FRANS KELLENDONK, MYSTIEK LICHAAM

25 jaar Mystiek lichaam

Frans Kellendonk, Mystiek lichaam, € 10,95

We associëren Mystiek lichaam van Frans Kellendonk met het eerste, nerveuze aidsdecennium. Maar de ziekte die alle personages in zijn greep heeft is eerder zelfhaat dan aids.

Het is wonderlijk na lange tijd een roman te herlezen die bij verschijning veel opschudding veroorzaakte. Waar kwam al die drukte vandaan? Frans Kellendonks Mystiek lichaam verscheen in 1986, misschien het laatste jaar dat serieuze lezers zich nog boos konden maken over literatuur. Het oneindig grotere kabaal rond Rushdie’s The Satanic Verses, een paar jaar later, werd opgeklopt door een publiek dat nog nooit de binnenkant van een boek had gezien. Nog steeds is er volop opwinding over literatuur, veel meer dan in de tijd van Mystiek lichaam, maar het blijft altijd bij de goed geregisseerde sensatie van een hype.
Kellendonk, schuw en fel tegelijk, en altijd bedachtzaam, was geen schrijver voor een groot publiek. Zijn debuut Bouwval kreeg zulke mooie besprekingen dat iedereen die gaf om literatuur het boek ging lezen, net als de debuutbundel van Oek de Jong, De hemelvaart van Massimo, ook in 1977 verschenen. Eigenlijk was Kellendonks reputatie jarenlang gestoeld op zijn debuut, want latere titels als Letter en geest en Namen en gezichten gaven vooral aan dat de schrijver op zoek was naar een onderwerp. Naast zijn literaire werk werkte hij los-vast aan de universiteit, hij vertaalde Engelse en Amerikaanse literatuur en, het moest ervan komen, hij liet zich als writer in residence naar de binnenlanden van Amerika uitzenden, in de hoop dat hij daar materiaal vond. Hij vond er de ziekte die hem zou slopen. En dat werd meteen zijn onderwerp.
Naar de huidige normen zou Kellendonk vóór de verschijning van Mystiek lichaam worden aangemerkt als een belangrijke schrijver die er maar niet in slaagde een belangrijk boek te schrijven. Alleen golden die normen toen nog niet. Toch is het is de vraag of Kellendonk zich had kunnen aanpassen aan het klimaat van de jaren negentig en later. De dikke boeken, het circus rond de literaire prijzen, de almacht van de televisie. Ik heb er een hard hoofd in. Ik zie Kellendonk niet in een studiodecor zitten vertellen dat Mystiek lichaam ‘eigenlijk’ een autobiografisch verhaal is waar hij in het reine komt met zijn familie, zijn homoseksualiteit en - de camera sluipt dichterbij - de ziekte waaraan hij in 1990 zou bezwijken. Het zou een beschamende reductie van zijn werk zijn, maar het is wel de prijs die een schrijver nu moet betalen wil hij het publiek buiten de literaire grachtengordel bereiken.
Toen Kellendonk aan het eind van zijn werkzame leven in de Leidse Pieterskerk intimiderend erudiete lezingen hield over Vondel leek het erop dat hij een laatste poging deed veiligheid te vinden in de academische moederschoot, omdat hij het als romanschrijver alleen niet zou redden. Maar dit is allemaal speculatie die hij niet op prijs zou stellen. Het is hem nooit gevraagd.
Wanneer een schrijver doodgaat, blijft hij voorgoed een kind van zijn tijd, een lot waaraan alleen de allergrootsten ontsnappen. Mystiek lichaam is Kellendonks ontsnappingscapsule. Zijn andere fictie draagt het stempel van de Revisor-jaren tussen 1975 en 1985. Koket, onderkoeld proza in steeds dunnere boekjes die, zoals Maarten ’t Hart destijds met leedvermaak constateerde, wezen op een gebrek aan materiaal. Mystiek lichaam brak met die cerebrale esthetica. Het is een roman die weliswaar onderkoeld begint, maar weldra uit zijn voegen barst van overvloed. Hier is een schrijver aan het woord die geen gêne heeft over de banaliteit van zijn materiaal. Hij glorieert erin.
