21 vragen aan… Vonne van der Meer

Vonne van der Meer geraakte nooit voorbij de eerste veldslag in Oorlog en vrede. Toch zou ze niet willen sterven zonder het boek ooit te hebben gelezen. Haar nieuwste roman Vindeling verscheen begin maart.

Welk boek ligt naast uw bed?
Hoewel ik het al uit heb, ligt Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz nog op de stapel naast mijn bed. Boeken die me veel gegeven hebben, houd ik graag nog even bij me.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik verbind u door gaat over afreageren. Over het doorgeven van agressie: een man kleineert een collega nadat zijn eigen vrouw hem ’s ochtends vroeg in bed heeft afgewezen. En hoe zo een kettingreactie begint die binnen 24 uur, elders, in een moord eindigt. Volgens mij is dat ontzettend waar. We reageren wat af, maar we hebben daar ook een keuze in. Je kunt het ook laten. En in fysieke ontmoetingen tussen mensen is die keuze voelbaar. Je kijkt iemand aan, voelt de teleurstelling en wanneer je iets bots zegt schaam je je vaak op het moment zelf al. Ik ben benieuwd hoe dat verhaal zich tegenwoordig zou ontwikkelen. Want hoe zit dat op Twitter? Heb je dan ook een keuze? Op sociale media is er minder schaamte omdat die lichamelijke subtiliteiten afwezig zijn. Het geweten, dat in Ik verbind u door een rol speelt, zou daarom een andere rol spelen als het nu geschreven zou worden. Ik zou het boek alleen niet zelf kunnen schrijven, want ik doe niets met sociale media.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Scheepsberichten van Annie Proulx.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’?
Ik ben geloof ik te arrogant om me schuldig te voelen over iets wat ik mooi vind. Niet dat ik de maat der dingen ben, maar schamen doe ik me nooit voor mijn plezier.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Mijn laatste boek, Vindeling, beslaat voor het eerst een groot deel van iemands leven. Het gaat over Jutka’s kindertijd, haar adolescentie en haar werkende leven. Over een mislukte liefde en de toenadering tot haar vader. Daarnaast is de band sowieso het sterkst met het laatste boek. Je kunt hele zinnen opnoemen, de dilemma’s zijn nog vers en de nieuwsgierigheid naar hoe het gelezen zal worden is groot – op dit moment hebben veel van mijn vrienden het al in huis, maar nog niet uit.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Had ik die wens ooit gevoeld, dan had ik wel een historische roman geschreven. En dat heb ik niet – alhoewel… Laatst vertelde ik een jonge schrijver dat een deel van mijn nieuwe roman zich afspeelt in de jaren vijftig. ‘O, een historische roman’, riep hij uit. Ik moest er ontzettend om lachen. Als je maar lang genoeg leeft, wordt elke roman die je schrijft vanzelf historisch.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij heeft een punt?
In mijn eerste bundel Het limonadegevoel en andere verhalen staat Rook, een verhaal over een vrouw, een regisseur, die belaagd wordt door een vrouwelijke stalker. Over wat haar is overkomen – het heeft haar hele leven overhoop gehaald – voert ze op het eind van het verhaal een gesprek met een collega-regisseur die Rusland heeft moeten ontvluchten. Ze durft hem amper aan te kijken, want ze vergelijkt zijn lot met het hare. De Rus vraagt haar waarom ze niet verhuist, dan is ze immers van haar stalker af. ‘Ik peins er niet over’, antwoordt ze dan. ‘En los daarvan, ik kan me toch niet laten wegpesten.’ Waarop hij breed glimlachend zegt: ‘Nou ja, zolang je er nog van geniet.’

Ik introduceer zo, in de laatste alinea, ineens een karaktertrek waar je als lezer geen vermoeden van had. Je krijgt helemaal niet de indruk dat ze op een verkeerde, sensatiebeluste manier omgaat met haar tegenslag. Dat er in het verslag van wat haar is overkomen ook iets kokets meespeelt. Dat kun je niet doen: pas aan het einde van het verhaal een kant van je personage laten zien die de lezer volkomen verrast. Dan is het te laat. Robert Anker schreef dit in een recensie voor Het Parool, en hij had volkomen gelijk.

© Annaleen Louwes

Wie zijn uw favoriete dichters?
M. Vasalis, Czesław Miłosz en Willem Jan Otten.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Omdat ik op een gegeven moment voor het schrijven koos, en het regisseren heb opgegeven, heb ik vooral verwaarloosde talenten. Maar sinds vijf jaar geef ik les aan het Ritcs, de film- en televisieacademie in Brussel en dat vind ik zo leuk dat ik het wel eerder had willen doen.

Wat maakt een goed personage?
Ik geloof dat je altijd leven in je personage moet blazen, in al je personages, ook die op het eerste gezicht niet op je lijken, door er iets van jezelf in te leggen. Niet iets waar je makkelijk over praat, maar een geheim, een verlangen of een herinnering. Iets wat je gelukkig of verdrietig heeft gemaakt. Of een veelzeggend detail. Dat maakt een personage onverwisselbaar en menselijk. In mijn lessen noem ik dat ‘iets’: something blue.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
‘Phoebe, rot appeltje, als je een maand ouder was geweest hadden we je tenminste moeten begraven. Nu was er niets, geen afscheid.’ Deze zin komt uit het allereerste verhaal dat ik schreef, Afscheid van Phoebe. Het gaat over de dochter van Willem Jan en mij die niet levend ter wereld is gekomen. We hebben haar Phoebe genoemd, naar het kleine zusje van Holden Caulfield uit The Catcher in the Rye, en mijn verhaal is haar graf geworden. Ik heb het gevoel dat als ik zou gaan eten met de Phoebe uit dat boek ik ook een beetje met mijn dochter zou eten, met wie zij geworden zou zijn.

Waar zouden jullie het over hebben?
Ik zou daar alleen maar met haar willen zijn en naar haar luisteren. Ik praat niet altijd zoveel als nu met jou. We zouden daar samen zitten en kijken. Naar wat er op straat of in het landschap gebeurt.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
The Girl I Left Behind van Shusaku Endo. Nou ja, misschien niet voor je achttiende, maar toch zeker voor je achtentwintigste.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen?
Meerdere keren ben ik in Oorlog en vrede begonnen en ik heb het boek iedere keer weer weggelegd. Dat komt niet door de grote hoeveelheid personages, maar door de eerste veldslag waar ik niet doorheen kom. ‘Dan sla je die toch gewoon over’, zegt iedereen die ik dit opbiecht, maar dat kan ik niet, ik zou het zelf zo erg vinden wanneer iemand dat met mijn boeken zou doen. Maar dit voorjaar probeer ik het nog een keer, het boek ligt al op me te wachten – ik zou niet dood willen gaan en Oorlog en vrede nooit gelezen hebben.

Hemingway of Fitzgerald?
Fitzgerald.

Proust of Joyce?
Joyce.

Tolstoj of Dostojevski?
Dostojevski.

Jane Austen of Virginia Woolf?
Jane Austen.

Ferrante of Knausgard?
Ferrante, maar Knaus heb ik niet gelezen.

Hockney of Warhol?
Hockney.

Harry Mulisch of W.F. Hermans?
Maria Dermoût.