Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw dichtbundel?
Er zitten een paar gedichten bij die wat luchtiger zijn, daar was ik wel blij mee aangezien mijn vorige bundel heel ernstig was. Er zitten gedichten tussen waar ik zelf ook stiekem om moest gniffelen.

Vanwaar de vele oudtestamentische verwijzingen? Hoe bent u hiertoe gekomen?
Ik zou eigenlijk de tekst schrijven voor een Belgische theaterproductie, hiervoor had ik al het idee om het verhaal van Noach en de ark te gebruiken. Toen de lockdown van kracht werd, ging ook dit niet door. Zoals veel mensen ben ik toen gaan wandelen, tijdens die wandelingen kwamen gedichten in me op met diezelfde thematiek, die van de zondvloed. Ik denk dat dit deels voortkomt uit het feit dat ik vorig jaar vijftig ben geworden en dit mij toch ook wel aan het denken heeft gezet over wat ik mogelijk achterlaat als ik er niet meer ben, en of ik heb bereikt wat ik wilde bereiken. De verhalen over Noach, Naäma en hun kinderen boden daarbij een belangrijk aanknopingspunt. Het is het verhaal van een schepping die vrijwel volledig wordt uitgewist. Het verhaal van een nieuw begin. Ze vinden land en vrijwel meteen gaat het mis. Noach stuurt zijn zoon Cham weg omdat hij hem uitgelachen heeft. Zo’n kleingeestig, menselijk gebaar nadat ze net de verwoesting van bijna alles op aarde hebben meegemaakt. Dat fascineert mij mateloos.

Wat is uw eigen religieuze achtergrond, en heeft dit meegespeeld bij het schrijven van uw gedichten?
Ik ben niet religieus opgevoed, maar helemaal niet religieus ben ik ook weer niet. De bundel heeft in ieder geval geen religieuze boodschap. Ik werk wel graag met bestaande verhalen, of die nou mythologisch of bijbels zijn. Juist omdat veel mensen die verhalen kennen, verschaft het mij veel vrijheid, ik heb het idee dat ik door die bekende basis veel verder kan gaan zonder in een volkomen private taal en wereld verzeild te raken. Die dynamiek tussen het herkenbare en het vreemde vind ik een interessant spanningsveld.

Welk boek ligt naast uw bed?
Seventeen & Homo Sexualis van Kenzaburo Oë.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Een van mijn absolute favorieten is Victor Sjklovski’s Zoo, of brieven niet over liefde. Daarnaast heb ik het boek Alfabet van Inger Christensen vrij kannibalistisch verslonden ter inspiratie voor deze bundel. Dat had ik toch ook wel zelf geschreven willen hebben.

Wie van uw tijdsgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik denk Alfred Schaffer en Mustafa Stitou.

Wat is de beste sterfscène ooit geschreven?
Het niet echt een sterfscène, maar in het boek Walging van Sartre zit een scène waarin het personage van de autodidact helemaal in elkaar geslagen wordt. Ik vind dat een ongelooflijk indrukwekkende scène. Nog zo’n scène is de moord op Domoor zoals Remco Campert die in Somberman’s actie beschrijft.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Een dichter die vroeger heel belangrijk voor mij is geweest is Vladimir Majakovski. Daarnaast heeft Lucebert me ook ontzettend beïnvloed, vooral in m’n studententijd. Mark Strand moet ik ook noemen, en Kees Ouwens. Alhoewel, soms komt Ouwens op een punt waar ik het ook niet meer begrijp, maar juist daardoor heeft hij me beïnvloed.

Wat is volgens u het meest overschatte boek ooit?
Laat ik die vraag zo beantwoorden: waar ik moeite mee heb, is die drang om boeken maar zo dik en lang mogelijk te maken, als doel op zich. Ik heb de laatste tijd een aantal boeken gelezen waarvan ik het idee had dat ze dik waren alleen omdat ze dik moesten zijn. Niet alleen voel ik me meer aangetrokken tot zaken die niet vanwege hun omvang indrukwekkend zijn, het heeft voor mij ook iets burgerlijks, zo van: je kunt tenminste zien dat iemand er hard aan heeft gewerkt. Het besluit nemen dat een handvol woorden wellicht iets wezenlijks tot uitdrukking brengen, vergt naar mijn idee veel meer lef.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar en wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Een van de meest interessantste periodes in de geschiedenis die ik ken, is de periode in Rusland tussen de Oktoberrevolutie en de Tweede Wereldoorlog. Dit was een tijd en plek waarin ongelooflijk veel mooie dingen zijn gemaakt op het gebied van kunst en literatuur. Daar zou ik wel even tussen willen lopen, zo ergens in Leningrad.

