2Doc Kort toont de menselijke kant van groot structureel onrecht

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Vandaag: het tweeluik Videobrieven over crises en hoop in 2Doc Kort.

Marina Litvinovich in Moskou en de familie Makhlouf in Beiroet lijken weinig meer gemeen te hebben dan dat ze zondag bij HUMAN te zien zijn. Als hoofdpersonen in elk een eigen 2Doc Kort: videobrieven van ruim twaalf minuten. Een formule die gestart is door Jos de Putter voor De Correspondent op internet. Al enige tijd zendt ook de televisie die formule uit – prima idee. Want in kort bestek kom je letterlijk en figuurlijk binnen bij personages die betrokken zijn bij een belangrijke gebeurtenis of ontwikkeling die je in het journaal voorbij zag komen als een van de vele nieuwsitems. ‘Nieuws’ wordt zo tot ‘mensenverhaal’ en raakt dieper. Bovendien: ‘nieuws’ raakt vaak al snel uit het geheugen en de functie van 2Doc Kort is ook die van ‘hoe is het nu met…?’ Zo bekeken hebben Litvinovich en Makhlouf dus veel meer gemeen: ze tonen, na een opzienbarend gebeuren, hoe het nu gesteld is met hen zelf en hun gemeenschap. En ze hameren op groot, structureel onrecht waar zij en velen met hen slachtoffer van zijn.

Hoofdstuk I. Winter in Moskou

Masha Novikova, Russisch-Nederlands regisseur, maakte het portret van Marina Litvinovich. Een van de ‘Werken van Barmhartigheid’ in het Nieuwe Testament is ‘de gevangenen bezoeken’ (al herinner ik me zelfs ‘bevrijden’). Dat is precies wat Marina doet, maar bepaald niet namens de Russisch-Orthodoxe Kerk. Ze stelt zich voor: sinds 2003 lid van de oppositie tegen het Putin-bewind. ‘Geen enkel resultaat behaald behalve dat ik geregeld in elkaar geslagen ben, eindeloos vaak ben gearresteerd en op alle zwarte lijsten sta.’ Een verbitterde vrouw, zou je denken. Nou nee. Ze is lid van de ‘commissie van toezicht op gedetineerden’ en heeft kennelijk meer recht op toegang tot gevangenissen en gevangenen dan gewone burgers (wat me verbaast, gezien de systematische rechtsverkrachting, maar dat laat weer de complexiteit van de werkelijkheid zien). Het vrijwilligerswerk (meer dan een volledige baan trouwens) doet ze met overgave. Sterker, met plezier (‘ik merk dat ik van de gevangenis hou’). Steekje los, zou je zeggen, en manlief en zoons begrijpen er ook weinig van, maar als ze al gek zou zijn, dan toch als een ‘zuivere dwaas’ en in alles wat ze doet volstrekt bij zinnen en onvermoeibaar pragmatisch. ‘Het is ook moeilijk uit te leggen, zegt ze lachend, maar dat doet ze wel en helder: ‘Onze commissie is voor de gevangenen het raam naar de buitenwereld. Bovendien weet die wereld via ons van hun toestand.’ Dus een venster van buiten naar binnen. Het is duidelijk, Marina’s cliënten zijn overwegend politieke tegenstanders van bewind, Kremlin en de man wiens naam je beter niet kunt noemen behalve in lofprijzing.

Om de zwaarte maar meteen duidelijk te maken, geldt haar eerste bezoek Pavel Zelenski. Cameraman bij Navalny’s anti-corruptieorganisatie werd hij de dag voor Navalny’s terugkeer naar Rusland gearresteerd. Vanwege razende tweets die hij plaatste na de zelfverbranding van journaliste Irina Slavina, die jarenlang was getreiterd door justitie en politie van Nizjni Novgorod vanwege haar kritische berichtgeving over de autoriteiten. Op de site Raam op Rusland lees ik dat de woede van Zelenski in die stad nauwelijks werd gedeeld: 150 mensen kwamen protesteren. Wat meteen het grootste ‘succes’ van het regime is: mensen kijken weg. Zelenski had juist ‘ons allemaal’ opgeroepen in opstand te komen. ‘Ik haat je, Putin. Jij zit hier achter.’ En toen, maanden later, was hij dus gearresteerd. En had hij tegen Marina, op bezoek, gezegd: ‘Normaal probeer ik jou te vangen in mijn camera; nu ben ik zelf gevangen’. Bitter.

Ze bezoekt ook Sergej Foergal, tot zijn arrestatie gouverneur van de provincie Chabarovsk, Oost-Siberië. Nadat hij Putins kandidaat had verslagen. Lid van de ultranationalistische partij van Zjirinovski, dat dan weer wel, maar dat beschuldigingen van moord tegen hem twintig jaar na dato kwamen, wijst op achterliggende motieven. Het blijkt slecht met hem te gaan, ook al omdat hij meer dan acht maanden geen contact heeft mogen hebben met zijn familie: psychische marteling noemt hij het zelf. En ja, zo zijn onze manieren, wie en wat hij ook moge zijn.

