Wat was het mooiste moment tijdens het schrijven van De opgang?
Twintig jaar geleden schreef ik al een deels autobiografische roman toen ik het huis, waar Willem Verhulst ook ooit gewoond heeft, verliet. Net als nu bij De opgang was het basisidee: van kelder tot zolder een roman optuigen, een parodie op de Divina commedia van Dante. Ik heb toen beschreven wat de seventies en eighties geboden hebben aan de mensen die in dat huis gewoond hebben of daar zijn verbleven. Een geweldige, gepassioneerde, chaotische, creatieve tijd. In een aantal maanden schreef ik dat boek, een euforie. Eigenlijk is dat boek mislukt, ik heb het nooit uitgegeven. Maar het lag ten grondslag aan De opgang.

Wat voor iemand was de hoofdpersoon uit uw boek, de SS’er Willem Verhulst?
He was just a satanic nobody. De banaliteit van het kwaad, zou Hannah Arendt zeggen. Als kind verloor hij een oog, zijn moeder stierf vroeg. Een kleine, slimme, narcistische jongen die snel wordt meegesleurd en droomt van grote avonturen. Hij wordt een vrouwengek en is gevoelig voor de erotisering van de macht. Een Schreibtischtäter. ‘Hij kon met moeite een pistool trekken’, zei zijn dochter. Maar hij heeft wel veel mensen de dood in gejaagd. Hij is voor mij de verpersoonlijking van het vage, ondefinieerbare kwaad dat in elk mens zit en dat in tijden van crisis naar buiten kan treden. In vredestijd zou hij een sympathiek, don-juanesk figuur zijn.

Waarom kon zijn zoon, de historicus Adriaan Verhulst, de waarheid over zijn vader moeilijk onder ogen zien?
Ik heb nog les van Adriaan gehad. En veel contact gehad met de zussen van Adriaan en hun kinderen. ‘Willem Verhulst was ook een lieve man’, zeggen zij. Het is bijzonder moeilijk om te beoordelen hoe jij ermee om zou gaan als zo iemand je vader is. Ik begrijp Adriaans angst om de dossiers te raadplegen. Het verbaast me natuurlijk wel, hij was een goed en streng historicus. Daaruit blijkt hoe verscheurend het voor hem moet zijn geweest.

Hoe werkt de geschiedenis van België door in de huidige politieke situatie?
België ontstond ooit, zou je kunnen zeggen, als een soort neutrale zone tussen de twee totaal verschillende Germaanse en Latijnse werelden. Bedoeld om de diplomatie in Europa te stabiliseren, wordt België uiteindelijk het speeltoneel van de instabiliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog, door geopolitieke spanningen waar het niks mee te maken had. Een diep trauma. De Vlaamse strijd voor gelijke rechten in het overwegend Franstalige België ontaardde tijdens de jaren dertig. Sommigen beweerden te collaboreren met het Duitsland van Goethe, Rilke en Brecht, maar ze collaboreerden met het satanische Duitsland van Hitler. Tot op de dag van vandaag blijft dat een enorm litteken. Extreem-rechtse politieke bewegingen in Vlaanderen bagatelliseren de collaboratie nog steeds.

Wanneer wist u dat u schrijver wilde worden?
Ik schreef al gedichtjes voordat ik wist wat literatuur was. Maar één moment staat in mijn geheugen gegrift. Voor de schoolkrant had ik een gedichtje geschreven ter gelegenheid van de dood van Stijn Streuvels. Onze leraar Engels bleek zijn schoonzoon te zijn – dat wist ik niet. Hij kwam de klas binnen en zei op een gemaniëreerd toontje: ‘Jongens, we hebben een dichter onder ons.’ De hele klas lachte me uit. Toen wist ik voor het eerst: ik doe iets waardoor ik mij deels van de gemeenschap afzonder, maar waarmee ik ook een specifieke plaats heb. Een iconisch moment.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
In mijn poëzie ben ik het meest dicht bij mezelf. Waar ik alle tegenstrijdigheden in het leven kan gieten in vloeiende, intieme, donkere vormen.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
Eigenlijk niet. Een recensent schreef ooit over een van mijn boeken dat het postmoderne aanstellerij was, ‘literatuur als schoudervulling’. Een fotograaf had een foto van me gemaakt waarbij ik met mijn handen kruislings onder de oksels stond omdat we aan het lachen waren. Deze recensent had dus overduidelijk zijn mening gebaseerd op die foto. Ik voelde me heel onrechtvaardig behandeld en ben veel postmoderne filosofie gaan lezen. Die filosofie is precies het tegenovergestelde van wat veel journalisten beweren. Ze ondermijnt de waarheid niet, maar stelt juist de vragen waarlangs je die kan beoordelen.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
De knikkers van Qadir van Leo Bormans. Hij beschrijft hoe een welwillende asielzoeker aan een verblijfsvergunning probeert te komen. Het leerde me hoe vernederend het is als een samenleving je niet aanvaardt. ‘Ik ga hier niet dood zoals in Afghanistan, maar blijkbaar mag ik hier ook niet leven.’ En de kafkaëske administratie van vandaag de dag met vluchtverhaalanalyses. Het geeft aanleiding tot schrijnende toestanden.

