21 vragen aan… Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk (1985) neemt in De dwaler de lezer mee op ontdekkingstocht door 21 aangrijpende korte verhalen. Sommige verhalen zijn direct magisch: werelden van verkenners en vreemdelingen liggen aan onze voeten. In andere, sociaal-realistische verhalen schuilen ongewone perspectieven. Ze beantwoordt 21 vragen, voor ieder verhaal één.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwe verhalenbundel?
Heel lang wist ik niet zo goed welke kant het verhaal ‘Zorgvlied’ op zou gaan en ineens kwam de geest van mijn oma erbij. Ik had er zoveel plezier in om op die manier over haar te schrijven. Ik heb een zwak voor spookverhalen, maar ik vind het leuk om er zelf op een minder traditionele manier mee aan de slag te gaan. Ik heb die wandeling over de begraafplaats daadwerkelijk gemaakt met mijn moeder, en ik heb als een vanzelfsprekendheid die geesten om ons heen geschreven.

Welk boek ligt naast uw bed?
Ik ben Het mysterie van de tijd aan het lezen, van Carlo Rovelli. Het gaat over hoe tijd werkt en hoe wij het begrijpen. Rovelli is theoretisch natuurkundige en ik begrijp helemaal niks van het boek. Ik denk dat ik het nog eens ga lezen als ik het uitheb, misschien begrijp ik er dan meer van.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Alles wat ik geschreven heb, dat is er nou eenmaal. Als je terugdenkt en dingen wil veranderen is publiceren misschien niet zo’n goed idee. Je weet dat je over vijf jaar zelf bent veranderd en anders naar je werk kijkt. Op het moment van publicatie ben ik altijd tevreden geweest, en dacht ik: dan moet mijn toekomstige zelf er ook niet meer over gaan zeuren.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Lieke Marsman, omdat ze over politieke situaties, klimaat, en maatschappelijke kwesties schrijft. Misschien zal ze gelezen worden als een duiding van onze tijd. Haar poëzie vind ik erg goed, dus je hoopt altijd dat zoiets eeuwigheidswaarde heeft, hè?

© Herman van Bostelen

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Jean-Baptiste Grenouille, hoofdpersoon van Het parfum door Patrick Süskind, wordt aan stukken gescheurd door een menigte omdat hij zo lekker ruikt. Het boek gaat over een man met een bijzonder reukvermogen en een bijzonder slecht karakter. Het speelt in het Parijs van de Middeleeuwen. Met zijn reukvermogen kan hij in de leer gaan bij parfumeurs. Hij leert ook hoe hij mensengeuren kan maken, en dat de aantrekkelijkste mensengeur de lekkerst ruikende maagden zijn. Hij vermoordt maagden om geur te onttrekken, besprenkelt zichzelf ermee en wordt aan stukken gescheurd. Het blijft een memorabele dood: gruwelijk, maar tegelijkertijd zo goed gevonden en bombastisch, heel melodramatisch.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Iedereen mag zelf bepalen in hoeverre diegene een schrijver op waarde schat of niet, maar er zijn wel hypes die ik niet helemaal begrijp. In de boeken van Sally Rooney komen allemaal personages van mijn leeftijd voor. Ik zou me met hen moeten kunnen identificeren, maar ik kom er niet doorheen.