Dan komt Navalny terug. Een open deur, ik weet het, maar de schaamteloosheid van een staat die een tegenstander probeert te vergiftigen en hem later arresteert omdat hij zich niet op tijd heeft gemeld omdat zijn leven gered moest worden in het buitenland. Ook hier kunnen we zeggen: ‘mensen kijken weg’, maar gezien de grote demonstraties waren dat er toch wel minder. De massa-arrestaties daarna schiepen een nieuw probleem: geen plek in de gevangenissen. Waardoor tallozen dagenlang in bussen werden rondgereden, zonder wc, zonder drinken en met nauwelijks eten. Tot sommigen gedumpt werden in een complex in aanbouw, zonder matrassen, waterleiding et cetera. Marina heeft overwerk voor deze nieuwe categorie arrestanten: jong, nooit in aanraking met politie geweest en al helemaal niet voorbereid op de bereidheid tot grof geweld van de politie als ze zich gaan verzetten. En op het afnemen van hun telefoons, zonder welke deze generatie… We zien nog foto’s van ze als ze er stoer en trots iets van proberen te maken. En sommigen zullen ook werkelijk die Navalny-onverzettelijkheid hebben. Maar lang niet allemaal, en hoe langer het duurt… We gaan met Marina naar de supermarkt om enorme hoeveelheden drinkwater in te slaan waarvoor ze geld heeft ingezameld.

We leggen nog bloemen op de brug bij het Kremlin waar Boris Nemtsov zes jaar geleden is vermoord (‘hij was mijn vriend’) en krijgen gelukkig niet te zien hoe de politie die steeds opnieuw weghaalt (herinner ik me). Ten slotte naar de gevangenis waar Navalny zit. Ten tweeden male wordt ze niet toegelaten. Eenzaamheid zal zijn grootste gevaar zijn, zegt ze. We weten dat hij inmiddels in een kamp zit waar alles in het werk gesteld wordt hem alsnog stuk te krijgen, dit keer psychisch. En Marina? ‘Ik ging de politiek in om de wereld te verbeteren. Nu help ik mensen echt, daar word ik gelukkig van.’ Bizar? Misschien, maar ze behoort tot de ware rechtvaardigen, lijkt me.

Hoofdstuk II. God geeft geen geld

Libanees regisseur Mahmoud Kaabour filmt de familie Makhlouf die door de grootste niet-nucleaire explosie uit de wereldgeschiedenis (haven Beiroet, 4 augustus vorig jaar) zwaar getroffen werd, al behoren moeder, vader en dochter Yasmina (10) niet tot de 207 doden. Hun huis een puinbak, al is dat bij sommigen nog erger, zegt moeder Nicole die het woord voert. Wat ze indrukwekkend doet, in zinnen die soms duidelijk maken dat taal in het Midden-Oosten beduidend bloemrijker kan zijn dan de onze. Bankemployee is ze. Vader Naji fitnessinstructeur. Ze hadden een goed leven, materieel en met elkaar: man en dochter zijn haar leven: ‘Ik adem dankzij hen’. Ze was niet thuis toen. Yasmina was gelukkig buiten de stad bij tante. Als ze de chaos, thuisgekomen, ziet, roept ze vergeefs om Naji. Hij is er wel, onder een deur, buiten bewustzijn, met gekraakte schedel. Ze begreep niet waarom de buren niet kwamen helpen, pas later beseffend dat die, in shock en onder het bloed, tot niets in staat waren. Naji, in het ziekenhuis met zware operaties van de dood gered, is een wrak, fysiek en geestelijk. Yasmina, gek op haar vader, lijdt zichtbaar als ze hem moeizaam zijn verhaal hoort doen. Ze verhuizen uit het ziekenhuis naar een hotel voor zolang ze zich dat kunnen permitteren. En zolang het appartement niet bewoonbaar is. Maar hoe en met welk geld moet alles hersteld? De regering, verantwoordelijk voor de catastrofe, geeft nooit thuis. Hulp hoeven ze niet te verwachten, tenzij van ngo’s. En dat vindt Nicole een gruwelijke schande: ze zijn bijna alles kwijt, waaronder perspectief: de buurt is dood. Moet ik bidden om geld? Maar god geeft dat niet en van niemand kun je lenen want iedereen is getroffen. En dan zijn we nu bedelaars bij het buitenland. De bureaucratie is onbetrouwbaar, incompetent en corrupt. Ze verklaren bewoonbaar wat onbewoonbaar is, en andersom. Tussendoor zien we flitsen van woedende demonstraties. ‘De wijk Mar Mikhael is getroffen qua stenen en mensen’, zegt Nicole. ‘Ze hebben onze waardigheid vertrapt.’ Naji heeft het heel zwaar gehad. ‘Nu ben ik verdoofd’, zegt hij. Het is gruwelijk. Het enige wat ik kan bedenken is geld storten, zoals ik deed na de klap. Of moet ik dat niet doen omwille van Nicole’s waardigheid? Videobrieven over crises en hoop noemt HUMAN toch het tweeluik.


2 Doc Kort, HUMAN, zondag 4 april, NPO 2: Winter in Moskou, 21.05 uur; God geeft geen geld, 22.55 uur