21 vragen aan… Tjitske Jansen

‘Welk dier zou u willen zijn?’ en 20 andere vragen aan Tjitske Jansen. In maart verscheen haar dichtbundel Iedereen moet ergens zijn waarin haar jeugdherinneringen centraal staan.

Wat was het mooiste moment tijdens het schrijven van uw laatste dichtbundel?
Dat moment vond vorig jaar december plaats. Ik was op zoek naar een begin voor mijn bundel. Een van mijn redacteuren herinnerde mij aan een tekst die ik had geschreven waarin ik beschrijf hoe ik mijn Wikipedia-pagina wil aanpassen. Toen heb ik een dansje gemaakt, want dat gedicht paste inderdaad perfect in de bundel. In de gedichten staat namelijk centraal dat ik wil zijn wie ík wil zijn, niet wat anderen van mij proberen te maken. Dat stuk was perfect als begin. Het is een heel fijn moment als alles op zijn plek valt.

Welk boek ligt er naast uw bed?
Ik zou willen dat je me dat twee weken geleden had gevraagd. Toen heb ik een paar boeken achter elkaar gelezen die stuk voor stuk raak waren. Ik lees boeken niet uit als ze me niet genoeg interesseren, maar de afgelopen weken heb ik alles uitgelezen waar ik aan begon: Mijn leven als mens van Joke van Leeuwen, Hoe verschillig van Marjoleine de Vos en De dwalingen van het vlees van Lina Wolff. Momenteel ligt er een boekje van Seneca naast mijn bed. Overigens niet naast mijn bed, maar op mijn bed. Ik heb een tweepersoonsbed in mijn eentje, maar de andere helft is bezaaid met boeken. De boeken die daar liggen, lees ik vaak door elkaar. Dat boekje van Seneca is zo'n boekje waar je af en toe een stukje uit leest. 

Is er een boek waar u telkens aan wil beginnen, maar het komt er maar niet van?
Ik begin dus vaak aan een boek, maar ik lees het dan niet uit. Om een voorbeeld te noemen: Murakami. Een aantal vrienden van mij zegt dat ik zijn werk echt nog een keer moet lezen. Ik ben er een keer aan begonnen, maar weet al niet eens meer welk boek. Na een bladzijde dacht ik: ‘Wat vreselijk.’ Bij een roman denk ik vrij vaak: ‘Moet ik nou echt dat hele verhaal gaan lezen?’ Ik lees liever poëzie. Als ik romans lees, zijn de schrijvers vrij vaak beeldend kunstenaars; zij kunnen mij beelden geven. Het verhaal is dan meer een excuus om die beelden te mogen laten zien. De plot is vaak niet het belangrijkste. Wanneer dat wel zo is, haak ik af.

© Tessa Posthuma de Boer

Hoe kwam uw liefde voor schrijven tot stand?
Zolang als ik me kan herinneren hoort schrijven al bij me. Er schiet me wel een herinnering te binnen: als kind verlangde ik al naar de handeling van het schrijven, terwijl ik nog niet eens wist wat ik dan ging schrijven. Ik schreef een boekje over vogels helemaal over. Gewoon om te kunnen schrijven. Overigens was er wel een moment in mijn leven dat ik wist dat ik verder moest met schrijven. Toen ik op de theateropleiding zat, had ik les van Thomas Verbogt. Hij zei tegen mij: ‘Tjitske, ik hoop dat je verder gaat met schrijven. Sterker nog, het zou me irriteren als je dat niet deed.’ Op dat moment wist ik dat schrijven niet iets was wat ik graag deed, het was iets wat ik moest doen.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Geen. Als een werk heel goed is, ben ik blij dat een ander het heeft geschreven en dat ik dat allemaal niet heb hoeven te bedenken. Ik ben soms wel jaloers op losse zinnen. Wanneer ik een gedicht schrijf, is voor mij het belangrijkste om een ingang vinden. Er is een gedicht van Antjie Krog dat begint met: ‘Ik wil een ander leven.’ Dan denk ik: ‘Ja, ik wil verder met die zin.’ Als ik een ingang heb van een gedicht, dan hoef ik alleen nog maar te schrijven. Dat klinkt natuurlijk makkelijker dan dat het is. Maar ik kan dus heel jaloers zijn op het idee van een gedicht. Niet zozeer een werk als geheel.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Ik hou van dichters die dicht bij mij staan. Erik Bindervoet, Alice Oswald, Carol Ann Duffy, Wioletta Greg, Wislawa Szymborska, Ronelda Kamfer, Joke van Leeuwen en Koos van Zomeren zijn daar voorbeelden van. Zij liggen dicht bij mij omdat zij allemaal helder schrijven. Ik hou van helderheid, want ik wil niet eerst heel lang zoeken voordat ik het gedicht inkom, voordat ik het mag lezen. Zo schrijf ik zelf ook.

Welke schrijver is het meest onderschat?
Waarschijnlijk een schrijver die ik zelf ook niet ken. Ik denk dat de meest onderschatte schrijver een schrijfster is. Een niet-witte schrijfster uit een land dat ik niet zomaar op de kaart kan aanwijzen. En haar werk is ook nog niet vertaald.

