21 vragen aan… Peter Buurman

Peter Buurman zou wel met de vos uit Fox 8 willen dineren aan de Seine en ziet graag humor, dubbelzinnigheid en vrijheid in de literatuur. Over de slimme beschouwingen van Ben Lerner, De helaasheid der dingen en Arnon Grunberg. Buurmans debuutroman Een goede nachtrust verscheen in januari.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Lieke Marsman en Ingmar Heytze schetsen allebei mooie, concrete beelden. Heytze’s ‘Wisselgeld’ bijvoorbeeld: een gedicht over verhuizen. Hij komt steeds een blik met sleutels tegen, waarvan hij niet meer weet waarvoor ze zijn. De uiteindelijke belofte: ooit kom je op een plek waar het allemaal past.

Welke schrijver of welk boek is het meest overschat? En waarom?
Normal People van Sally Rooney. Ik kan de waardering wel begrijpen, maar ik vind het toch ook raar hoe massaal iets uitgesproken normaals omarmd wordt. In bredere zin vind ik realisme in fictie overschat. Als er zo gefocust wordt op waarachtigheid dan blijft de enorme ruimte die fictie biedt onbenut.
Een van de weinige dingen die ik zeker wist tijdens het schrijven was dat als ik dan toch fictie schrijf, ik iets wil doen wat in het echt niet kan. In irrationaliteit kunnen personages ook ongrijpbaar blijven. Ik bewaar liever die vrijheid, twijfel en dubbelzinnigheid.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst, over een schrijver die terugkomt in het gehucht waar hij is opgegroeid en waar iedereen alcoholist is. Toen ik dat las was ik zeventien of achttien en woonde ik zelf nog in een dorp. Ik had een soort verlangen naar de stad. Bijna voelde het hoe het zou zijn als ik zelf terugkwam uit de stad: die afstand die je kunt voelen, voelde ik toen al wel. Ik moet vaak terugdenken aan dat boek. Dan weet ik niet of ik destijds een deel van mezelf zag dat ik nog niet snapte of dat ik zo ben geworden doordat ik dit boek heb gelezen.
Deel van de charme is ook gewoon de humor ervan. Ik heb het gevoel dat humor of gekte in de Vlaamse literatuur wat meer gewaardeerd wordt. Humor en de Nederlandse literatuur is niet zo’n gelukkig huwelijk. Er wordt toch wat ernst van je verwacht. Soms denk ik dat als mensen iets grappigs lezen ze al snel denken dan het nergens meer over gaat. Terwijl je de grap juist nodig hebt om dingen te kunnen zeggen die je met ernst alleen niet kunt.

Ervaar je datzelfde gevoel wanneer je terugreist naar je geboorteplaats?
Vooral nu ik steeds meer naar de leeftijd van de hoofdpersoon toe ga. De afstand ontstaat niet alleen doordat hij schrijver is en zich belezener voelt dan de rest. Ook de mensen uit het dorp nemen aan dat hij denkt dat hij beter is dan zij. Dat herken ik wel: het idee van ‘meneer de grote schrijver uit Amsterdam’. Dat vind ik zelf helemaal niet, maar als mensen dat over je denken is die afstand er al. Tegelijkertijd is het dubbelzinnig: het boek is ook geen afrekening met waar hij vandaan komt. Het is een kruising van liefde en de onoverbrugbare afstand die is ontstaan.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars.
Obers in jacquet staan paraat.
Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?

De vos uit Fox 8, van George Saunders. De vos heeft zichzelf leren schrijven door onder het raam van een gezin te staan en te luisteren naar hoe ze praten. Hij schrijft een beetje fonetisch en fout maar heeft wél dit boek geschreven. Ik denk dat hij een warm hart heeft en ik zou hem graag willen spreken. Het is uniek wat hij gedaan heeft.
Waar zouden jullie het over hebben?
Hoe het is om vos te zijn. Ik zou vragen hoe ik dieren kon helpen en hopen dat hij wat geruststellends zegt. Als dieren konden spreken zouden we pas echt een verhit debat krijgen met allerlei vernietigende opiniestukken van varkens in de krant.

