21 vragen aan… Niña Weijers

Wat is de beste seksscène in een roman? en twintig andere vragen aan Niña Weijers. Haar nieuwe roman Kamers antikamers verscheen in juni bij uitgeverij Atlas Contact.

© Iris Duvekot

Wat was het leukste moment bij het schrijven van je nieuwe boek?
Toen ik de laatste paar hoofdstukken aan het schrijven was, en in een stroom terechtkwam, 10.000 woorden in een paar dagen schreef. Het is de stroom waar je altijd naar op zoek bent bij het schrijven, waar je niet meer uit weg wilt.

Als je iets zou kunnen veranderen aan wat je hebt geschreven, wat zou dat zijn?
Dat zou ik geschiedvervalsing vinden, je maakt wat je op dat moment maakt. Ik heb stukken geschreven die ik nooit terug wil lezen, maar ze veranderen zou aanvoelen alsof ik met luchtverfrisser mijn eigen verleden bespoot. Ik ben niet op alles trots, maar het hoort er wel bij.

Welk boek van iemand anders zou je zelf geschreven willen hebben?
Dit is net zoiets als vragen: zou je iemand anders willen zijn? Volmondig nee.

Wie van je tijdgenoten wordt over honderd jaar nog gelezen?
De pessimist in mij zegt: niemand. De optimist denkt toch ineens aan Anton Valens, die schreef met Het boek Ont een grillig soort klassieker. Hokwerda’s kind van Oek de Jong, ook wel een potentiële kandidaat.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
In The Friend van Sigrid Nunez erft de verteller de Deense dog van haar beste vriend die zelfmoord heeft gepleegd. Dan, tegen het einde, is er een hoofdstuk waarin alles anders is: de Deense dog is een teckel, en de zelfmoordpoging van de vriend mislukte. Het zet alles in een ander licht, en dwingt je als lezer ook na te denken over wat het betekent te schrijven, te verzinnen, te leven en te sterven.

Wat is de beste seksscène?
In De goede zoon van Rob van Essen heeft de hoofdpersoon seks met een auto. Ik werd er echt half opgewonden van. Petje af. Ik vind hem sowieso een goede seksschrijver, ook in zijn korte verhalen.

Wie zijn je favoriete dichters?
Maria Barnas, Anneke Brassinga, H.H. ter Balkt. Michael Tedja vind ik goed. Ellen Deckwitz. Maar ik ben geen heel fervent poëzielezer en, anders dan met proza, durf ik er ook nauwelijks een oordeel over te vellen.

Welke schrijver is naar jouw idee het meest overschat?
Er zijn schrijvers die met verve de rol van schrijver spelen, zozeer dat ze er zelf misschien ook wel in zijn gaan geloven. Wat me irriteert is dat media hier vaak helemaal niet kritisch mee omgaan. Ze gaan vaak mee in de act, houden die in stand, dikken die aan in stukken en interviews. Het gebeurde bijvoorbeeld rond Ilja Pfeijffers Grand Hotel Europa. Ik was wel opgelucht toen Rob van Essen de Libris Literatuur Prijs won, niet omdat Pfeijffers boek niet goed is, ik heb het niet gelezen, maar omdat het goddank aandacht genereerde voor een schrijver die niet allang door iedereen schreeuwend de lucht in werd gehouden.

Als je waar of wanneer dan ook schrijver zou kunnen zijn, waar of wanneer zou dat dan zijn?
Nu natuurlijk, en hier. Als vrouw kun je eigenlijk niet nostalgisch zijn naar welke tijd dan ook. Als ik bijvoorbeeld in Mensje van Keulens dagboek lees over hoe ze voortdurend als enige vrouw stand moest houden tussen allerlei blatende, zelfingenomen mannen, dan denk ik: dankjewel Mensje, dat je dit hebt gedaan. Ik ben zelf heel blij dat ik dat niet hoef mee te maken.

Heeft een recensent ooit iets over je geschreven waarvan je dacht: die heeft een punt?
Wat me is bijgebleven is wat Arie Storm naar aanleiding van mijn debuut schreef: een goeie roman heeft scènes. En ik zou dus geen scènes hebben geschreven. Daarover ben ik blijven nadenken. Had hij een punt? Zei hij maar wat? Wanneer is iets een scène?

