21 vragen aan… Wieteke van Zeil

Samen met Madelief aan een tafeltje langs de Seine zitten, dat lijkt Wieteke van Zeil wel wat. Haar boek Altijd iets te vinden, over de kunst van het oordelen, is net verschenen.

Wat was het interessantste moment tijdens het schrijven van Altijd iets te vinden?
Wat ik het allerleukste vind in het schrijven over kijken naar kunstdetails is de soort vreugde die je ervaart als je de aandacht richt op één detail dat je hebt opgemerkt. Daar maak ik dan een foto van, niet-wetend wanneer ik erover ga schrijven. Zo’n detail is associatief en tegelijkertijd wil ik er dan ook alles over weten. De verbanden en betekenissen die je vindt zijn zo mooi. Ik heb daar echt lol in.

Welk boek ligt naast uw bed?
Er liggen twee boeken naast mijn bed omdat ze te dik zijn om mee te nemen in mijn tas. Een van die boeken is A History of the World in 100 Objects van Neil MacGregor. De oprechtheid en de interesse waarmee hij woorden vindt aan de hand van zijn liefde voor het object is heel mooi. Soms weet hij hele culturen te ontvouwen; dat vind ik adembenemend.

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik ben blij dat ik de afgelopen jaren een vorm heb gevonden om over kunst te schrijven waarbij ik mijn nieuwsgierigheid kan uiten. Hiervoor heb ik jaren gerecenseerd, met veel plezier. Het is een belangrijk vak, maar ik was er klaar mee om altijd maar iets te moeten vinden van zo’n tentoonstelling. Het was tijd om het stokje over te geven en te proberen anders over kunstwerken te schrijven.

Wat is uw favoriete museum?
Kleine musea die veel te vertellen hebben, maar waar je niet het gevoel hebt dat je totaal overweldigd wordt. Een voorbeeld hiervan is het Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Dit museum is opgericht door Vagn Jacobsen, de zoon van Carl Jacobsen van het biermerk Carlsberg, met maar één doel: mensen moeten het er fijn hebben. Je vindt er kunst van Mesopotamië tot de impressionisten die Carl en Vagn verzamelden, en moderne Deense kunst. Het is het totaalidee: de viering van nieuwsgierigheid en de liefde voor schoonheid.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Ik heb niet dat ik graag iets wat een ander gemaakt heeft zelf zou willen kunnen. Ik kan er wel veel bewondering voor hebben. Wat ik razend knap vind is bijvoorbeeld De eenzame stad van Olivia Laing. Het is op een geweldige manier, onderzoekend analytisch, persoonlijk en met een ongelofelijke liefde voor kunst geschreven.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Ik hoop en mag ervan uitgaan dat Zadie Smith gelezen blijft worden. En dat er in het algemeen heel veel gelezen blijft worden.

Wat is de beste sterfscène in een roman?
Ik moet meteen denken aan een jongen die sterft in NW van Zadie Smith. Hij wordt neergestoken op straat en dat heb je niet door, omdat je het leest vanuit zijn beleving, en hij beseft het pas op het allerlaatst. Het is zo tragisch en zo terloops tegelijkertijd. Je voelt dat vergeefse, van het leven dat uit hem wegsijpelt.

Wat zijn uw favoriete dichters?
Jarenlang heb ik de Komrij-bundel van negentiende- en twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie naast mijn bed gehad. Daar las ik elke dag uit. Ik sloeg hem open zoals mensen een bijbel openslaan; met het vertrouwen dat wat je op die pagina leest, precies goed is. Tot mijn frustratie kwam ik laatst tot de ontdekking dat ik hem kwijt ben.

Welke schrijver is naar uw idee het meest overschat?
Ik was woedend toen ik De kleine vriend las van Donna Tartt. Ik had zulke hoge verwachtingen na The Secret History. Alle zeshonderd pagina’s heb ik gelezen. De laatste pagina was zo ontluisterend dat ik me realiseerde: ik vond het hele boek al niet goed. Het gaat nergens naartoe en er wordt mij ook helemaal niks nieuws aangereikt. Volgens mij heb ik toen iets fysieks met het boek gedaan; weggegooid of verdronken in een wasbak, of zo.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Het meest voor de hand liggend antwoord is nooit, als vrouw. Behalve nu misschien. Als ik de voorwaarde heb dat ik wel de vrijheid had om te mogen schrijven, gepubliceerd te worden en gelezen te worden, dan zijn er veel tijden die ik graag zou observeren, zoals de demonstraties van suffragettes voor vrouwenkiesrecht, het einde van de koloniale tijd in Indonesië of de achttiende eeuw, toen er opmerkelijk veel vrouwelijke kunstenaars succes hadden. Ik zou het leuk vinden om hen als tijdgenoten te volgen en over hun werk te schrijven.

Hoe gaat u als (ex-)recensent zelf om met kritiek?
Kritiek betekent dat iemand met aandacht je stukken gelezen heeft, dus dat waardeer ik. Mijn eerste boek werd gerecenseerd door iemand die ik heel hoog heb zitten: Carel Peeters. Ik was er blij mee omdat ik zag met hoeveel betrokkenheid hij het gelezen had. Maar hij schreef iets wat ik als compliment opvatte, terwijl hij het niet zo bedoelde, namelijk dat ik schreef alsof ik praat. Ik vond dat een beetje jammer, want ook over een zin met ‘ammehoela’ erin heb ik nagedacht.

Wat vindt u een guilty pleasure om te lezen?
Waar ik vroeger voor het makkelijke lezen Nicci French of Dan Brown verslond, heb ik dat nu vervangen voor Netflix-series, zoals The Chef Show van Jon Favreau.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan klaar. Wie nodig je uit?
Ik zou Madelief uitnodigen, van de Guus Kuijer-boeken, omdat ze mij heel dierbaar is als personage. Ze is nukkig maar zo loveable. Een kind dat zichzelf nog niet snapt en dan heel bot kan zijn maar tegelijkertijd ook ontwapenend, tof, origineel en lief. Madelief is zichzelf en is niet in gendernormen of hokjes te plaatsen. Ik zou graag met Madelief willen eten om te kijken hoe ze geworden is.

Welke boek zou iedereen voor zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Eline Vere van Louis Couperus. Het is heel mooi geschreven, dat weet ik zeker nog, ik ging helemaal mee in de enorme emoties die ze voelde. Nu zou ik geen geduld meer met haar hebben. Dit is vooral een boek dat je beter voor je achttiende gelezen kan hebben, als je emoties toch al groot zijn, dan dat je het gelezen móet hebben.

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte nooit gelezen?
Ik heb niks van Jane Austen gelezen, dat is echt raar voor iemand die zo geïnteresseerd is in het vrouwelijk perspectief. Ik heb ook geen verfilmingen gezien, maar dat is fijn. Het zou irritant zijn als ik de films wel had gezien en dan het boek nog moest lezen. Ik ben eerder positief als ik het boek al gelezen heb.

Rembrandt of Vermeer?
Rembrandt.

Rothko of Hockney?
Rothko.

Abramoviç of Ulay?
Abramoviç.

Proust of Joyce?
Joyce.

Maria Lassnig of Cindy Sherman?
Cindy Sherman.