24. de bobcat

‘Ik kom uit socialistisch Groningen. Mijn overgrootvader heeft de SDAP nog helpen oprichten. Als kind was ik dus vruchtbare grond voor een protestzanger als Bob Dylan. Daarbij: als je een puber bent in de sixties, blijft Dylan gewoon in je brains hangen. Bij mij gaat dat nog wat verder: als ik met mensen praat, schiet er constant Dylan-poezie door mijn hoofd. Dat zeg ik dan ook: “How does it feel to be on your own, with no direction home, like a complete unknown, like a rolling stone.” Tja, als langdurig werkloze kom je daar vanzelf op. Laatst zag ik wat Amsterdammertjes en zei ik onwillekeurig: “Don’t follow leaders, watch the parking meters.” Die regels zijn gewoon in mijn hersenen gebrand. Vandaar ook dat ze me “Crooning” Koos noemen.

Ik begon Dylan pas echt te verzamelen nadat hij in 1978 voor het eerst een concert had gegeven in Nederland. Ik was er met een vriendinnetje, dat plotseling ziek werd en wilde dat ik haar naar huis bracht. Toen bleek onze liefde toch niet zo sterk. Man, ik had jaren op ome Bob zitten wachten. Dan ga ik toch zomaar niet weg! Daarna begon ik van alles te verzamelen, bootlegs en concertbanden enzo. Daar zit inmiddels zo veel geld in dat ik er mijn huis van had kunnen laten verbouwen. Ja, dat zegt mijn vriendin hoor. Ze is een lieve schat, maar geen Dylan-fan. Zij houd van Queen. Dat vind ik weer kloterige muziek. Maar ja, ieder zijn muziek. “You better start swimming, or you’ll sink like a stone. For the times, they are a-changing.”
Zo'n verzameling is echt een verslaving: je moet de collectie compleet houden. Vorige week nog legde ik de hand op een bootleg-cd uit 1966 die door royalty- problemen nooit legaal is uitgebracht. Nu is het onder Bobcats gebruikelijk dat je alles aan elkaar doorspeelt. Dus wat doe ik elke avond? Ik steek cassettebandjes in een tapedeck en neem die cd op. Later krijg ik daar wel weer wat voor terug.
Grappig genoeg heb ik mijn huidige baan als sociologisch onderzoeker ook te danken aan Bob. Ik was eind jaren tachtig een beetje timide op weg naar een goedkope hap, toen er opeens iemand brulde: “Ik dacht dat ik jou zaterdag wel bij Dylan zou zien!” Dat bleek een oude studievriend te zijn. Ook een Bobcat, en die tipte me op een onderzoek naar langdurige werkloosheid door het Sociologisch Instituut. Vervolgens bleek de baas daarvan, Kees Schuyt, ook een Dylan-fan te zijn. Kan je nagaan hoe Bobby mensen bij elkaar brengt.
Ik maak me wel vaak druk over de manier van werken hier. Kijk, sociologen bestuderen de samenleving door boekjes te lezen. Maar leer je van al dat categoriseren ook wie je onderzoekssubjecten zijn, hoe ze zich voelen? Nee! Ik denk wel eens: “If my thought dreams could be seen, they’d probably put my head in a guillotine, but it’s allright ma, I’m only bleeding.”
Ach, donderdag 20 juni speelt Dylan in Utrecht. Dat sterkt me weer. Want wat ik ook zeg, “I ain’t lookin’ to compete with you,/ Simplify you, classify you,/ Deny, defy or crucify you,/ All I really want to do/ Is, baby, be friends with you.” ’