En welke klassieker is het meest overschat?
Dit is heel erg om te zeggen, maar ik vind Max Havelaar ook niet om doorheen te komen. Ik denk niet dat hij overschat is, het werk is ooit geschreven en het heeft veel betekend voor de literatuurgeschiedenis. Over oude Nederlandse literatuur wordt gezegd dat mensen haar moeten lezen, omdat anders de schoonheid ervan wordt vergeten. Maar ik denk dat je op een bepaald moment moet accepteren dat lezers zijn veranderd. Natuurlijk is het belangrijk dat bepaalde boeken blijven bestaan en in ere gehouden worden, maar dat betekent niet automatisch dat iedereen ze moet lezen.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Aan de ene kant in het nu, omdat ik denk dat ik als schrijvende vrouw nu meer vrijheid heb dan ooit. Aan de andere kant heb ik een zeer romantisch maar vast onjuist beeld van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Ik heb het idee dat je toen makkelijker kon leven van het werk dat ik nu doe. Ik zou dan zo’n schrijver zijn die de hele dag in een café achter een vensterglas zat te tikken. Daarna zou ik terugkeren naar mijn heerlijke etage ergens in de binnenstad.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: diegene heeft een punt?
Op de website van De Revisor staat een stuk over De dwaler, door Daan Stoffelsen. Hij was minder fan van de meer sociaal-realistische verhalen, maar vindt het magisch-realisme geweldig. Bij mijn werk hebben mensen altijd voorkeuren voor een bepaald genre. En dat heb ik zelf ook als ik lees.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Iedereen is nu tegen die term. Een guilty pleasure is eigenlijk iets waar je jezelf een beetje ongemakkelijk bij voelt. Ik kijk het liefst actiefilms die ik al honderd keer gezien heb, terwijl ik me daar helemaal niet ongemakkelijk bij voel. Als ik een film opzet, denk ik: ‘Ah lekker, ik ga voor de zestigste keer Ocean’s Eleven kijken!’

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Ik vind dat je met mensen een band hebt, en met boeken misschien niet zozeer. Ik heb een klein boekje geschreven met spookverhalen vanuit het spook. Daar ben ik trots op, omdat ik het een heel leuk experiment vond.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen en waar zouden jullie het over hebben?
Aan de ene kant wil ik heel graag de Grote Vriendelijke Reus uitnodigen, en dat hij me even troost. Ik denk dat we allemaal behoefte hebben aan een GVR op het moment, zo midden in een pandemie. En een van de interessantste personages die ik ken is uit Paul Takes the Form of a Mortal Girl van Andrea Lawlor, dat is een personage dat meerdere vormen kan aannemen. Het is ook een beetje een goor boek, het speelt zich af in aftandse gaybars in de jaren negentig. Ik zou het over alle interessante dingen willen hebben die dit personage meemaakt.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Als je het verkeerde boek opgedrongen krijgt vóór je achttiende, kan dat voor altijd je leeslust bederven. Ik heb na de middelbare school een paar jaar haast niet gelezen, omdat ik helemaal klaar was met alle boeken die me opgedrongen werden. Als je iets tegen je zin in leest moet een docent je daarin begeleiden. Ik denk dat iedereen vóór zijn achttiende op een prettige manier met literatuur in aanraking moet komen en hiervoor is een goede docent nodig.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
In De terugkeer, van Esther Gerritsen, komt een man voor die vanuit het hiernamaals naar zijn kinderen kijkt. Hij kan ze echter alleen maar zien als zij aan hem denken. Ik ben niet religieus maar als het hiernamaals zou bestaan, zou het misschien wel zo werken. Ik heb van De terugkeer geleerd dat je zo’n idee ook in je literatuur kan verwerken. Daardoor kon ik mijn voorouders achter mij aan laten lopen in ‘Zorgvlied’.

Welke filmklassieker heeft u nooit gezien?
Elke keer als ik The Godfather aanzet, sterf ik na tien minuten aan ellende en verveling, dus ik heb hem nooit afgezien. Je kunt het in een nieuwe levensfase nog een keer proberen, en dan kun je het gewoon weer tien jaar laten. En wie weet word ik ooit opeens fan van macho maffia, maar nu is niet het moment.

Hemingway of Fitzgerald?
Hemingway dan maar.

Maartje Wortel of Esther Gerritsen?
Maartje Wortel, dan maak ik een statement voor mijn generatiegenoten. Van Esther Gerritsen heb ik al een les geleerd.

Simon Vestdijk of Ferdinand Bordewijk?
Bordewijk

Margaret Atwood of Jeanette Winterson?
Atwood. Maar eigenlijk om haar fantastische MaddAddam-trilogie. Het is een post-apocalyptische achtbaan. The Handmaid’s Tale is erg goed maar ook pamflettistisch.

Ian McEwan of Franz Kafka?
Kafka

Menno Wigman of Lieke Marsman?
Lieke Marsman, maar deze keuze kan ik alleen maken in de wetenschap dat Menno Wigman daar niets van merkt.