Wat is qua lezen uw ‘guitly pleasure’? En daarbuiten?
Qua lezen heb ik er niet echt een, nee. Daarbuiten wel, zo zijn er wel een aantal platen waar ik zelf veel plezier aan beleef, maar waarvan ik eigenlijk ook wel weet dat ze niet goed zijn. Vaak hebben ze iets omstredens, zoals bijvoorbeeld de redneck-achtige rock van Webb Wilder. Zijn plaat Hybrid Vigor, heb ik ooit gekocht voor een gulden en die draai ik als een soort pep, nog steeds heel graag.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Eens heeft een recensent geschreven dat ik mij herhaalde in mijn werk. Dat vond ik nogal voorbarig en sowieso niet het scherpste argument, maar aangezien ik toch al van zins was om in de daaropvolgende bundel meer registers te bespelen, werd die recensie soms wel een soort springplank, dat ik een nieuwe vorm uitprobeerde en dacht: wat nou, herhaling!

Met welke van uw bundels heeft u de diepste band?
Dat is eigenlijk altijd de laatste. Ik heb er gelukkig geen één waarvan ik denk: die had niet gehoeven. Ondanks dat er wel wat verschil zit tussen de latere en eerste bundel heb ik aan alle goede herinneringen.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?

Jeetje… Rond die tijd heb ik zelf wel een aantal keer het boek Naar de andere oever (Die größere Hoffnung) van Ilse Aichinger gelezen. Dat heeft me toen een tijdlang totaal verpletterd. Die kan ik de achttienjarigen van nu wel aanraden, ook omdat Aichinger zelf nog vrij jong was toen ze het schreef. Die ontvankelijkheid van achttienjarigen is uiterst bijzonder. Ze hebben hun eigen wereld, die nog niet geschaad is door veel levenservaring, daar moeten ze gebruik van maken.

Met welke overleden schrijver/dichter/kunstenaar zou u nog wel eens borrel willen drinken?
Misschien dan toch met Majakovski. Maar met Lucebert ook. En als we toch fictief bezig zijn, zou ik ze dan het liefst spreken na hun dood, want ik heb nog wel een paar vragen die ik ze na een paar borrels misschien wel durf te stellen.

Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Geen idee eigenlijk. Ik kom uit een kunstenaarsfamilie dus de stap naar iets kunstzinnigs was niet zo groot. Ik dacht in eerste instantie dat dit iets zou zijn in de muziek, maar het schrijven is overgebleven.

Ik las in de verantwoording achter in de dichtbundel dat de leidraad is wat in Tarkovski’s Het offer wordt uitgebeeld: je leeft voor jezelf maar hopelijk laat je ook iets na. Wat hoopt u met dit werk achter te laten aan de wereld?
In de essentie gaat het al om het nadenken over die vraag, die realisatie zou ik wel achter willen laten bij mensen. Tijdens mijn wandelingen zag ik de natuur ineens anders, om mij heen bloeide en leefde het zoals ik dat nog nooit had ervaren. Bij elke stap die ik zette, zag en hoorde ik dieren tussen de distels en ander groen. De dag erna hebben twee mannen in oranje overalls alles weggemaaid, omdat het nou eenmaal op de planning stond. Zo’n belachelijk rationele, waarnemingsloze manier van leven – daarom staat Het drogsyndicaat zo vol met verschillende planten en dieren. Heeft het zin? Ik weet het niet, maar ik dacht: ik noem ze op z'n minst nog even.

Proust of Joyce?
Joyce

Camus of Houellebecq?
Camus

Tolstoj of Dostojewski?
Dostojewski

Wolkers of Cremer?
Wolkers

Jane Austen of Charlotte Brönte?
Brönte

The Cure of The Smiths?
The Smiths