Yves Petry − ‘Ik wil geen romans zonder ideeën schrijven’ © Johan Jacobs

Waar lag de kiem voor uw laatste boek?
Mijn vorige boek werd afgedaan als cynisch en daarmee minder relevant, wat ik toeschreef aan een zekere politieke correctheid. Mijn onvrede daarover was tamelijk diep, heftig, en zelfs een beetje deprimerend. Je kunt wachten of dat gevoel overgaat, of je kunt er iets mee doen. Ik heb er iets mee gedaan in de vorm van deze moordfantasie.

Dat is de kiem, maar deze roman is niet in een vlaag van woede neergeschreven. Ik heb het hoofdpersonage Kasper Kind laten razen, dat is niet mijn eigen kwaadheid meer.

Ook in dit boek schrijft u over een witte man die zich verzet tegen de heersende normen en radicaliseert. Hoe verschilde het schrijven van dit verhaal van uw andere boeken?

Dit boek is het meest verwant met De maagd Marino. De hoofdpersonages van mijn laatste twee romans waren normaler, maatschappelijk meer ingebed. Ik laat hier met Kasper Kind weer de waanzin van binnenuit spreken. De wrevel van onaangepaste mensen die met een verlangen zitten dat ze niet kwijt kunnen in de wereld past mij.

Het object van de moordfantasie is Max De Man, een publiek figuur en moralist. Heeft u zelf ook een probleem met dit moralisme?
Ik vind dat enorm toegenomen in de media, in de jaren negentig was dat er nog niet in die mate. Toen heerste er meer een anti-establishment-sfeer. Moraliseren lieten we over aan de gevestigde machten. Maar nu nemen links georiënteerde en hoogopgeleide mensen zelf die rol op zich. Voortdurend met een vingertje zwaaien, foei zeggen en normen opleggen.

Het is geen moraal, het is moraliseren. De wereld wordt er geen sikkepit beter van. En de geestelijke vrijheid wordt aangetast.

Wat is het verschil tussen moraal en moraliseren?
Een moraal legt eisen aan jezelf op en bij moraliseren leg je vooral dingen op aan anderen. Dat laatste gebeurt vaak door mensen van wie je je afvraagt: wat heb jij van jezelf geëist? Welk offer heb je eigenlijk zelf gebracht?

De eis om samen te vallen met wat men preekt, de roep om authenticiteit, is dat niet juist iets van vandaag de dag?
Uiteraard valt een mens niet helemaal samen met wie hij zou willen zijn. Ik ben niet al te streng daarin, ik ken mijn eigen beperkingen. Ik zal dus niet te hoog van de troon spreken en andere mensen dingen opleggen.

Dat is wel het geval bij Max De Man. Hij is zo'n publiek figuur die zich op een hele opportunistische manier profileert met elk onderwerp dat zich daartoe leent. Maar eigenlijk is hij als mens maar heel doorsnee, met weinig echt concrete naastenliefde en begrip voor de medemens.

In de ogen van Kasper Kind, tenminste, die een verleden met hem heeft. Of het allemaal waar is, weten we natuurlijk niet. Maar hij bereidt zich voor op een moord, dus hij moet het een beetje eenzijdig voorstellen natuurlijk.

Kasper Kind wordt gedreven door een ultieme wens naar waarachtigheid. Ziet u een relatie tussen waarachtigheid en waanzin?
Ja, niet liegen is toch heel moeilijk. Als je het consequent volhoudt zal het slecht met je aflopen. Je zal toch compromissen moeten leren sluiten. Anders raak je in die mate onaangepast dat het gevaarlijk zou kunnen worden.

U bent wiskunde gaan studeren vanuit een verlangen naar het absolute. Vervolgens wisselde u naar de filosofie en studeerde af op kennis door onmiddellijk inzicht bij Spinoza. Nu schrijft u boeken. Wat vermag literatuur wat filosofie niet kan?
Van filosofie heb ik geleerd hoe vrij het denken kan zijn. We schrikken zo snel van buitenissige gedachten terwijl de geschiedenis van de filosofie vol staat met de meest anti-maatschappelijke en de meest onburgerlijke gedachten.

Er wordt van mijn boeken wel gezegd dat het ideeënromans zijn, maar ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn. De hoofdrolspelers zijn wel degelijk personages. Ideeën zijn alleen interessant in samenhang met de concrete omstandigheden waarin ze tot stand zijn gekomen. In de filosofie valt dat laatste vaak weg.

Aan de andere kant wil ik ook geen romans zonder ideeën schrijven. Verhaaltjes op zich interesseren mij niet. Die twee samenbrengen, ideeën in een verhaal, is mijn streven. Het is een kwestie van waarheidsliefde voor mij.

Komt het verlangen naar het absolute terug in uw boek?
Op negatieve wijze. Kasper Kind heeft wel herinneringen aan momenten uit zijn verleden waarin hij verlost was van zijn individualiteit, waarop hij zelf op het punt stond te verdwijnen. Paradoxaal waren dat misschien wel de momenten waarop hij het meest zichzelf was. Maar volgens hem zijn die nu voorbij. Want om zoiets te kunnen beleven moet je alleen kunnen zijn en dat lukt hem niet meer. Want overal zit mens.

