21 vragen aan… Willem Jan Otten

Niemand zit op nieuwe schrijvers te wachten, het kapitalisme is onze Eindtijd, en negentien andere antwoorden van Willem Jan Otten.

Welk boek ligt naast uw bed?
De ontgifting van Willem Otterspeer en een manuscript van iemand.

© Mark Kohn

Als u iets zou kunnen veranderen aan wat u heeft geschreven door de jaren heen, wat zou dat zijn?
Ik lees mijn werk nooit over. Maar voor een heruitgave moest een eerdere roman, Ons markeert niets, volledig gecorrigeerd worden. Daarvan herinnerde ik me dat er een kans in zat die ik niet waargenomen had. In het slot zou de arts in het verhaal de hoofdpersoon niet dood maar levend aantreffen. Dat zou het boek voor mijn gevoel oneindig versterken. Ik gebruik dit als voorbeeld als ik les geef in scenario schrijven in Brussel: wanneer het hele boek, de hele plot, draait om het sterven van iemand, overweeg dan om het uiteindelijk niet te doen. Want ik heb daar spijt van gehad, zeg ik dan altijd. Bij het herlezen wilde ik kijken of ik daadwerkelijk gelijk zou hebben gehad. Maar ik blijk precies dit te hebben gedaan! Ik wist dat niet meer! Mijn vroegere ik heeft me overtroffen.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Een boek waar ik stikjaloers op ben is Zona van Geoff Dyer. Het is een essay over de film Stalker van Andrej Tarkovski. Als die film je raakt behoor je meteen tot de familie van Stalker-liefhebbers. Voor veel mensen die Stalker gezien hebben is het het kunstwerk waarna je weet waar kunst voor is. Als schrijver wil je daar over schrijven, wil je op papier hebben wat die film zo onwaarschijnlijk mooi maakt. Het essay duurt zo lang als het kijken naar de film, volgt hem scène voor scène en ontwikkelt allemaal gedachtes erover. Het is ontzettend lenig en ideeënrijk – een essay dat ik graag gedacht zou willen hebben.

Wat is qua lezen uw ‘guilty pleasure’? En daarbuiten?
Als het een verslaving dreigt te worden, wordt het een ‘guilty’ pleasure. Als ik word geacht ergens aan te werken en iets af te maken lees ik op het verslaafde af alle Maigrets, Franse detectives van Georges Simenon. Ik rechtvaardig het voor mezelf enigszins door te doen alsof het werk is: ik onderstreep veel, maak voortdurend aantekeningen en ben van plan er ooit een groots Zona-achtig essay over te schrijven. Over de vaderfiguur, verslaafd zijn, Parijs en moorden oplossen. Maar ik geloof dat het allemaal een dekmantel is om iets te lezen dat ik weer vergeet; het is de zesde of zevende keer dat ik alle vijftig aan het lezen ben – ik heb een onwaarschijnlijk slecht geheugen. Ik denk niet dat er iemand zo graag leest als ik, en zo weinig onthoudt van wat hij leest. Maar goed, ik heb dan ook niet gestudeerd.

Buiten lezen: de serie Friends. Ik ben ook aan een essay over Friends begonnen. Ik wil niet dat ontdekt wordt dat ik daar geen weerstand aan kan bieden. Het zou kunnen zijn dat de man die Friends kijkt bezig is begeerte zich weer te herinneren. Maar dat is nog niet zeker.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Tonke Dragt met De brief voor de koning en Geheimen van het wilde woud. Dit zijn kinderboeken die al ruim een halve eeuw hebben overleefd. In Engeland – het land van de kinderboeken – beginnen deze boeken enorm geliefd te worden en dat vergroot de kans dat ze over een halve eeuw nog bestaan.

Wie zijn uw favoriete dichters?
Dat zijn de dichters waar ik steeds naar terugkeer, zoals Chris J. van Geel, de dichter die me wakker heeft gekust; Wallace Stevens, zijn ouderdomspoëzie; Czesław Miłosz, de Poolse dichter, in vertaling. Ook Borges vanwege het nadenkelijke, het vertogende. En verder Les Murray, Robert Browning, Ida Gerhardt en M. Vasalis.

Wat is de laatste zin die u heeft onderstreept?
‘In de lekbocht/ heb ik als kind een visotter gekend’ – een regel uit een kwatrijn van Ida Gerhardt.

Met welk van uw boeken heeft u de diepste band?
Het boek waar ik het dankbaarst voor ben en dat een soort orde heeft aangebracht is Waarom komt U ons hinderen? Een bundeling van essays over mijn literaire helden. Borges, C.S. Lewis, Pascal, Augustinus, Reve, Chesterton, Tonke Dragt, Endo, Girard, en nog een paar. In de vijf jaar dat ik zoekende was zijn zij van groot belang geweest. Ze hebben mijn hoofd als het ware getheologiseerd of gekerstend. Dit proces is bij mij enorm via lezen gegaan, hoe je over God moet nadenken. Geen van die schrijvers heeft me toen ik het boek dichtsloeg het gevoel gegeven dat ik precies wist wat ik moest geloven – zo werkt het niet. Ze hebben allemaal voor mij een formatteringsproces in werking gezet. Wat het verder speciaal maakt is dat ik erin boekstaaf hoe belangrijk literatuur en boeken voor mij zijn. Hoe belangrijk dat wat je lezend kunt doormaken is.

