, zeggen dat het onderwijs wel vaker online kan worden gegeven, dat is absurd. Daarmee haal je de ziel uit het onderwijs. Lekker goedkoop, denken ze dan. Heel treurig. Maar ja, waar en wanneer dan wel? In ieder geval vóórdat het neoliberalisme toesloeg. Dan zit ik toch aan een soort Utopia te denken, waar je vrij kunt denken en je intellectuele passie kunt volgen. Dat is zó belangrijk en zó fijn om te mogen doen.

Heeft een recensent ooit iets over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Mijn proefschrift werd in de krant besproken door een critica die zei: Mieke Bal is een feminist. Wát? dacht ik. Maar ze had een punt! Ik bén ook een feminist, dacht ik toen. Ik kon het helemaal herleiden tot m’n jeugd, tot momenten van toen ik vier jaar oud was. Fascinerend, en dat komt dus door wat die critica schreef.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
Als ik Madame Bovary voor de zoveelste keer lees, raak ik weer ontroerd op het moment dat de hoofdpersoon sterft. Dat is mijn guilty pleasure, dat ik me laat meeslepen. Als letterkundige hoor je dat eigenlijk niet te doen, hè, maar ik vind die sentimentaliteit juist interessant. Dat maak ik dan weer tot onderzoeksonderwerp.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Misschien wel met Reading Rembrandt. Dat was voor mij het boek waarbij ik me niet meer alleen op tekst concentreerde, maar ook op beeld. Als ik daar stukken van herlees, ben ik daar wel trots op. Ik kan er veel plezier in hebben als ik het gevoel heb dat ik recht doe aan andere culturen en tijden.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Madame Bovary. Dan heb ik eindelijk eens een kort antwoord!

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Ik lees nu Reading the Figural van David Rodowick. Eigenlijk heeft Lyotard het concept ‘figural’ bedacht – dat zit tussen woord en beeld in. Echt goed vind ik het boek niet, maar het is wel interessant. Is dat genoeg?

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Oorlog en vrede van Tolstoj. Iedereen vindt het zo vanzelfsprekend om dat te lezen, maar voor mij is het niet zo interessant, met die napoleontische oorlogen. Ik heb sowieso niet zoveel met oorlogsliteratuur. In Nederland vind ik vooral Marga Minco de moeite waard.

Marcel Proust of Gustave Flaubert?
Och, dat is geen tegenstelling. Allebei even goed, allebei even meesterlijk. Het zijn zulke geraffineerde, complexe en beeldende schrijvers. Daar is niets tegenin te brengen.

Sartre of De Beauvoir?
Dat is toch geen… Dat is niet eerlijk, om dat te vragen! Dan ga je het op een partij spelen. Maar tot mijn schande zeg ik dan Sartre. Ik vind De Beauvoir heel belangrijk, echt een fundamentele denker, maar de literaire teksten van Sartre vind ik beter.

Margaret Atwood of Virginia Woolf?
Virginia Woolf

Edvard Munch of Georges Braque?
Munch! Hij is geweldig, hij denkt en theoretiseert in zijn werk. Ik mocht als curator in zijn museum in Oslo een tentoonstelling samenstellen. Dat is het allermooiste wat ik ooit heb mogen doen. Daar zou ik nog wel een middag over door kunnen praten.

Sigmund Freud of Jacques Lacan?
Freud. Bij hem is alles begonnen. Lacan zou niet zonder Freud kunnen, Freud wel zonder Lacan. Zo zie ik het.

Julia Kristeva of Judith Butler?
Butler is net iets linkser in de Palestijnse kwestie. Feministisch is ze ook sterker dan Kristeva.

Jacques Derrida of Michel Foucault?
Wat een vergelijking! Dit is bijna niet te beantwoorden. Foucault is net wat geëngageerder, denk ik, maar Derrida… Nee, ik ga hier niet tussen kiezen. Allebei!