Er zijn weinig auteurs die mij zoveel angst hebben ingeboezemd als Nietzsche

Herkent u dit gevoel zelf?
Ja, vroeger had ik meer het vermogen om alleen te zijn. In de natuur, maar ook in de muziek. Dat is nu veel moeilijker geworden, onmogelijk zelfs. Zulke momenten kunnen een bestaansgeluk schenken, al is het maar kort. Naakt in het zijn kunnen staan, los van alle waan van de maatschappij.

Je bestaat dan op een manier die niet sociaal is of op anderen is over te dragen. Maar toch ervaar je die toestand op dat moment en ook in de herinnering als de keer dat je het meest reëel was. De rest van het leven lijkt eigenlijk een soort droom.

Waaruit bestaat dat naakt-zijn dan?
Spinoza was weinig concreet over wat hij beschouwde als de geestelijk ideale toestand. Dat was wel frustrerend aan mijn thesis. Het enige voorbeeld dat hij gaf was nogal sec: twee maal drie is zes. Dat kun je van horen zeggen aannemen of op wetenschappelijke manier bewijzen. Maar je kunt het ook intuïtief inzien, in een flits van direct inzicht. Ik heb dat in verband proberen te brengen met het zen-boeddhisme.

Waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen?
Daar ben ik het niet mee eens. Daar mag je zeker over proberen te praten. Schrijven over het absolute zal altijd ontoereikend zijn. Daarvoor dient de taal misschien niet, maar daar mag je haar wel voor misbruiken.

Terugkijkend op uw oeuvre, is er iets dat u nu anders zou doen?
Fouten uit je oeuvre herstel je door er een nieuw boek aan toe te voegen. Ik heb elk boek naar het beste van m'n vermogen geschreven.

Als je dertig bent, heb je eigenlijk te veel inspiratie. En dat wil je allemaal kwijt in je boek. Nu laat ik makkelijker dingen weg. Vroeger wilde ik het ultieme boek schrijven. Inmiddels realiseer ik me dat het ultieme boek niet bestaat.

Wat dacht u toen met een boek te kunnen bereiken?
De wereld veranderen. Op een beslissende manier en in een voor mij gunstige zin.

En nu?
De lezer een beetje opluchten. Dat die zich bevrijd voelt door iets te lezen wat het gebruikelijke overstijgt. Niets is zo verschrikkelijk als de mens. Maar ook donkere gedachten kunnen blij maken.

Welk boek zou iedereen op z'n achttiende moeten lezen?
Ik wil Lolita van Nabokov wel aanraden. Ik ken weinig boeken die erotische verliefdheid op zo'n lyrische maar tegelijkertijd ook onsentimentele wijze beschrijven.

Achttien is een goede leeftijd om dat boek voor het eerst te lezen. Dan leest het als een prachtig en tragisch boek over onbeantwoorde verliefdheid. De vreselijkste maar ook meest meeslepende liefde die er is. Pas op latere leeftijd begreep ik wat voor een schoft Humbert Humbert eigenlijk is, ondanks het genie van zijn taal.

Welk boek heeft u het meest aan het twijfelen gezet?
Er zijn weinig auteurs die mij zoveel angst hebben ingeboezemd als Nietzsche. Ik las hem in mijn twintiger jaren en dat was heel bepalend voor wie ik werd. Waarheidsliefde is iets ontzettends eigenlijk. Ik voelde aan dat als ik op deze radicale, compromisloze manier zou denken en nooit zou liegen, mijn leven grandioos zou mislukken.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een wit laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen? En waar zouden jullie het over hebben?
De meeste personages uit de wereldliteratuur lijken mij geen prettig gezelschap, maar met Ulrich, de man zonder eigenschappen van Musil, wil ik wel een avond doorbrengen. Zijn soms geestige en altijd lucide mengsel van wereldbetrokkenheid en wereldvreemdheid spreekt me aan. We zullen dan praten over hoe de situatie van 1913 zich verhoudt tot nu. Hoe handhaven we onze metafysische verlangens in deze tijd?

Welke schrijver vindt u onderschat?
Thomas Bernhard wordt bij ons te weinig gelezen. Ik herken zijn inzet in de mijne. Literatuur dient om van het individu een intrigerend maar onoplosbaar probleem te maken. Eigenlijk hoort het niet te bestaan, een individu. Het is een irrationeel gegeven.

Welke schrijver is overschat?
Ik vind Houellebecq helemaal niks. Zijn stijl spreekt me niet aan. En zijn ideeën… Tja, dan lees ik zelf wel de krant.

Heidegger of Nietzsche?
Nietzsche. In Heidegger zit geen greintje humor.

Freud of Lacan?
Dan Freud. Die kan ik, en soms zelfs met plezier, zelf lezen. Lacan moet een ander me maar eens uitleggen.