21 vragen aan… Rob van Essen

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn? en andere vragen aan Rob van Essen. Zijn nieuwste roman De goede zoon is net verschenen.

Welk boek ligt naast uw bed?
This Is It van Alan Watts. Hij heeft in de jaren vijftig het zenboeddhisme en taoïsme gepopulariseerd. Zeker als schrijver is het goed om een beetje afstand te nemen van je beslommeringen. Het is een beetje een kinderlijk beroep. Eigenlijk alles wat je doet draait om dat boek en dus om jou. Je kunt er heel egocentrisch, wrokkig en paranoïde van worden: ‘Waarom zei ze dat nou? Waarom word ik niet gerecenseerd? Waarom zij of hij wel en ik niet, terwijl ik veel beter ben?’ Daarom is het goed om zo’n boek als This Is It te lezen, dan kan ik mijn ego relativeren.

© Annaleen Louwes

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik zou niks veranderen. Het zou een vreemd soort auto-necrofilie zijn om dan weer met een oud boek te gaan zitten hannesen. Met mijn perspectief van nu zou ik mijn boeken wel anders hebben geschreven. Ik kijk anders tegen de wereld aan. Maar tegelijkertijd zijn ze geschreven door vorige versies van mij, dus het zou ook een soort motie van wantrouwen zijn tegen vroegere ikken. Laat maar gewoon bestaan.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Tristram Shandy van Laurence Sterne. Ik las Tristram Shandy toen mijn eerste boek net uit was. Dat was echt een eye opener. Al in de zeventiende eeuw zette Sterne het net opgekomen genre ‘roman’ op z’n kop door zeven boekdelen later nog steeds niet te zijn begonnen. Hij zou het verhaal over zijn geboorte gaan vertellen, maar door allerlei uitweidingen komt hij daar niet aan toe. Het boek wordt dan een soort spiegelpaleis, een labyrint waar de uitgang er niet toe doet. Dat is echt een soort vrolijk makend proza. Ik heb me daardoor laten beïnvloeden.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik heb weinig hoop dat er dan nog iets van nu wordt gelezen. Misschien moet je ook hopen dat er over honderd jaar zoveel nieuwe schrijvers zijn dat mensen niet de boeken uit 2018 gaan lezen. Anders zou dat betekenen dat in honderd jaar niks interessants is geschreven. Ze moeten in 2118 hun eigen vermaak maar organiseren. Het zit er natuurlijk wel in dat het vak schrijver verdwijnt. De roman wordt nu al marginaler. Dat is ook niet erg, alles heeft zijn levensloop. Je kunt niet kunstmatig iets in stand houden.

Dat is een beetje taoïstisch, eigenlijk.
Ja! Het werkt!

