21 vragen aan… Robbert Welagen

Karlijn zet het raam open. Ze gaat naar buiten zonder sleutel; de deur waait dicht. Buitengesloten. Daarna voltrekt het drama zich. Wat als ze het raam niet had opengezet? De dromerige melancholie in de roman Raam, sleutel vloeit voort uit de pen van schrijver Robbert Welagen. ‘Was ik vroeger maar meer in het leven gedoken.’

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van Raam, sleutel?
Ik begon met de intentie om een kort verhaal te schrijven. Meestal heb ik een plan wanneer ik begin te schrijven, maar toen niet. Ik had alleen een beginsituatie in mijn hoofd. Het mooiste moment was toen ik inzag dat er een heel boek in zat. Een wereld ging voor me open. En gaandeweg, al schrijvende, bleef ik het verhaal maar verder ontdekken. Het ging intuïtief.

Wanneer u uzelf buitensluit en de sleutel vergeet, welk boek zou u bij u willen hebben?
Ik woon in een bos. Ik zou op een boomstam of in de tuin kunnen gaan zitten. Dan zou ik graag Kinderscènes van Valery Larbaud bij me hebben. Merijn de Boer tipte het een tijdje terug in De Groene. Het gaat over een verloren jeugdgevoel. In mijn boeken zit wel vaker een verlangen naar vroeger. Het nostalgische besef dat je als volwassene iets verliest.

‘Uit hoeveel levens bestaat een mensenleven?’ is een vraag die vaak terugkeert in uw roman. Is er ooit een boek geweest dat uw leven aan de orde stelde en u een ‘nieuw’ leven binnenloodste?
Elk goed boek woelt wel iets in je om, roept vragen in je op. Recent nog Al het blauw van Peter Terrin. Over een jongen die zijn weg zoekt in een Vlaams dorp. Hij gaat naar een zwembad en hij krijgt iets met een oudere vrouw die achter de bar staat. Hij staat op een kruispunt in zijn leven en moet kiezen. Dit wierp me ook weer terug naar mijn jonge jaren. Heb ik wel de juiste keuzes gemaakt? Sta ik er nog steeds achter? Ik heb zelf meerdere levens geleefd. Ik heb niet zo’n duidelijk beeld van wie ik ben, terwijl me dat van buitenaf wel wordt toegedicht. Het voelt rommelig.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik heb een zwak voor ouderwetse statusberoepen zoals advocaat of arts. Dat lijkt me zo duidelijk, dan bén je echt iemand. Heel oppervlakkig, eigenlijk. Mijn jeugddroom was om muzikant te worden. Ik speelde vroeger gitaar in een jeugdband, het was nogal donkere muziek. Ik hou van de sombere singer-songwritermuziek. Zoals Nirvana. Maar misschien wel het meest voor de hand liggend is beeldend kunstenaar, daar heb ik vroeger voor gestudeerd.

Naar welk schilderij zou u kunnen blijven kijken?
Ik hou van de stillevens van de Italiaanse kunstenaar Giorgio Morandi. Bijna autistisch schilderde hij zijn leven lang potjes en vaasjes, steeds in dezelfde mooie kleurschakeringen. Hij lijkt, artistiek gezien, op een vierkante centimeter te leven. Inspirerend dat iemand hier zijn hele leven gedreven voor blijft. Die eenvoud is prachtig. Ik zoek ook altijd naar eenvoud en helderheid in mijn schrijven. Misschien is het een soort school. Tot wat je je aangetrokken voelt, of het nu muziek, beeldende kunst of literatuur is.

