21 vragen aan… Sana Valiulina

Sana Valiulina zou graag een anonieme dichter zijn geweest in de Griekse oudheid en noemt De geniale vriendin van Elena Ferrante geen literatuur, maar een commercieel project. Haar boek Een wolf bij zijn oren pakken verscheen in mei.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van * Een wolf bij zijn oren pakken?*
Bij het schrijven van Een wolf bij zijn oren pakken, wat toch een behoorlijk wanhopige onderneming was, heb ik twee leuke momenten beleefd, ik noem ze maar twee ‘eureka’s’. Het eerste was toen Kora, de slang die keizer Tiberius volgens de bronnen als een huisdier gehouden zou hebben, in mijn geest opdook. Opeens wist ik dat deel twee een monologue exterieur moest worden, met Tiberius die met Kora om zijn nek, tegen wie hij onophoudelijk blijft praten, door de onderwereld dwaalt. Op een gegeven moment moest Tiberius natuurlijk weer terug naar de bovenwereld. Maar hoe? Toen kwam gelukkig eureka twee. Vipsania, de eerste, geliefde vrouw van Tiberius van wie hij op bevel van Augustus moest scheiden. In de duisternis van het dodenrijk verschijnt ze voor hem als licht en leidt hem naar boven.

Welk boek ligt naast uw bed?
Gedichten van Osip Mandelstam, De geknechte geest van Czesław Miłosz, De rattenvanger van Hamelen, De rechter en zijn beul van Friedrich Dürrenmatt, Ik en Jij van Martin Buber, De gesprekken over het denken van de Russisch-Georgische filosoof Merab Mamardasjvili, een hele stapel, kortom, ik ben een veelvraat.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
The Golden Gate van Vikram Seth, de roman in verzen, geïnspireerd door Jevgeni Onegin van Alexander Poesjkin. Net als bij Poesjkin telt iedere strofe van The Golden Gate veertien regels waarbinnen Vikram Seth verschillende rijmschema’s hanteert. Als Jevgeni Onegin de encyclopedie is van het Russische leven in de negentiende eeuw, dan beschrijft The Golden Gate Amerika in de jaren tachtig van de twintigste eeuw. Het begint met de bijna-dood-ervaring van John, die in Golden Gate Park bijna onthoofd wordt door een onnauwkeurig geworpen frisbee en dan opeens denkt: ‘Wie mist mij, als mij onverwacht zoiets gebeurt? Geen mens!’ Wat een opening! Een virtuoos boek bovendien. Ik zou zoiets wel willen maar nooit kunnen schrijven, want ik kan niet rijmen.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Dat het werk waar je mee bezig bent op een gegeven moment zichzelf verder gaat scheppen. Ik had al een idee dat het zo werkte, want ik ervaar dit bij het schrijven van al mijn boeken, maar toen las ik het bij Merab Mamardasjvili, hij noemt het ‘opera operans’. Ik heb niets met het idee dat een schrijver een soort god is die aan de touwtjes zit te trekken om zijn personages te bedienen, daar krijg je bloedeloze, mechanische boeken van.

© Bob Bronshoff/Hollandse Hoogte

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Dit is volstrekt onvoorspelbaar. Misschien wel iemand die nu onzichtbaar is.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Misdaad en straf van Dostojevski en/of Oorlog en Vrede van Tolstoj en/of Reis naar het einde van de nacht van Céline en/of Kees de jongen van Theo Thijssen en/of De eerste liefde van Toergenjev en/of alle verhalen van Nescio… Te veel om op te noemen. Als niets in je ontwaakt bij het lezen van een van die boeken, dan ben je voor goed verloren.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Het valt wel mee met die schaamte. Maar De goddelijke komedie zou ik graag een keer willen lezen.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Ik ben dol op de sterfscène van de vader van de hoofdpersoon in Bekentenissen van Zeno van Italo Svevo. Die is wel erg wrang, want net voordat hij zijn laatste adem uitblaast, verkoopt die vader nog een klap in het gezicht van zijn zoon. Arme Zeno… En toch heeft die scène ook iets komisch.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
De detectives van de Russische schrijfsters Tatiana Oestinova en Elena Michalkova. Als ik weer eens zo’n boek te pakken krijg, dan word ik een maniak, sjouw ik het overal mee en besta ik niet meer voor de buitenwereld.

Welke schrijver of welk boek is naar uw idee het meest overschat?
Ik vind De geniale vriendin van Elena Ferrante enorm overschat. Dit boek is bedacht en geschreven door een slimme man bijgestaan door een slimme vrouw – of misschien was dat andersom – die heel goed weet wat de lezer wil. Voor mij is dit geen literatuur maar een commercieel project, een zielloze constructie, hoe knap het ook is gedaan.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Er zijn er veel. Van de Nederlandse dichters is het op dit moment Ida Gerhardt, voor een schijntje heb ik haar gedichtenbundel Hoefprent van Pegasus op het Waterlooplein gekocht en was meteen verkocht. Buiten Nederland is Kavafis eigenlijk altijd mijn favoriet, soms vergeet ik hem, maar dan pak ik hem weer op en lees ik bijvoorbeeld over Nero die van het delphische orakel moest vrezen voor de 73 jaren.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Mijn punt is dat ik in de niet al te vleiende recensies niet zozeer iets over mijn boek las maar wel veel over de recensent zelf. En dat vind ik jammer, want je hebt er niets aan als schrijver.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Ik zou best een anonieme dichter willen zijn in de Griekse oudheid, toen poëzie nog niet gekoppeld was aan een persona, en bijvoorbeeld hymnes schrijven voor goden. Maar ja, dan zou ik ook moeten kunnen dichten, wat ik niet kan, helaas.

Heeft u verborgen talenten?
Ik heb laatst een video opgenomen voor mijn jarige achternichtje in Rusland waarop ik een Russisch kinderliedje zing en gek doe. Het was een groot succes. Dat heeft me aan het denken gezet, ook omdat ik het erg leuk vond om te doen.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
Anthony Beaves uit Eyeless in Gaza, een charmante en intelligente socioloog die financieel onafhankelijk is dankzij het familiekapitaal en die zich ook emotioneel met niemand wil verbinden. Het is een verhaal over zijn zoektocht naar de waarheid, zichzelf, de zin van het leven in een wereld vol ijdelheid, hedonisme, opportunisme, verraad, en waarin de vernietigende ideologieën – het speelt zich deels af in de jaren dertig van de twintigste eeuw – steeds machtiger worden. Hem zou ik willen uitnodigen.

Waar zouden jullie het over hebben?
Ik zou hem uitvragen over zijn tijd op de kostschool, over die hond die uit de lucht te pletter viel op het terras toen hij daar met Helen lag te vrijen, waarna ze niets meer met hem te maken wilde hebben. Want ik snap nog steeds niet waar die hond vandaan kwam. En we zouden het hebben over de revoluties die al snel in dictaturen veranderen, en dat het niet om een doel gaat maar om de middelen. Ik zou hem vertellen over de bezeten wereld waarin ik nu leef en over de gewetenloze idioten die hier de scepter zwaaien, gesteund door de massa, en we zouden dat samen hopelijk kalm analyseren, kijkend naar de traag stromende Seine.

Hemingway of Fitzgerald?
Hemingway en Fitzgerald.

Proust of Joyce?
Als we toch bij de modernisten zijn beland, dan kies ik voor Musil.

Murakami of Ishiguro?
Ishiguro.

Tolstoj of Dostojevski?
Dostojevski.

Tsjechov of Alice Munro?
Tsjechov.

Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans?
Hermans.