Welke schrijver is naar uw idee het meest onderschat?
Peter Handke, een schrijver die we slecht begrijpen en die politiek omstreden is. Een formidabele stilist, met een groot psychologisch doorzicht die trouw is gebleven aan de grote traditie van het proza. Zijn politieke optreden waarin hij de Servische zijde koos in de Joegoslavië-oorlog moet ook anders geframed worden. Niemand van die politiek correcte schreeuwers weet dat hij als enige de Servische oorlogsmisdadiger Karadžić naar de lijst van vermoorde moslims heeft durven vragen. Hij heeft wel degelijk moed gehad. Maar hij is arrogant en koppig en weigert zich te verdedigen.

En het meest overschat?
Dat zijn er velen. Het prototype is hij die meesurft op de mode en de actualiteit. Wie eigentijds is, zal snel ouderwets worden.

Heeft u verborgen talenten. Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan als beroep doen?
Jazzgitarist. Ik heb zelf ook jazz gespeeld, maar mijn jongere broer is een groot muzikant, hij speelde onder meer in de Blue Note in New York. Toen ik merkte dat mijn jongere broer het grote talent had, begreep ik dat ik dag en nacht zou moeten werken om dat niveau te halen. Ook voelde ik me toen reeds meer door de literatuur getrokken. Maar muzikanten zijn de meest gelukkige mensen. Zet ze samen en one, two, three, four, daar gaan ze. De schrijver is maar eenzaam.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Een scène uit De aantekeningen van Malte Laurids Brigge uit 1910 van Rilke. Het uitgangspunt in dat verhaal is dat de dood als het ware zit opgeslagen in het lichaam en bij het sterven vrijkomt. De oude graaf Detlev Brigge komt te overlijden. Terwijl hij sterft, geeft zijn dood de bevelen. Als een dwingeland die alles overstemt: de klokken, de geluiden die de beesten maken, men kan zelfs niet meer normaal praten. Nog altijd een archetypische sterfscène, die suggereert dat met het sterven van een mens een hele wereld uitsterft. Rilke was ook een visionair: deze dood symboliseert ook het grote sterven van het oude Europa dat finaal ten einde komt door de Eerste Wereldoorlog.

En de beste seksscène?
Wanneer Madame Bovary, weg uit dat saaie leven met die dorpsdokter, voor het laatst met Rodolphe afspreekt. Nog één keer de liefde. De schrijver, Gustave Flaubert, laat haar met hem in een koets stappen en schakelt opeens over naar exterior view, alsof we in zijn tijd al een camerastandpunt hadden. Je ziet die koets hobbelend door de straten gaan. Zo nu en dan roept Rodolphe: ‘Nog een toer!’ Flaubert suggereert radeloze passie daarbinnen, de wanhoop van een ultieme keer vrijen. Hoe Flaubert dat beschrijft, het schommelen van die koets door die straten, geeft je als lezer alle ruimte om je zelf voor te stellen wat daar gebeurt. Een goede seksscène gaat over erotische suggestie.

Met welk personage uit de wereldliteratuur zou u willen dineren? Waar zouden jullie het over hebben?
Ik zou wel een keer met Antigone willen daten. Ik zou een sigaret met haar willen roken. Haar laten proeven hoe wijn bij ons smaakt, en vragen of de wijn toen, met van die inmiddels uitgestorven wijnrassen, lekkerder was dan nu. Ik moet oppassen want dat wijze en radicale meisje was waarschijnlijk nog geen achttien jaar…

Zijn er klassiekers die u tot uw schaamte nooit gelezen heeft?
Oorlog en vrede. Ik beken tot mijn schande dat ik het nooit gelezen heb.

Lize Spit of Marieke Lucas Rijneveld?
Ik heb veel sympathie voor Lize Spit. Maar qua pakkende, duistere schriftuur leun ik dichter tegen Marieke Lucas Rijneveld aan.

Johan de Boose of Jeroen Olyslaegers?
Jij moet niet mijn vrienden uit elkaar spelen! In Bloedgetuigen van Johan de Boose staan zo’n tweehonderd pagina’s over de uithongering van Leningrad. Van het meest hallucinante proza ooit verschenen in de Vlaamse literatuur.

Reve of Hermans?
Reve

Proust of Joyce?
Ik heb ze alle twee in mijn borst. Als je me finaal doet kiezen: Proust.

Mann of Hesse?
Thomas Mann

Quentino Tarantino of Stanley Kubrick?
Tarantino