De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

21 vragen aan… Pieter Waterdrinker

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van De rat van Amsterdam?
Mag ik ook het moeilijkste moment doen? Dat was in de laatste fase van het schrijven. Ik was begin maart in Berlijn toen de hele Covid-toestand als een guillotine toesloeg. Die dag had ik nog een lezing gegeven op de Nederlandse ambassade in Berlijn en om vijf uur ‘s nachts maakte ik mijn vrouw Julia wakker. Ik zei: ‘Hup, naar Rusland, naar de poezen.’ Zo haalden we net de laatste vlucht naar Sint Petersburg. Niet wetende dat we vijfenhalve maand vast zouden zitten in een langzaam stervende stad. De straten waren leeg, je zag alleen ambulances rijden. Dat is een onwerkelijke sfeer, zeker als je een boek moet afmaken. Maar binnen in ons appartement aan de Tsjaikovskistraat was het eigenlijk heel paradijselijk. Met de poezen aan mijn bureau heb ik dat boek afgeschreven. Dat was dan ook het leukste moment, toen het af was. Dat is altijd leuk, maar nu zeker. Het was echt een opluchting.

Welk boek ligt op dit moment naast uw bed?
Der Stechlin van Theodor Fontane. Fantastisch. Hij is echt zo’n oude Pruisische schrijver die het negentiende-eeuwse Pruisen tot leven brengt. Ik ga daar helemaal in op. De lectuur doet me steeds denken aan Louis Ferron en zijn Pruisische romans. Hij is vijftien jaar geleden overleden, maar ik heb hem goed gekend. Daar moet ik dan een beetje aan denken.

En als er iets is wat u kan veranderen aan de boeken die u geschreven hebt, wat zou dat dan zijn?
Mijn boeken zijn mijn kinderen. En het ene kind hinkt, het andere kind loenst, het andere kind kraait onzin uit. Er is van alles mis mee, maar het zijn mijn kinderen dus ik wil niets aan ze veranderen. Ze zijn me allemaal even lief. Bovendien, literatuur is altijd tot de mislukking gedoemd. Boeken zijn pogingen om het leven te duiden, je ermee te verzoenen en troost te vinden. Dat is altijd een poging. De perfecte schrijver bestaat dus niet. Behalve Gustave Flaubert met Madame Bovary. Hij schreef de perfecte roman.

Welk boek door iemand anders geschreven, zou je zelf geschreven willen hebben?
Ja, Madame Bovary dus.

© Julia Klotchkova / Nijgh & Van Ditmar

Wie van uw tijdgenoten zouden over honderd jaar nog steeds gelezen worden?
Weet je wat het is bij dit soort vragen? Dan gaan alle schrijvers zeggen: waarom heb je mij niet genoemd? Eigenlijk valt hier geen zinnig antwoord op te geven. Goede boeken en goede schrijvers zijn in de eerste plaats stemmen. Je weet nooit hoe die stem in de klankkast van de toekomst gaat klinken. Heel populaire schrijvers van vroeger kunnen nu totaal vergeten zijn en andersom. Ik denk dat, zonder namen te noemen, schrijvers twee dingen moeten doen: hun tijd portretteren en de eeuwige vragen van het leven aanraken. Zulke boeken hebben kans om te overleven. Nou, dan toch een voorbeeld: Adri van der Heijden met Advocaat van de hanen. Hoewel ik hiermee de halve Nederlandse literatuur te kort doe. Maar dit boek duidt een tijd, de tijd van de krakersrellen en tegelijkertijd is het tijdloos. Dat geldt ook voor Madame Bovary. Het gaat over de negentiende eeuw, de eeuwige tragedie van de liefde, maar ook over de positie van de vrouw. Boeken die dat soort elementen hebben, maken kans om te overleven.

Wat is de beste sterfscène?
Anna Karenina’s zelfmoord voor de trein. Maar ook die van Emma Bovary, trouwens.

