21 vragen aan… Tom Hofland

Tom Hofland zou wel in Poesjkins schoenen willen staan omwille van zijn dramatische levensloop en vriendschap met Gogol. Over het magisch-realisme, Stephan Zweig en de herwaardering van science fiction. Hoflands nieuwe roman Vele vreemde vormen verscheen in november.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Radetzkymars van Joseph Roth, als de kleinzoon van een grote oorlogsheld sterft na een dramatisch leven. Hoewel hij het leger maar niks vindt, belandt hij toch op het slagveld tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een verdwaalde kogel raakt hem, wat ik een prachtige metafoor vind voor de zinloosheid van die oorlog. Binnen seconden kan een heel leven afgelopen zijn. Het raakte me destijds niet zo, maar de laatste jaren probeer ik bewuster te zijn van mijn eigen sterfelijkheid. Ik gebruik het als motivator om dingen te doen die ik eng vind: zoals aan een nieuw boek beginnen.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Under the Skin van Michel Faber is voor mij het zoveelste bewijs dat science fiction hele goede literatuur is. Science fiction wordt soms als afstandelijk en niet menselijk beschouwd, ondanks klassiekers als Brave New World. Under the Skin is wel warm én menselijk. Het is een kritiek op de bio-industrie vanuit de omkering die iedereen wel eens in zijn hoofd gemaakt heeft: wat als de dieren ons zouden houden?

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik denk dat ik eindeloos bezig zou zijn, omdat het nooit echt af is. Je kunt altijd terug om uit te breiden of te schrappen. Elke zin kan toch beter als je er drie keer naar kijkt. Maar ik denk niet dat je terug moet willen gaan. Een boek is een foto van het verhaal op dat moment, het is hoe het toen moest zijn. Het werkt bij mij gevoelsmatig: bij Lyssa had ik nog zes hoofdstukken op de planning en toch was het af.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Aleksandr Poesjkin. Een dramatisch Russisch leven met duels – Poesjkin had er zevenentwintig op zijn naam staan – en ik zou bevriend zijn met Gogol.

Welk boek ligt naast uw bed?
Zama van Antonio Di Benedetto. Over een kolonist in Zuid-Amerika eind achttiende eeuw. Hij zit in een uithoek van het land tussen de inheemse bevolking en wacht tot hij teruggestuurd wordt naar de hoofdstad, waar ook zijn vrouw en kinderen zijn. Het verhaal begint met een scène over een dode aap die in de branding ligt. Hij wordt niet op het land getrokken en ook de zee niet echt ingesleurd. Hij zit vast, net als de hoofdpersoon. Dat dromerig-afstandelijke van het magisch-realisme trekt me erg aan. Wanneer het vreemde normaal wordt, en het normale vreemd.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Murakami. Toen ik nog niet schreef dacht ik vaak: hoe verzin je dit allemaal? Vooral Spoetnikliefde is geniaal. Dat vervreemdende; ik kan me een scène herinneren waarin een vrouw vanuit een reuzenrad haar appartement inkijkt en zichzelf ziet. Voor haar is het volkomen normaal, terwijl de lezer denkt: wat gebeurt hier?

Wie zijn uw favoriete dichters?
Toen ik studeerde las ik veel poëzie van Herman de Coninck en Ingmar Heytze. Heytze schreef een gedicht dat eindigt met ‘geen stof maar licht’ (Projectie – red). Hij vergelijkt doodgaan met het moment in de bioscoop voordat de film begint, die stilte in het donker. Ik vond dat zo’n vredig beeld: als je de dood zo ziet, dan is hij niet angstaanjagend. Die simpliciteit ervan vind ik mooi. Ik ben een liefhebber van verhalen, niet per se van taal. Beelden kun je makkelijker met simpele verwoordingen oproepen. Als mensen het woord ‘jachtsubject’ in plaats van ‘prooi’ gebruiken, dan denk ik: waarom?