Welk boek ligt naast uw bed?
De kant van Swann van Marcel Proust, hoewel ik het niet aan het lezen ben.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Leaving the Atocha Station van Ben Lerner heeft zulke slimme beschouwingen over kunst en kunstenaarschap. In het hoofdpersonage herken ik veel van mezelf en tegelijkertijd totaal niks. Hij is een uitvergrote versie van een snob; een Amerikaanse dichter die een residentie heeft in Madrid om te schrijven over de Spaanse Burgeroorlog. Gedurende het boek zie je hem vrijwel niet dichten, maar wel elke ochtend de douche aanzetten en alvast een joint draaien.
Een geweldige scène speelt zich af in het Prado-museum. Hij vindt dat anderen altijd doen alsof ze de kunst begrijpen wanneer ze hun hoofd een beetje kantelen. Hij meent dat zij niet die echte connectie met kunst hebben zoals hij die heeft. Hij hemelt steeds een kunstwerk op waardoor hij helemaal in vervoering raakt. Als hij eenmaal arriveert, zit daar een vrouw op haar knieën enorm te huilen. Het is voor hem een soort wedstrijd, blijkbaar ervaart zij die kunst nog intenser dan hij.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? 
Alles op schermen: op Twitter online berichten bekijken van mensen die ik niet mag. Dat is echt guilty, want ik haal er plezier uit, maar word er ook ongelukkig van. Screenshotten, doorsturen naar vrienden en je daar dan even samen over opwinden.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Infinite Jest van David Foster Wallace. Het wordt ontzettend gecultiveerd hoe dik en onleesbaar het is, waardoor ik er nooit aan begin. Terwijl een collega elke dag twintig pagina’s leest en zo alle klassiekers gewoon leest. Wat me aantrekt in Infinite Jest is de reputatie dat het eindeloos ambitieus is en de schrijver gekte durft toe te laten. Dat is waarom ik graag lees.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Ja, Femke Essink schreef in dit blad dat ik langer over verwoordingen had kunnen nadenken. Op slechte dagen tijdens het schrijven dacht ik weleens: waarom ben ik nou eigenlijk aan het schrijven? Ik weet niet eens hoe ik een zin moet schrijven. Ik heb gewoon een te kleine woordenschat om een echt goede schrijver te zijn.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog gelezen?
Op basis van kwantiteit en engagement zou ik Grunberg zeggen. Zijn bestaan gaan ze niet snel vergeten. De tijd moet nog maar geduid worden, maar ik kan me voorstellen dat ze verzinnen dat hij een symbool voor deze tijd was.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Ik voel me best wel op mijn plek in het heden. In de zeventiende of achttiende eeuw had ik misschien niet de discipline gehad om schrijver of geleerde te worden. Ik heb best geluk dat nu mijn luiheid niet overal afgestraft wordt. Voor schrijven is er weinig meer nodig dan mijzelf en mijn laptop.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwste roman/boek?
Ik schreef altijd in de OBA op het Javaplein. Toen ik een keer naar de wc ging zat daar een kind vast. Toen ik dat kind had bevrijd ben ik daar nooit voor bedankt. Niet door zijn moeder, door het kind zelf of door de mensen van de bibliotheek. Ik moest eigenlijk al snel lachen om mezelf: kijk deze sukkel nou, ik doe wat aardigs en wil daar graag voor bedankt worden. Ik bedacht me al vrij snel: dit ga ik gebruiken in mijn boek. Godzijdank staat het nu erin, is het toch niet voor niks geweest.

Zadie Smith of Joan Didion?
Zadie Smith

Camus of Houellebecq?
Houellebecq. Hoewel ik Serotonine, een soort proza dat Baudet erg interessant vindt, helemaal niks vond. Maar volgens mij heeft zijn oeuvre genoeg boeken die veel beter bij me passen.

Gogol of Dostojevski?
Dostojevski

Haruki Murakami of Philip Roth?
Murakami. Ik vind avontuur en mysterie belangrijk in een verhaal.

Jorge Luis Borges of Gabriel Garcia Márquez?
Mag ik ook Javier Marías zeggen? In zijn essaybundel Between Eternities bekende hij dat hij tijdens het schrijven nooit precies weet waar hij naartoe gaat. Sommige schrijvers hebben volgens hem een landkaart, hij heeft een kompas. Ik vond er rust in tijdens het schrijven van mijn boek: je hoeft het niet altijd te weten.

Maartje Wortel of Esther Gerritsen?
O, echt moeilijk! De trooster is geweldig, zo’n compact goed idee, en beheerst uitgevoerd. Maar dan kies ik toch Maartje Wortel: zij staat voor vrijheid.