21 vragen aan… Tim Krabbé

Littells De welwillenden had hij zelf graag geschreven en als er iemand wordt overschat is het Gerard Kornelis van het Reve. Tim Krabbé beantwoordt 21 vragen.

© Bob Bronshoff

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van Vrienden?
Het moment dat ik besefte dat Vrienden de titel moest zijn. Dat is een belangrijk moment: soms weet je het meteen, soms pas na een lange tijd. Vrienden is een titel die de lading dekt, maar die ook meerdere lagen heeft. Eerst lijkt de vriendschap om mij en Heijn-moordenaar Ferdi E. te draaien, maar langzaamaan verandert dat.

Welk boek ligt naast uw bed?
De nieuwste biografie over Albert Speer, door Magnus Brechtken. Ik heb het net uit, maar het ligt nog naast m’n bed. Speer was Hitlers architect en later minister van Bewapening en stond bekend als ‘goede’ nazi, mede door zijn autobiografie. Dat was een intelligent boek, maar Brechtken heeft in in dit boek de mythe van Speer definitief ontmaskerd – hij was net zo’n schoft als de andere nazi’s. Het is bijna duizend pagina’s, dus gevaarlijk om in bed te lezen. Ik lees door tot ik in slaap val, maar dan klapt er anderhalve kilo op je borstkas.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Dat moet je volgens mij niet doen. Er zijn natuurlijk zinnen die bij nader inzien niet zo lekker lopen, maar dat is dan maar zo. Ik ben gedebuteerd toen ik 24 was, vijftig jaar later zou ik misschien wel alles anders doen. Maar het is wat het is en dat moet zo blijven.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Dat is De welwillenden van Jonathan Littell. Het is één groot relaas, bijna zonder typografische opsmuk. Heel knap gedaan. Littell kruipt in de huid van SS’er Max Aue. Daar zit zoveel research achter, met zo’n goed oog voor wat interessant is en wat niet, daar ben ik wel jaloers op. Ik lees veel en graag over de periode van de Tweede Wereldoorlog, die tijd fascineert me. Maar dit is echt een uniek boek.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik vrees dat geen van mijn huidige Nederlandse collega’s over honderd jaar nog wordt wordt gelezen. Er zijn wel schrijvers met wie ik nog net tegelijk heb geleefd. Anne Frank wordt altijd nog gelezen, en Elsschot. Maar ook iemand als Hermans, denk ik. Hij heeft meesterlijke boeken geschreven. De tranen der acacia’s vind ik zijn beste.

Wie zijn uw favoriete dichters?
In Vrienden citeer ik de Britse natuurkundige Paul Dirac: ‘De wetenschapper vertelt op begrijpelijke wijze iets wat niemand nog wist, de dichter vertelt op onbegrijpelijke wijze iets wat iedereen al wist.’ Daar sluit ik me graag bij aan. Ik lees niet zoveel poëzie.

Welke schrijver is naar uw idee het meest onderschat?
David Vogel, een Hebreeuwse schrijver van voor de oorlog. Zijn roman Huwelijksleven is hier in Nederland wel populair geweest, maar Vogel kreeg lang niet de waardering die hij verdiende. Dat komt ook doordat hij in het Hebreeuws schreef. Pas lang na zijn dood kwam zijn werk onder de aandacht. Dit is het gruwelijkste boek over liefde dat ik ooit las.

© Bob Bronshoff

En welke schrijver of welk boek is het meest overschat?
Gerard van het Reve. Na De avonden is hij gaan schmieren. Iemand die ‘hij zoude’ schrijft, in plaats van ‘hij zou’ – kom op, zeg. En dat katholieke gedoe stuit me tegen de borst. Voor mij heet hij trouwens niet Reve, dat vind ik ook zo’n aanstellerij. Hij heet Gerard Kornelis van het Reve.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij of zij heeft een punt?
Zeker, al zou ik niet meteen een voorbeeld weten. Het omgekeerde is ook gebeurd: dat iemand me een compliment gaf dat ik onzin vond. Iemand zei over De renner dat het gebruik van de tijd ‘joyceaans’ was. Aardig bedoeld, maar dikdoenerij. De renner is gewoon een boek over een wielerwedstrijd met wat flashbacks en andere uitweidingen.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Ik blader graag in The Rationale of the Dirty Joke van Gershon Legman, een Amerikaanse folklorist. Het ligt hier op de wc. Dat boek is zelf een mop – Legman duidt zijn schuine bakken tot in het absurde op een psychoanalytische wijze. Bijna alle moppen berusten volgens hem op vrouwenhaat of onderdrukte homoseksualiteit. Maar er staan goede moppen tussen.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Met Vrienden. Daarmee heb ik het meest persoonlijke boek geschreven. Ik kon er veel van m’n ideeën in kwijt, over goed en kwaad, over de betekenis van vriendschap, over het falen van de zielswetenschap. En ik heb het pas kort geleden uit handen gegeven, dat speelt ook mee.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Op zeker moment hoorde ik bij de beste twintig schakers van Nederland. Maar heb je dan talent? Ik heb vanaf m’n dertigste op amateurniveau wielerwedstrijden gereden. Dat ging heel aardig, maar talent… ach nee. Mathieu van der Poel, Magnus Carlsen, dát is talent.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
Dat is met Dmitri Sanin, een personage uit Lentebeken van Toergenjev – een van de beste novelles die ik ken. Sanin raakt op smartelijke wijze een grote liefde kwijt door vreemd te gaan. Hoe kan dat? Hoe kan hij zo stom zijn geweest om met die vreselijke gravin Marja naar bed te gaan en zo zijn droomvrouw kwijt te raken? Daar ga ik hem over doorzagen tot hij in de Seine springt.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
De complete Kuifje. Ik lees iedere vijf jaar alle 22 boeken opnieuw. Als je iets zo vaak herleest, kun je steeds weer op andere zaken letten, zoals op de gezichtsuitdrukkingen van Bobbie. Kuifje is oorspronkelijk in het Frans geschreven door Hergé, maar het is niet te achterhalen wie de geweldige Nederlandse vertalingen heeft gemaakt. Hopelijk wordt het ooit nog opgehelderd. Kuifje wordt over honderd jaar zeker nog gelezen. Het zijn meesterwerken.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Leven en lot van Vasili Grossman. Het is de Sovjet-tegenhanger van De welwillenden van Littell. Het wordt ook wel de moderne Oorlog en vrede genoemd. Schitterend geschreven, maar ik ben er tot twee keer toe in blijven steken. Er zijn te veel personages, er is meer concentratie voor nodig dan ik in bed kan opbrengen. Ik heb het laatst weer geprobeerd, maar ik kwam niet verder dan pagina 80. De derde keer moet het lukken.

Camus of Houellebecq?
De pest en De vreemdeling vond ik bij herlezing niet om door te komen, terwijl ik er vroeger wel van onder de indruk was. Van Houellebecq heb ik nooit iets gelezen.

Murakami of Ishiguro?
Murakami. Van hem heb ik alles gelezen. Ishiguro vond ik niet zo goed.

Tolstoj of Dostojevski?
Zonder meer Tolstoj.

Tsjechov of Alice Munro?
Munro

Ferrante of Knausgard?
Knausgard vond ik een zeur. Die heb ik geërgerd in de hoek gegooid. Ferrante heb ik niet gelezen.

Norman Mailer of Truman Capote?
Het zijn allebei wisselvallige, soms boeiende schrijvers, maar ik kies voor Capote. In Cold Blood is geweldig.