Het kost weinig moeite de conventionele zedenkomedie te reconstrueren die de ruggengraat vormt van Mystiek lichaam. A.W. Gijselhart, een 68-jarige huisjesmelker, woont alleen in zijn tot vesting omgebouwde boerderij annex schroothoop, de Doornenhof. Hij brengt zijn dagen door met het tellen van zijn centjes, want hij behoort tot de minima der miljonairs die altijd moeten opletten om die zes nullen vast te houden. De euro zou hem hebben geruïneerd. Geld is zijn religie, tot zijn leven nieuwe inhoud krijgt wanneer zijn wispelturige dochter Magda, koosnaam Prul, op het nest terugkeert.
Het is niet de eerste keer dat deze interniste, die praat als 'een lange denderende nachttrein’, met hangende pootjes thuiskomt. Maar deze keer is ze zwanger en het lijkt erop dat huize Gijselhart voortaan drie generaties zal herbergen. Het kost Prul enige tijd om Gijselhart te vertellen wie de vader van het kind is. Het gaat om een oudere collega van Prul, die niet alleen in de financiële problemen is geraakt, maar wat Gijselhart nog meer stoort: hij is joods. Hij is van een ander soort.
Wanneer Bruno Pechman eindelijk in zijn blauwe jaguar de Doornenhof komt bezoeken, wordt hij opgewacht met een dubbelloops buks. Opgewacht door de zoon des huizes, Leendert, beter bekend als Broer. Die heeft jaren verkeerd in de wereld van de postmoderne kunst, in New York, waar namen en reputaties fluctueren als beurskoersen. Op een gegeven moment heeft Broer zelfs een ingenieus systeem van kunstspeculatie ontwikkeld dat hem net zo rijk moet maken als zijn vader. Het plan mislukt. Als een berooid man keert hij terug naar de Doornenhof, en de familie is weer compleet.
Sommige delen van Broers verhaal laten zich bijna lezen als een Amerikaanse roman uit de jaren tachtig, inclusief de hardboiled dialoog (in het Engels) die we kennen uit het dirty realism dat toen in de mode was. Het vloekt wat met de bijbelse symboliek van namen als Doornenhof. Het zijn niet de meest overtuigende passages in Mystiek lichaam, al is het wel interessant om te zien dat een schrijver op de top van zijn kunnen zich nog zulke stijloefeningen veroorlooft. Zonder ze later te schrappen. Mystiek lichaam gaat pas op volle sterkte loeien wanneer Broer vertelt over de ziekte die zijn grote liefde, de 'rijpere jongen’, sloopt. Opeens gaat de taal glinsteren en het proza krijgt een zingende rijkdom. Dat is omdat de dood op de loer ligt.
De heibel over Mystiek lichaam kan vooral worden toegeschreven aan Gijselharts gekanker op Pechman, de onzichtbare jood, en het onvermogen van sommige critici te begrijpen dat Kellendonk wel Gijselharts tekst schrijft, maar die niet noodzakelijkerwijs onderschrijft. Aad Nuis had het in de Volkskrant over 'ongerechtvaardigde’ en 'geborneerde opmerkingen’ van bepaalde personages. Alsof er in de literatuur alleen verstandige figuren rondlopen.
Het is het vaste recept bij literaire schandalen. Een auteur wordt vereenzelvigd met de gedachten van zijn personages, terwijl een auteur hooguit valt te vereenzelvigen met de portee van zijn hele roman. En probeer die maar eens te achterhalen, te midden van alle 'ideeënmuziek’, zoals Kellendonk het noemde. Zo vroeg de boekenredactie van NRC Handelsblad zich 25 jaar later af of Mystiek lichaam misschien wel Nederlands 'katholiekste roman’ was, waarbij in het midden werd gelaten wat zo'n typering eigenlijk betekent.