En het meest overschat?
Waarschijnlijk alle schrijvers die lang in de top-10 van de bestsellerlijsten staan. Ik vond dat Arie Storm dat zo goed had verwoord in deze rubriek. Hij had het over het werk van Pfeiffer. Als je zo’n dikke pil van hem hebt gelezen, ga je niet aan het einde zeggen dat je je tijd hebt verdaan. Ook al heb je dat wel. Het verschil bij mij is alleen dat ik mijn tijd niet verdoe; ik kom niet verder dan een paar bladzijdes.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
In de roman van Lina Wolff die ik laatst las vermoordt een moedervarken de slager. De slager ziet de varkens als product en hij staat er helemaal niet bij stil wat voor reactie dat moedervarken kan geven wanneer hij de biggen bij haar weghaalt. Zij bijt vervolgens zijn gezicht open. De stiefdochter van de slager ziet dat allemaal van een afstandje gebeuren. Ik doe die scène nu al onrecht, merk ik, want het is heel mooi opgeschreven. Ga het dus vooral zelf lezen, het is een originele sterfscène.

En liefdesscène?
De mooiste liefdesscène vindt plaats in een gedicht van Swirszczynska, een Poolse dichter. In dat gedicht loopt een vrouw achter een man aan. Ze is betoverd door hem. Dan draait hij zich om en dan ziet ze dat het haar eigen man is. Ze zegt: ‘Het is mijn man maar.’ Hij draagt een andere jas en daardoor herkende ze hem eerst niet. Teleurgesteld maar gelukkig rent ze naar hem toe.

Met welk van uw bundels heeft u de diepste band?
Ik kan met heimwee terugdenken aan het schrijven van Koerikoeloem. Elk fragment uit dat werk begint met ‘Er was iemand’. Ik had de start van elk fragment, waardoor ik iets had gevonden om langer in dat proces te blijven. Ik woonde in dat proces. Het was een tijd dat ik volop rookte en dronk en ik schreef dat boek ‘s nachts. Ik wil niet meer zoveel roken en drinken, maar ik kan wel met heimwee terugdenken aan het verdwijnen voor een halfjaar. Het was een soort roes waarin ik leefde.

Welk boek moet iedereen voor zijn achttiende hebben gelezen?
Ik zou het iedereen gunnen om de sprookjes van Andersen voorgelezen te krijgen. Van Grimm eigenlijk ook. Dan ken je niet alleen die verhalen, maar dan heb je ook de herinneringen aan hoe je de verhalen ervoer als kind. Dat kun je later niet inhalen. Ik heb bijvoorbeeld Pinokkio op heel late leeftijd ontdekt en dat vind ik jammer. Maar er is geen boek dat je móet lezen.

Als u geen schrijver was geworden, wat was u dan geweest?
Ik heb een groot verlangen om non te zijn. Als ik niet schreef, dan was ik dat misschien al. De kunsten en het boeddhisme zijn de twee grote pijlers in mijn leven.

Wat is het meest interessante dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Joke van Leeuwen schreef in Mijn leven als mens over een meisje van achttien jaar. Zij is de nacht daarvoor overleden en kijkt terug op haar eigen leven. Ze was de avond van tevoren bij haar ouders eten, omdat ze zelf geen zin had om te koken. Dat vond ik zo’n mooi gegeven. De meeste van ons zullen niet doodgaan op het moment dat we net het belangrijkste moment van ons leven hebben. Dat is iets goeds wat kunst kan doen: je eraan herinneren dat je een op een dag sterft. Het is ook een appèl op iemand doen. Maak iets van je leven. Dat klinkt trouwens heel cliché. Iets wat ik niet zou opschrijven in mijn eigen werk.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen en waar zouden jullie het over hebben?
Ik zou liever wandelen dan dineren. En dan zou ik willen wandelen met Winnie the Pooh. Of eigenlijk die hele groep. Behalve Christopher Robin. Ik vind hem niet zo leuk. De gespreksstof zou ik op dat moment laten ontstaan. Maar misschien kunnen we het over honing hebben.

Als u een dier was, welk dier zou dat dan zijn?
Een olifant. Eentje in een gebied waar niet wordt gejaagd. En dan een vrouwtjesolifant of een jong. Die mannetjes zwerven altijd alleen rond. Maar om een olifant te zijn… Volgens mij is dat een fantastisch mooi leven.

Reve of Hermans?
Reve. Hermans is een betere stilist. Reve is minder perfect. Maar ik vind hem warmbloediger. Daarom Reve.

Marieke Lucas Rijneveld of Lize Spit?
Dat is niet leuk om te zeggen. Bij nader inzien Rijneveld. Ik vertelde al dat ik liever gedichten lees dan romans, en als ik romans lees, dan liever een roman waar de plot hooguit een excuus is om veel te kunnen laten zien. Lize Spit is bij uitstek iemand die plotgedreven werk schrijft. Dat doet ze heel goed, maar mij spreekt dat dus niet zo aan omdat ik niet wezenlijk ben geïnteresseerd in plotgedreven verhalen.

Astrid Lindgren of Roald Dahl?
Lindgren. Ik ben dol op haar personages in Karlsson van het dak en De gebroeders Leeuwenhart. Die verhalen van Roald Dahl zijn ook fantastisch, maar komen minder diep binnen. Lindgren ligt dichter bij de wereld van de sprookjes, de wereld van de ziel.

Margaret Atwood of Jeanette Winterson?
Winterson. Ik heb vrijwel al haar boeken gelezen en ik vind ze bijna allemaal geweldig.

Wittgenstein of Nietzsche?
Oei, dat zijn echt twee favorieten. Ik heb meer gelezen van Wittgenstein, dus ik weet ook meer over hem. Hij is de enige filosoof die me aan het huilen heeft gebracht. Daarom moet ik voor hem kiezen.

Hockney of Warhol?
Ik heb lange tijd niets begrepen van Warhol. Dat is intussen veranderd. Maar toch Hockney. Het gedachtegoed van Warhol is overigens niet meer weg te denken. Nee, ik kan eigenlijk niet kiezen.