22. de wildplakker

‘Wildplakken is een paal zoeken, stijfsel over je affiche smeren en hem ertegenaan plakken, terwijl je klaarstaat om weg te rennen. Zeker in het begin giert de adrenaline door je keel. De politie kan overal en altijd opduiken. Maar een echte wildplakker plakt gewoon door, ook al wordt hij honderd keer opgepakt. Het zit in je bloed, het is een verslaving.

Echt gevaarlijk is het niet. De plakkervangers van de Reinigingspolitie zijn doorgaans heel aardig. Zij doen ook maar hun werk. Als ze ziek zijn, sturen we ze altijd een kaartje. Veel vervelender is de echte politie. Hoewel de meeste agenten wel iets anders aan hun hoofd hebben, is het oppassen voor de jonge broekies. Die hebben nog nooit een crimineel gearresteerd en dat oefenen ze dan een beetje op ons. Helaas zitten er tussen dat grut een paar halve nazi’s. Vorige week nog hebben ze een vluchtende plakker van zijn fiets af gereden en met schaafwonden en al geboeid in de cel gesmeten. Die fiets was compleet total-loss. Dan slik je wel even.
Ons wildplakbedrijfje overleeft door geen enkele bekeuring te betalen. We beroepen ons op het recht op vrije meningsuiting, dat volgens ons wordt ingeperkt omdat er geen openbare ruimte is waar mensen meningen op kunnen uiten. De billboards en bushokjes zijn veel te duur voor onze klanten: houseparty’s, charitatieve organisaties en kleine theaters. Je kunt rustig zeggen dat het culturele leven in Amsterdam zonder ons zou instorten, omdat niemand er meer iets van zou weten.
Het probleem is dat we over een kam worden geschoren met de graffiti-jongens, vanwege artikel 12 lid a: “Het is verboden de openbare ruimte te bekladden en/of te beplakken.” Maar wij zijn toch geen schorem dat namen op deuren en glazen kladt. Wij verdienen een eerlijke boterham met het opfleuren van lelijke palen en elektriciteitshokjes.
De kritiek op mijn bedrijf is dat we geen andere wildplakkers tolereren. Maar ja, er is nu eenmaal maar een openbare ruimte, en die hebben wij al volgeplakt. Als er dus iemand over ons heenplakt, moeten wij die posters er weer van af trekken. Anders worden onze klanten boos. Vandaar dat wij iedereen vriendelijk doch dringend verzoeken om al het werk over te laten aan ons. Want als wij de markt van de vrije meningsuiting niet zouden monopoliseren, zou er een plakkersoorlog onstaan. Daar is niemand bij gebaat. Natuurlijk zouden we het liefst gewoon met vergunningen werken.
Jammer genoeg denkt wethouder Guusje ter Horst daar anders over. Die wil de binnenstad per se schoon krijgen. De Reinigingspolitie heeft ze al uitgebreid tot 28 man, die momenteel in burger dag en nacht plakkers vangen. Binnenkort gaan ze ook samenwerken met Parkeerbeheer en met de stadswachten. Door Guusje is het geen spannend spelletje meer. Wij staan gewoon tegenover een overmacht. Maar we gaan door. Sinds kort zitten we ook op het Internet. Dat is eigenlijk een grote openbare ruimte, maar dan zonder politie. Al zal die vanzelf wel komen opdagen. Zo houden we elkaar een beetje bezig.’