Mystiek lichaam is een roman die slecht in vakjes past en de lezer hinderlijk blijft volgen, tot de laatste pagina met Broers 'hoogliedje op de dood’. We associëren Mystiek lichaam met het eerste, nerveuze aidsdecennium, maar de ziekte die iedereen in de roman in zijn greep heeft is de zelfhaat. Niemand in dit verhaal leeft in liefde. Gijselhart houdt alleen van zijn geld, en, vooruit, hij houdt van zijn dochter Prul. Vooral omdat ze zo'n domme muts is. Hoe dit warhoofd het in de jaren zeventig tot internist kon schoppen, als vrouw nog wel liefst, is een vraag die Kellendonk aan de lezer overlaat.
Broer haat zichzelf en de manier waarop de homoseksualiteit hem op een zijspoor heeft gerangeerd. In Mystiek lichaam neemt aids de gedaante aan van een gerechtvaardigde vergelding van de natuur. Een nemesis. We moeten heengaan en ons vermenigvuldigen. Anders heeft het leven geen zin. Elk zelfhulpboek zal zeggen dat je van jezelf moet houden wil je van een ander kunnen houden, maar aan dat verhaal doet Kellendonk niet mee. Hij keert dit moderne gebod om. In Mystiek lichaam is er geen liefde zonder zelfhaat, en hoe groter de haat, hoe groter de liefde. Daarvan getuigt Broers haat-liefde voor de rijpere jongen.
De liefde van Broer en de rijpere jongen wordt voorgesteld als een hemels huwelijk, maar een toekomst heeft dat niet, want de natuur staat er niet achter. Het maakt geen deel uit van 'de geschiedenis van het vlees’. Volgens een nogal vestdijkiaanse beeldkronkel worden homo’s in Mystiek lichaam steeds omschreven als ruimtevaarders die hun manoeuvres volbrengen in gewichtloze toestand. Artificieel en steriel. Parodieliefde. En zo zou Mystiek lichaam kunnen worden gelezen als een manifest van homoseksuele zelfhaat, net zoals Philip Roth’s Portnoy’s Complaint wel werd gelezen als een uiting van joodse zelfhaat. 'Flikkerij en jodendom, dat was van hetzelfde overbodige laken een pak.’ Homo’s zijn de joden van de seksualiteit.
Mystiek lichaam is de laatste roman van een schrijver die leed aan aids, waar toen nog helemaal niets tegen was opgewassen. Kellendonk was ten dode opgeschreven. En toch zijn er weinig grote romans in onze literatuur die zo teder en indringend reppen van de voortplanting en kleine kinderen. Tussen 1985 en 1996 ging een hele generatie schrijvers (de generatie na Kellendonk) aan de kinderen, en er zijn heel wat kokette boekjes geschreven door die jonge vaders. Maar geen komt ook maar in de buurt van de diepgang van Kellendonk. Het is een lofzang op de liefde die rond de wieg opbloeit.
Dit maakt Mystiek lichaam tot zo'n enerverend en, voor sommigen, aanstootgevend boek. Het is tegen het leven maar ook ervoor. Het idealiseert de liefde als een broze vaas die uit de hemel is getuimeld. Maar het laat ook zien hoeveel nijd er onder de mantel der liefde schuilt. Het is het boek van een schrijver die het hooglopend met zichzelf oneens is, en die geen tijd voor verzoening meer heeft. Er komt ook geen enkel sympathiek personage in Mystiek lichaam voor, al heeft een hufter als Gijselhart nog de beste kaarten. Al met al denk ik dat Mystiek lichaam nu nog minder kans zou hebben op een goed onthaal dan 25 jaar geleden.

FRANS KELLENDONK
MYSTIEK LICHAAM
Athenaeum-Polak & Van Gennep (2008), gebonden uitgave, 202 blz., € 10,95