Welke schrijver of welk boek is het meest overschat? En waarom?
Als ik schrijvers overschat vind, dan ben ik eigenlijk jaloers. Dan zie ik Peter Buwalda’s hoofd overal en denk ik: hij zal het echt wel verdienen, maar ik zou willen dat mijn hoofd op wat meer posters stond.

Welke schrijver of welk boek is het meest onderschat?
Leef als een beest, geschreven door Wilma de Rek en Witte Hoogendijk. Dit boek heeft me ervan bewust gemaakt dat je als mens een dier bent en dat je daarnaar moet handelen. Het legt bijvoorbeeld uikt hoe stress in de natuur een logische functie heeft, maar het ons in het dagelijks leven sloopt. Dat je lichaam lui wil zijn om energie te sparen en je hersenen willen nadenken om problemen op te lossen. Dus ga je op de bank liggen piekeren, terwijl je eigenlijk pas beter voelt na een stuk gewandeld te hebben.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
Esoterische boeken van de vage afdeling met titels zoals De onsterfelijke geest. Stiekem wil ik overtuigd worden van het hiernamaals, reïncarnatie of aliens. Ik hoop altijd dat iemand me kan overtuigen.

Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Ik zou wel een café willen hebben. Ik vind het heel fijn om gastheer te zijn en mensen een goed gevoel te geven. Ik denk soms wel eens: had ik niet de zorg of het onderwijs in moeten gaan? Om echt een wezenlijk verschil te maken in plaats van indirect door een boek te schrijven.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
Toni Hofmiller, uit Ongeduld van Stefan Zweig.
b) Waar zouden jullie het over hebben?
Over eerlijkheid, en hoe je die het best tot uiting kan brengen. Ik denk dat we het allebei moeilijk vinden om mensen te kwetsen. Hij is officier in het Oostenrijks-Hongaarse leger en veroorzaakt een schandaal door op een feest de dochter van de gastheer ten dans te vragen, die in een rolstoel zit. Door zijn schuldgevoel blijft hij terugkomen, waardoor zij denkt dat hij verliefd op haar is. Hij werkt zich steeds dieper in de nesten. Ik herken dat wel, het niet willen toegeven aan je fouten.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Standpunten van Svend Brinkmann. Aan de hand van grote filosofen vertelt hij over een aantal factoren die voor ieder mens gelden en die je nodig hebt, zoals liefde, vrienden, het gevoel hebben een verschil te maken. Én dat veel dingen prettig zijn in zichzelf, en geen groter nut hoeven te hebben om goed te zijn. Dat heeft mijn perspectief op het leven wel gekanteld.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Mag het ook een gedicht zijn? Days van Philip Larkin heb ik laatst herlezen en toen raakte het me zo. Zoals je dagen zijn, is je leven. Wat is er nog meer dan de dagen? Je ziet de priester en de dokter al aan komen rennen om te vertellen hoe het moet zijn. Terwijl het geluk ook zit in die dagelijkse dingen. Ik wil de tekst ergens ophangen, wat ik niet gauw doe, als geheugensteuntje.

Camus of Houellebecq?
Camus. De vreemdeling is verontrustend.

Gogol of Dostojevski?
Ik ben groot fan van Gogol. Als ik echt wil lachen pak ik de Petersburgse verhalenbundel. Ook Dode zielen is een inspiratie geweest: een hoofdpersoon die langs allerlei wonderlijke figuren trekt, dat was ook het vertrekpunt voor mijn boek.

Paolo Sorrentino of Wes Anderson?
Wes Anderson, hoewel ik ook een beetje Wes Anderson-moe ben. Grand Budapest Hotel is bijvoorbeeld visueel fantastisch, maar raakte me niet. Te veel poppenkast, ik miste de emotionele gelaagdheid.

Jorge Luis Borges of Gabriel García Márquez?
Márquez.

Stefan Zweig of Thomas Mann?
Zweig is tijdloos. Alle emoties, verlangens en observaties in Ongeduld zijn nu nog zo actueel.