Heeft u een verborgen talent? Als u geen schrijver geworden zou zijn, wat zou u dan geworden zijn in het dagelijks leven?
Ik heb überhaupt geen talent, denk ik. Maar ik heb jaren in Spanje gewoond, daar was ik animador bij een hotel. Mensen vermaken met spel, in plaats van met woorden. Ongetwijfeld had ik zoiets gedaan. Of Franse chansons zingen. Lijkt me ook geweldig. Het allerliefst was ik violist of pianist geworden. Ik kan geen noot lezen, voor mij stond die cultuurwereld te ver weg vroeger. Maar als schrijver zit je altijd vast aan landen en talen. Ook al ben je in honderd talen vertaald, je blijft toch beperkt tot die talen. Als pianist of violist ben je vrij. Je kan naar Parijs, Buenos Aires, Amsterdam of de Noordpool, iedereen begrijpt de taal van de muziek.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Het is een cliché, maar Poesjkin, de nationale Russische dichter. Zijn werk is geen poëzie, maar een symfonie van klanken. Zo geniaal en zo prachtig allemaal. Hij is de Mozart van de poëzie. En inhoudelijk zijn Joseph Brodsky en Anna Achmatova favoriet. Brodsky is heel hermetisch, heel moeilijk. Zijn werk is verbonden met de tragedie van Rusland. En Anna Achmatova, dichteres ten tijde van het Sovjet-regime. Haar gedichten zijn heel menselijk, heel aangrijpend.

Welke schrijver is het meest overschat?
Ikzelf.

Welk boek is het meest overschat?
De bijbel. Prachtig boek, maar literair is het helemaal niks. Hoewel ik vind dat onderschat wordt wat het teweeg heeft gebracht. Ik was afgelopen zomer in Frankrijk. Toen ik daar alle kloosters, kerken en paleizen zag, werd me weer eens te meer duidelijk dat alles wat we aan Europese cultuur hebben opgebouwd, hoe dan ook verbonden is met de bijbel. Het was zo’n enorme inspiratie, ja ook kruistochten en oorlogen, maar ook van zo’n enorme vitale kracht voor eeuwige kunst. Dat wordt onvoldoende beseft.

Als u een schrijver zou kunnen zijn, waar en wanneer dan ook. Waar en wanneer zou dat zijn?
Negentiende-eeuws Parijs of Sint Petersburg. Dat is mijn tijdperk, de negentiende eeuw. Ik ben groot bewonderaar van Jules en Edmond de Goncourt, die in Parijs met Guy de Maupassant, Émile Zola, Flaubert en Toergenjev dineerden. Hun levens waren verschrikkelijk, maar af en toe gingen ze gewoon lekker eten, drinken en roddelen. Dat zag je ook in Sint Petersburg in de negentiende eeuw. Zo zag ik de literatuur altijd, als een huiskamer waar je een beetje lekker kon roddelen over weet ik veel wat, maar dat is tegengevallen. De Nederlandse literatuur is helemaal geen gezellige huiskamer, eerder een soort NS-wachtkamer op een kaal gesloopt station.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Een onmogelijke vraag en onmogelijk te beantwoorden, maar dan toch Duitse bruiloft. Het decor van mijn jeugd is daar gesitueerd, in de badplaats waar ik ben opgegroeid. Dat is me heel dierbaar. Naarmate je ouder wordt, keer je weer terug naar je roots.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
Anna Karenina.

Waar zouden jullie het over hebben?
Over niets. We zouden elkaar alleen maar in de ogen staren.

Welk boek moet iedereen op zijn achttiende gelezen hebben?
Eerste liefde van Toergenjev, eerste boek dat ik ooit las. Daar zit alles in. Iedereen las bij mij in de klas en ik las nooit, wij lazen geen boeken thuis. Dus toen ik op mijn veertiende een keer naar de bibliotheek ging, was ik zo zenuwachtig dat ik snel drie boeken uit de kast pakte. Een van die boeken was Eerste liefde, en het was pats, meteen of ik thuiskwam in een wereld die ik niet kende maar waarvan ik hoopte dat-ie bestond. De magie van de taal en de setting van het negentiende-eeuwse Rusland troffen me als twee coups de foudre.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Der Mann ohne Eigenschaften van Robert Musil. Ik ben bang dat ik er teveel van mezelf in tegenkom, ik voel mezelf ook een Mann ohne Eigenschaften.

Camus of Houellebecq?
Houellebecq. Al is het maar omdat ik met hem gegeten heb, hier in Amsterdam.

Tsjechov of Toergenjev?
Dat kan niet. Toertjechov dan.

Ilja Repin of Rembrandt?
Rembrandt.

Proust of Joyce?
Proust.

Tolstoj of Dostojevski?
Tolstoj.

Ilja Leonard Pfeijffer of Tommy Wieringa?
Ilja Leonard Wieringa, absoluut.