27. de whizzgirl

‘Toen ik tien was, raakte mijn vader verslingerd aan een home-computer. Avond aan avond staarde hij naar zijn Philips P2000 en in het weekend zaagde hij mij en mijn moeder door over alle geinige dingetjes die hij daarmee uithaalde. Daardoor vond ik computers jarenlang afschuwelijk. Enge machines die mensen veranderen in kluizenaars, waar alleen maar wartaal uitkomt.

Totdat mijn vader mij een modem gaf. Met een modem kan je tegen lokaal telefoontarief communiceren met computergebruikers over de hele wereld. Die mensen bleken allerlei nieuwsgroepen te hebben waar ze info uitwisselden en met elkaar praatten over hun hobby’s en zo. Hartstikke leuk, en voor ik het wist sloeg ik aan het e-mailen, downloaden en online ouwehoeren met Jan en alleman op de planeet. Zodanig dat mijn toenmalige vriendje zei: zou je niet eens sociaal doen? Maar het Internet is juist heel sociaal. Er ontstaan vaak heel intieme contacten. Het is zelfs zo dat iemand die in Tokio twee keer per dag mijn e-mail leest, voor mij veel dichterbij voelt dan mijn buurman waarmee ik af en toe een praatje maak in het trappenhuis. De wereld wordt er een stukje kleiner door.
Vreemd genoeg beweren sommige journalisten dat Internet voor meisjes een grote ongewenste-intimiteitenorgie zou zijn. Dat is echt onzin. Omdat het Net nog heel pril is, vind je er nu eenmaal voornamelijk jonge mannelijke techno-freaks. Allicht hoor je als loslopend meisje dan wel eens wat, maar moet je eens alleen over straat lopen - wat je daar allemaal naar je hoofd krijgt geslingerd.
Vrouwen vinden Internet vanzelf wel. Computers zijn snelle en spotgoedkope communicatie-apparaten, waarmee je in een handomdraai informatie uit de hele wereld kunt opvragen. Aangezien dit gewoon erg handig is, zullen Internet-gebruikers snel een afspiegeling worden van de hele bevolking.
Natuurlijk kan nieuwe technologie altijd op twee manieren worden gebruikt: ten goede en ten kwade. Allerlei verboden informatie migreert bijvoorbeeld via het Net naar landen waar het wel mag. Zo kraamt CP86 haar racistische propaganda tegenwoordig uit via een Web-site in Amerika. En porno die in Amerika verboden is, zet men dan op Internet-computers in Nederland. Daar is geen nationale wet tegen opgewassen. Het aardige van Internet is wel dat als je het ergens in deze global village niet met iemand eens bent, je altijd je eigen mening kunt teruggeven. Discussie neemt zo de plaats in van censuur.
Toch is de angst voor het Net nog groot. Mensen denken dat het hun vrijheid zal inperken, dat computers de wereld zullen gaan regeren. Laatst stonden de kranten er bol van dat er in Nijmegen een Internet-verslaafde was opgedoken. Meteen ging de KRO-ontbijttelevisie op zoek naar iemand die hen kon vertellen hoezeer je afstompt van computers. Ik dacht: Wat? Weet je waar je pas van afstompt? Van ontbijttelevisie!’