Welke schrijver of welk boek is het meest overschat? En waarom?
Ik heb nog net de grote drie aan den lijve ondervonden: Hermans, Reve en Mulisch. Hun late werk is erg overschat. Alle drie zijn eigenlijk te lang doorgegaan. Mensen hielden zo van die schrijvers dat ze ze het voordeel van de twijfel wilden geven. Anders moet je eigenlijk toegeven dat de schrijver waar je zoveel tijd in geïnvesteerd hebt eigenlijk niet goed is. Zijn ze bang dat het ook gaat overslaan naar vroeger werk. Dus je wilt gewoon eigenlijk dat je kunt zeggen: ‘Zie je wel, hij kan het nog.’ Weinig recensenten durfden dat toe te geven. Ik heb De ontdekking van de hemel twee jaar geleden gelezen. Het leest vlot, maar het is een mal verhaal, het klopt niet, het is veel te omslachtig verteld en aan het einde heb je niks in handen. Het is mooi dat de meeste recensenten en lezers trouw zijn gebleven aan Mulisch, maar zijn latere werk staat in de schaduw van eerder werk.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
In de tijd van de boekenbijlagen, veertig jaar geleden. Toen ik volwassen werd bleek dat de ideale literaire wereld waarmee ik was grootgebracht niet meer bestond. Schrijvers van mijn generatie hebben een soort nostalgie naar die tijd.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Mijn derde roman Kwade dagen ging over een soort sektarische toestand met het kwaad en satanverering. Arjen Fortuin zei, in een recensie in de NRC: ‘Of het moet zo zijn dat de verteller zelf satan is.’ Toen dacht ik: ‘Shit, hier heb ik iets laten liggen! Had de redacteur dat maar gezegd.’ Het is verleidelijk om te denken hoe ik het zou hebben geschreven als ik dat als uitgangspunt had gebruikt. Ik heb jaren met hem bij de NRC gewerkt maar die week zelf heb ik niet tegen hem gezegd: ‘Goed punt!’ Het is vijftien jaar later, misschien kan het nu wel.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
Dat vind ik zo’n ontzettend tuttige term. Als je leest, dan lees je gewoon, ook al is dat een boeketromannetje. Als ik griep heb, dan lees ik graag Sherlock Holmes, maar dat is eigenlijk geen guilty pleasure, dat is een ontzettend goed boek. Ik zou geen enkel boek uit de boekenkast halen voordat er bezoek komt.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Mijn tweede boek Troje. Dat was wel goed gelukt. Ik heb de eerste versie van Troje in een soort vlaag van woede in zes weken tijd geschreven. Ik was drie jaar bezig geweest met het bewerken van oude verhalen tot een roman, maar dat boek werd niet gepubliceerd. Eigenlijk moet je niet terugkeren naar oud werk, dat is een beetje trekken aan een oud paard. Dat heb ik proberen goed te maken door Troje te schrijven. Dat boek is mij wel het dierbaarst.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Onbemiddelbaar werkloos. Ik zou ergens een heel vaag baantje hebben, ongeschoold werk. Ik woon nu op een kleine etage, maar als ik geen schrijver was geweest zou ik somberder op een kleine etage wonen.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
Ik zou gewoon mensen uitnodigen die honger hebben, de Uitvreter van Nescio, de Hongerkunstenaar van Kafka en de verteller van Knut Hamsuns boek Honger. Ik denk dat zij wel een goede maaltijd kunnen gebruiken.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
Ik hoop dat ze alleen maar het eten naar binnen schrokken en geen tijd hebben om te praten. Om dan weer in de nacht te verdwijnen.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
The Catcher in the Rye van J.D. Salinger, omdat je dat niet meer na je achttiende moet lezen. Het gaat over een jongen die totaal teleurgesteld is in de wereld van de volwassenen. Ik denk niet dat je op je zestigste nog zo’n hyper-romantische visie op de wereld moet hebben, dan blijf je zo’n eeuwige puber. Op een gegeven moment moet je stoppen met je afzetten en iets op gaan bouwen. Dan kunnen anderen zich daar weer tegen gaan afzetten. Dan houd je de cyclus een beetje in stand.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
De egotunnel van Thomas Metzinger is een non-fictieboek over het niet bestaan van het ‘ik’: wat is het punt van waarneming? Is dat een vaststaand iets, of is dat een soort hulpmiddel van het lichaam? Ik vind het wel bevrijdend om me iets minder aan het ik te hechten. Het levert veel inzichten op, maar om het nou al te serieus te nemen… Dan zit je voor je het weet kaalgeschoren op een kussen met een pij.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen? / welke filmklassieker nooit gezien?
Anna Karenina van Tolstoj. De omvang schrikt me af, om het ook echt daadwerkelijk te gaan lezen. En omdat iedereen het erover heeft, ken ik het hele verhaal eigenlijk al. Je hoeft ook niet alle klassiekers te hebben gelezen. Mijn generatie is al veertig jaar van school en we hebben nog steeds een verplichte leeslijst. Mensen die mij daarop aankijken, die ga ik uit de weg. Die zeggen dan: ‘Heb je dat nooit gelezen?’, wat betekent dat zij het wél hebben gelezen. Dat zijn kleine literaire machtsstructuurtjes.

Welk boek zou tot de canon moeten behoren?
Het genre sciencefiction zou aan de canon toegevoegd mogen worden. Onlangs heb ik de boeken van de Russische gebroeders Strugatsky, Arkady en Boris, gelezen. Dat is ontzettend inventief. Er worden krankzinnige gebeurtenissen in verwerkt en de lezers worden meegesleurd tot het moment dat ze het nog net allemaal pikken. Tot het randje, totdat ze het nog net geloven. Dat probeer ik ook in mijn boeken. Dat het stilistisch achter ligt op Nabokov is dan jammer, maar niet onoverkomelijk.

Hemingway of Fitzgerald?
Fitzgerald, geen groot fan van allebei, maar Fitzgerald

Camus of Houellebecq?
Houellebecq

Murakami of Ishiguro?
Ishiguro

Tolstoj of Dostojevski?
Dostojevski, daar heb ik wel vrij veel van gelezen

Jane Austen of Virginia Woolf?
Woolf, die gaat toch dieper

Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans?
Hermans, het vroege werk van Hermans is zo goed, daar zit zoveel frustratie in en woede en wrok, dat is heel aanstekelijk om te lezen. Mulisch is daarbij zoveel minder interessant