Wat is de mooiste passage uit een boek die u ooit, of recent, hebt onderstreept?
Het komt uit Een huis in Engeland van Maarten Asscher. Het gaat over zijn slapeloosheid: ‘Een probleem waarmee je door de jaren heen vertrouwd bent geraakt, waarmee je je volledig vereenzelvigd hebt, dat is bij nader inzien helemaal geen probleem: dat ben je gewoon zelf.' Ik herken dat, ik heb ook last van slapeloosheid. Na een tijdje moet je misschien accepteren dat dingen aan jezelf niet volmaakt zijn.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Onmogelijk te beantwoorden. Eerlijk gezegd voel ik me met veel tijdsgenoten niet zo verbonden. Velen leven het volle leven in de stad, die indruk heb ik. Dat kan ik niet en dat vind ik eigenlijk jammer. Er zijn maar weinig generatiegenoten waarbij ik ook die onkunde bemerk. De onkunde accepteren is moeilijk en daar zit ook melancholie in. Als ik terugkijk naar toen ik student was, denk ik: was ik maar veel meer in dat leven gedoken. Ik was heel geremd. En nog steeds. Ik hoop dat ik later niet te veel spijt heb van al de dingen die ik niet heb gedaan.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
Thrillers. Om in slaap te raken, lees ik ‘slaapliteratuur’. Boeken die interessant genoeg zijn om überhaupt te willen lezen, maar die niet te veel vragen oproepen. Je niet wakker maken. Tess Gerritsen lag op mijn nachtkastje. Echt slecht.

Wanneer voelt u zich klaar voor een volgend boek?
Ik ben een gewoontemens. Om de twee jaar komt er bijna een boek uit. Dat is blijkbaar mijn natuurlijke spanningsboog, want het is niet dat ik het er om doe. Ik moet eerst leven. Vroeg of laat gebeurt er dan iets waarvan ik in de war raak. Dan moet ik schrijven, om het kwijt te raken, het te behandelen. Anders raakt mijn hoofd helemaal verstopt.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Ik heb dat gevoel niet zo sterk. Ik wil me dat boek niet toe-eigenen. Er zit een gedachte onder: dat je jouw naam erop wil hebben, de eer wil opstrijken. Wel zijn er veel boeken waar ik blij van ben dat ze geschreven zijn. De voorlezer van Bernhard Schlink bijvoorbeeld. Of Winter-IJsland van Laura Broekhuysen. Ze woont in een verlaten fjord. Wanneer ik één alinea lees, ben ik dáár. Ik krijg daar zo veel energie van. Ze is ook heel scherp zintuiglijk. Misschien krijg ik nu toch een soort bezitsdrang. Woonde ik maar daar en kon ik dit boek maar schrijven.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
In de verhalenbundel De pier stort in van Mark Haddon staat een geweldige. Op een pier in Engeland lopen allerlei mensen: ijsjes te eten, te kletsen, kinderen die spelen. Een alwetende verteller hangt boven de scène en beschrijft hoe de tijd verstrijkt en de pier instort. Een massale sterfscène.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Aan dat soort dingen doe ik niet mee.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Zeker. Over mijn derde boek, Verre vrienden. ‘Een soort verdunde cocktail’, stond er. Dat heb ik altijd onthouden. Ik was aan het boek begonnen met de intentie om er een dik boek van te maken. Nu weet ik: de waarde zit niet in de dikte. Ik vind recensies zeer waardevol, het is een soort gesprek met het boek. Ik lees ze altijd.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
Arne uit Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Ik vond hem zo'n geestig, intelligent en aardig bijpersonage, en daarom vond ik het zo jammer dat hij jong moest sterven. In Raam, sleutel heb ik hem opnieuw tot leven gewekt, een tweede leven in de huidige tijd. Laten we dat verder uitbreiden door Arne een avond aan de Seine te geven. Dat gun ik hem.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
The Catcher in the Rye. Salinger is de Kurt Cobain van de literatuur. Hij vangt het tienergevoel om volledig wanhopig en neerslachtig te zijn. Om je een buitenstaander te voelen.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Ulysses van James Joyce.

Elfriede Jelinek of Robert Walser?
Robert Walser. Ik ben erg geïnspireerd door het boek De wandeling, een roman-flaneur.

Saul Bellow of Cesare Pavese?
Absoluut Pavese. Het eerste literaire boek dat ik kocht, was van hem. Het heet Stilte in Augustus en er zit een verstilde, broeierige warmte in die indruk op me maakte. Pavese heeft me deels gevormd.

Tolstoj of Dostojevski?
Tolstoj. Hij heeft meer oog voor natuur en een iets zachtere toon.

Mark Rothko of Francis Bacon?
Rothko. Ik houd erg van de stilte in zijn werk. Bacon is meer Dostojevski-donker. Ik houd van donker, maar ook van een soort verstilling ernaast. Pijn én troost. Rothko is voor mij pijn, tijd en troost.

Hockney of Warhol?
De zwembaden van Hockney.