Wat is qua lezen je guilty pleasure? En daarbuiten?
Ik las een tijdje veel Agatha Christies en thrillers. Maar ik ben steeds minder tolerant geworden voor slecht geschreven boeken die je alleen leest om de plot. Steeds minder geduldig. M’n guilty pleasures buiten het lezen laat ik even achterwege. Voor je het weet begin je over puistjes uitknijpen.

Met welke van je boeken heb je de diepste band?
M’n laatste, moet je dan zeggen hè? Al weet ik niet zeker of dat waar is: het is nog zo nieuw, ik weet nog maar nauwelijks wat het is, hoe het communiceert met lezers. Bij mijn debuut, De consequenties, dat vijf jaar oud is, bestaat er een soort afgerond verhaal, waar ik op kan terugblikken. Dat lieve boek, denk ik wel eens. Het heeft me veel gebracht, en het was ook magisch: voor het eerst een boek publiceren.

Heb je verborgen talenten? Als je geen schrijver zou zijn, wat zou je dan zijn?
Als ik meer talent had gehad, was ik tekenaar of illustrator geworden. Ik heb als kind ook heel lang op circusles gezeten. Ik had een eigen eenwieler. Daar verdiende ik op Koninginnedag bakken met geld mee.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar. Roodgeblokt laken, wijn, kaarsen, obers in jacquet. Met welk personage uit de wereldliteratuur zit je daar?
Met Elizabeth Costello, creatie van Coetzee. Zij is een van de meest geweldige vrouwen en ronde personages die ik ken, een schrijver op leeftijd, intelligent en vol innerlijke conflicten. Ik ben door haar geïmponeerd, dus het zal misschien geen ontspannen etentje worden.

Waar zouden jullie het over hebben?
Ik zou haar vooral proberen te verleiden om mijn mentor te worden. Waarschijnlijk door veel te keurig en ernstig te praten over alle onderwerpen waar zij over denkt en schrijft: het kwaad, dierenleed, ouderdom, religie… Misschien moeten we op den duur dronken worden.

Wat is het interessantste dat je onlangs van een boek geleerd hebt?
Ik las pas The Silent Woman van Janet Malcolm, over Ted Hughes en Sylvia Plath, en wil nu alles van haar lezen. Zij is het soort journalist dat rücksichtlos grenzen overgaat, haar werk is een keiharde business. Maar geen riooljournalistiek, integendeel: het is heel intelligent, het intelligentste zelfs dat ik in tijden las. Haar onverschrokkenheid en onbevreesdheid vind ik heel leerzaam.

Welke klassieker heb je, tot je grote schaamte, nooit gelezen? Welke filmklassieker nooit gezien?
Ik begin er niet aan om me te schamen omdat ik iets niet heb gelezen of gezien. Maar ik denk dan wel aan Proust, niks van gelezen. En Middlemarch van George Eliot. Elke zomer denk ik weer: Proust en Eliot. Ze liggen al jaren klaar.

Wat ligt er op je nachtkastje?
The Journalist and the Murderer, van Malcolm dus. Bad Behavior van Mary Gaitskill. En een biografie van Alexander von Humboldt, The invention of nature, van Andrea Wulf.

Tsjechov of Alice Munro? Jezus! Allebei oer. Niet te doen.
Sorrentino of Wes Anderson? Sorrentino, ik vind Anderson stom.
Zadie Smith of Joan Didion? Ik heb een verstandshuwelijk met allebei. Toch maar Smith. Didion is me te cool.
Jane Austen of Virginia Woolf? Woolf.
Freud of Lacan? Lacan. Of Freud. Tja, zonder Freud geen Lacan.
Maartje Wortel of Esther Gerritsen? Maartje natuurlijk.
Mulisch of WF Hermans? Hermans. Sorry Harry. Nee toch Mulisch.
Kathy Acker of Chris Kraus? Chris Kraus.
Margaret Atwood of Jeanette Winterson? Winterson. Zonder twijfel. En niet alleen omdat ik niet helemaal into Atwood ben. Iedereen moet op z’n achttiende Oranges are Not the Only fruit hebben gelezen. Om te weten: dit kan allemaal.
Haruki Murakami of Philip Roth? Roth. Op Murakami ben je toch op een dag uitgekeken.