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: hij/zij heeft een punt?
Tuurlijk.

Heeft u verborgen talenten? Als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
Nee. Ik zou heel graag kunnen tekenen of muziek maken en ik heb voor alles de kans gehad, het geprobeerd, maar ik kan het niet goed genoeg. Het zou ook ontzettend ijdel zijn om te zeggen dat je voor iets anders, dat je niet hebt ontwikkeld, talent hebt. Want talent betekent niet alleen dat je aanleg hebt – een talent is dat wat je ontwikkelt. Dan kun je pas zien dat je werkelijk talent hebt. Daarom is het een redelijk rare en roekeloze gok als je jong bent en ergens vol voor gaat, want het is nog helemaal niet waar op dat moment. Hooguit herken je iets. Dat is iets ontroerends ook. Maar de overgave waarmee iemand iets doet is deel van het talent. Het beste wat je tegen een jonge schrijver kunt zeggen is dat er niemand op je wacht – veel mensen worden schrijver omdat ze geschreven willen hebben, schrijver genoemd willen zijn. Maar het gaat erom dat je wil schrijven.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.

a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?
Petrus uit de christelijke mythe. Met Jezus ga je niet eten. Maar ik zou wel met iemand gaan eten die aanwezig is geweest bij het laatste avondmaal. Bovendien is Petrus door de hele molen van de kruisiging heen gegaan als loochenaar en dat is waarom hij zo’n geweldig personage is.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
Over het laatste avondmaal, hoe het was met Jezus en over de gruwelijke nacht dat hij Jezus verried. En op welk moment begreep hij wat verrijzenis was? Want ik heb daar af en toe nogal moeite mee, ik zou wel wat antwoorden kunnen gebruiken. Ik stel me ook een tamelijk driftig persoon voor, dus ik zou ook willen weten wie hij nu was.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
‘Interessant’ is een vervelend woord. Ik ben het met de dichter Les Murray eens als hij zegt dat niets zo dodelijk is als iets interessant vinden. Als je iets interessant vindt is het eigenlijk nooit erg belangrijk. De oerknal, hersenen: erg interessant, niet zo belangrijk.

Het meest ware dat ik onlangs heb gelezen was in het boek dat ik net heb vertaald, van Christian Wiman, Radicaal licht. Het hartgrondig gevoel dat er niets op het leven volgt en dat er nergens een zingevende instantie bestaat, voedt juist je geloof. Deze twee hebben elkaar nodig. De gedachte dat je een soort ontlediging nodig hebt om vol te stromen met betekenis is een mystieke, en het is een erg ware gedachte. Het mystieke hangt samen met de nacht van het geloof, dat waar je doorheen gaat voordat het geloof je bereikt, als je alle hoop hebt laten varen. Deze spanning wordt in het boek uitgewerkt aan de hand van gedichten die soms heel radicaal dat eerste verbeelden en oproepen. Het oproepen van dat nihilisme is namelijk instrumenteel voor het ontvangen van geloof.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Oorlog en vrede, Misdaad en straf, en Harry Potter natuurlijk…

Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nooit gelezen? / welke filmklassieker nooit gezien?
Ik ben echt een klassieke lezer. Voor mij is de mededeling ‘dit is klassiek’ vaak een reden geweest om het te gaan lezen, omdat ik wil weten waarom iets klassiek is. Het is een grappige manier van lezen en heeft me fijne en zinnige leesuren opgeleverd. Als ik een klassieker niet heb gelezen heeft dat een goede reden en schaam ik me er ook niet voor. Ik schaam me er wél voor dat ik soms dingen goed vind omdát het klassiek is.

Wat moeten we met het kapitalisme?
De Belijdenissen van Augustinus lezen. Kapitalisme is de Apocalyps. Kapitalisme is onze Eindtijd. Alles wat onze tijd tot Eindtijd maakt hangt samen met het kapitalisme. Daarom moeten we de Belijdenissen lezen.

Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans? Anton Koolhaas.

Tsjechov of Alice Munro? Een belachelijke tegenstelling. Munro is de Tsjechov van nu.

Murakami of Ishiguro? Ishiguro.

Paolo Sorrentino of Wes Anderson? Wes Anderson. Sorrentino is een charlatan.

Freud of Lacan? Geen van beiden. Allebei zijn ze even dom op religieus gebied.


Onlangs is Willem Jan Otten genomineerd voor de Grote Poëzie-prijs, met zijn bundel Genadeklap