21 vragen aan… Paul Verhaeghe

‘Werkt schrijven therapeutisch?’, ‘Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?’ en andere vragen aan hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse Paul Verhaeghe. Zijn nieuwe boek Over normaliteit en andere afwijkingen verscheen in november.

Welk boek ligt naast uw bed?
Terug naar Reims van Didier Eribon, pijnlijk mooi en voor mij vaak herkenbaar. Het is een van die zeldzame non-fictieboeken waar het persoonlijke en het algemene verweven worden. Eribon is geboren als oudste zoon uit een niet-geletterd arbeidersgezin met nauwelijks vooruitzichten op school. Op de koop toe, en in dit opzicht verschil ik van hem, is hij homoseksueel. Na op zijn achttiende naar Parijs te zijn gevlucht keert hij dertig jaar later terug naar zijn familie. Dit boek is de verwerking van die terugkeer. Hij toont hoe sociale uitsluitingsmechanismen werken en hoe hij zich lange tijd beschaamd voelde over zijn sociale afkomst en vandaag beschaamd is over zijn toenmalige schaamte. In die zin is het een heel emancipatorisch verhaal. Parellel hieraan vertelt Eribon over de links-communistische arbeidersklasse waarin hij opgroeide, die nu allemaal Le Pen stemmen. Zijn boek is de beste verklaring voor het populisme die ik heb gelezen.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Als ik Identiteit (2012) nu zou schrijven zou ik het toegankelijker maken. Dat was eigenlijk mijn proefstuk om te sjhrijven voor een groot publiek. De onnodige uitweidingen moeten eruit, want je maakt het alleen maar zwaarder. Het voegt niks toe aan de intrinsieke boodschap.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
The Grapes of Wrath van John Steinbeck. Prachtig narratief én omwille van de actualiteit ervan: de wijze waarop vluchtelingen ‘verwelkomd’ en uitgebuit worden. Mocht je mij dezelfde vraag over tien jaar nog eens voorleggen, dan zou ik vermoedelijk een ander antwoord geven.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Karel van de Woestijne, De boer die sterft, komt mij onmiddellijk voor de geest. Hij weet dat hij gaat sterven en overdenkt zijn geschiedenis aan de hand van de zintuigen. Vijf belangrijke vrouwen uit zijn leven symboliseren de zintuigen. Van de Woestijne toont de verstrengeling van lichaam en ziel, die we in het Westen helaas opgesplitst hebben. We slagen er niet eens in om ze samen te denken. En natuurlijk is het een geheel.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Ik vind niet dat ik de pretentie kan hebben een schrijver overschat te noemen. Wel zijn er een aantal schrijvers uit de canon die algemeen bejubeld worden waar ik niet in raak. Hugo Claus, bijvoorbeeld, raakt mij niet. Betekent dat dan dat hij niet goed is? Het betekent vooral dat er geen afstemming tussen ons is.

© Sander Verhaeghe

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Een kritiek die ik ernstig neem en waar ik me ook niet goed raad mee weet, is dat ik de term neoliberalisme te veel als een containerbegrip gebruik. In Identiteit gebruik ik die term als verklaringsgrond. De kritiek dat neoliberalisme complexer is, is terecht. Maar het vraagt een boek op zich om de complexiteit ervan uit te leggen.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
Ik heb lang veel Britse detectives gelezen, P.D. James en Ruth Rendell. Soms haal je meer psychologie uit dat soort werken dan uit handboeken psychologie.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Bijna elk boek ging over een onderwerp waar ik zelf ook mee worstelde. Toen ik Liefde in tijden van eenzaamheid schreef was ik een stuk jonger. Ik worstelde toen met mijn eigen driftmatigheid en mannelijkheid. Daar probeer je zicht op te krijgen door die in een breder kader te plaatsen. Dat boek zou ik nu ik ouder ben niet meer schrijven, maar ik schrijf jaren later wel een boek over intimiteit. Dezelfde thematiek op een ander niveau: het zit dichter op mijn huid.

Werkt schrijven dan therapeutisch?
Ja. Tot een bepaalde limiet, dezelfde als bij gesprekstherapie. Als je intellectueel grip krijgt op iets, betekent het niet dat je dan ook alles perfect kunt oplossen. Het idee dat we met de ratio alles kunnen begrijpen en veranderen is de grootste misvatting van de Verlichting. Een aantal problemen kun je niet puur cognitief oplossen.

Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Schrijnwerker, net als mijn oom. Ik had als kind een bijzondere affiniteit met de geur van het hout en de textuur. Als tweedejaars aan de universiteit heb ik zelf ook enkele meubels gemaakt. Proefstukken van een tafel, een bed en twee bureaus.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Op die leeftijd worstelen een hoop mensen met zichzelf. Het eigenaardige is dat elke adolescent denkt dat hij of zij de enige is die dat meemaakt. Dit boek brengt herkenning, maar kan ook perspectief en nuance geven.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Uit Terug naar Reims: we beseffen nauwelijks hoe sociale emancipatie, of een onmogelijkheid daartoe, in zijn werk gaat. Er is terecht veel te doen over genderdiscriminatie en racisme, maar bij sociale uitsluiting staan we amper stil. Áls we het er wel over hebben, zoals bij populisme, dan is de toon vaak heel negatief en spreken we in termen van ‘bedreiging van de democratie’. Erg neerbuigend. Als je dit boek leest, wordt het plots duidelijk hoe die uitsluitingsmechanismen, vooral bij onderwijs, werken en hoe we daar zelf toe bijdragen. Eribon en ik behoren tot de gelukkigen die het omgekeerde hebben meegemaakt, waarbij het onderwijs emanciperend werkte. Wij konden ons intellectueel ontwikkelen, omdat we in een periode van sociale mobiliteit zaten. Door veel te lezen ging een wereld voor mij open. Ook ben ik uit dat milieu getrokken door iemand die in me geloofde. Tijdens deze sociale emancipatiegolf kregen kinderen uit de niet-academische klasse voor het eerst toegang tot hoger onderwijs.

U mengt zich nadrukkelijk in het publieke debat. Heeft u het gevoel een schuld te moeten inlossen?
Eigenlijk wel. Het staat ook ingeschreven in onze opdracht, als hoogleraar heb je drie taken: onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening. Dat je maatschappelijk positie inneemt als het gaat om belangrijke thema’s en teruggeeft aan de samenleving, vind ik compleet logisch.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
De man zonder eigenschappen stel ik altijd uit. En Montaigne wil ik eens integraal lezen, en niet alleen fragmenten. Hij schrijft zo mooi, bijvoorbeeld in Over vriendschap, waarin hij treurt over een verloren vriend (Etienne de La Boétie – red) en zich afvraagt waarom ze vrienden waren. Parce que c'était lui, parce que c'était moi. Je voelt de intimiteit en de pijn van het verlies. Literatuur is een poging het onvatbare te vatten. Je krijgt dat nooit helemaal vast. Poëzie is een betere poging.

Hemingway of Fitzgerald?
Fitzgerald heb ik niet gelezen. Het onderwerp en die sociale klasse in dat tijdskader spreken me niet aan.

Proust of Joyce?
Proust lees ik liever. Zijn poging om dat wegglippende verleden vast te krijgen en de geschiedenis terug tot leven te brengen, heeft een hoog authenticiteitsgehalte. Die zoektocht en zijn vondsten: het is literair zo mooi.

Camus of Houellebecq?
Camus. Houellebecq laat geen enkele hoop over.

Tolstoj of Dostojevski?
Dostojevski is tijdlozer en rijker. Tolstoj heb ik nooit herlezen; Aantekeningen uit het ondergrondse meerdere malen.

Jane Austen of Virginia Woolf?
Virginia Woolf. Austen schetst een tijdskader met goede psychologische inzichten, maar Virgina Woolf is authentieker.

Freud of Lacan?
Als je Lacan leest zonder Freud denk ik dat je er niet veel van zal begrijpen. Omgekeerd: Lacan actualiseert Freud. Freud beschrijft neurose als het gevolg van maatschappelijke repressie, maar trekt de consequenties daar niet van. Lacan expliciteert dat beter, en geeft Freud een antropologisch-maatschappelijke dimensie. Volgens mij kun je ze niet los zien.

Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans?
Hermans is grappiger.


Professor Paul Verhaeghe bespreekt sinds kort ook boeken op zijn boekenblog, als vervolg op de leessuggesties die hij tijdens colleges aan zijn studenten gaf.