Moord, antidepressiva en agressief gedrag

3,8 liter bier, twee pillen en een dode

Leiden antidepressiva tot agressief gedrag? Een nog niet gepubliceerd, uniek onderzoek in een moordzaak voedt de discussie. Gevoelige materie in een mondiale miljardenbusiness.

Ids Idsardi (1964) woont jarenlang met zijn vrouw Trienke en hun drie kinderen in het Friese Harkema, waar hij een las- en reparatiebedrijf runt. Een vriendelijke man. Naar eigen zeggen nooit gewelddadig. Zijn grootste zwakte is bier. Hij noemt zichzelf een gewoontedrinker.

In 2007 raakt zijn leven ontregeld door onverwachte relatieproblemen. Trienke blijkt verliefd op Meindert, een dorpsgenoot, die is gescheiden van zijn vrouw Murkje, die op haar beurt weer een goede vriendin van Trienke is. Idsardi raakt overspannen en depressief. Eind oktober meldt hij zich bij zijn huisarts, die hem het antidepressivum paroxetine voorschrijft.

Paroxetine remt de heropname van serotonine. In 1987 was fluoxetine (Prozac) de eerste van dergelijke antidepressiva, ssri’s genaamd. Paroxetine volgde al snel. Volgens de farmaceutische industrie is deze nieuwe generatie antidepressiva volkomen veilig. ssri’s zijn een wereldwijd succes. Ze bestrijden depressies, angststoornissen en een aantal andere psychische klachten. De meeste bijwerkingen zijn onschuldig van aard. Maar er zijn ook meldingen van agitatie (opwinding) en acathisie (innerlijke onrust). Critici vinden dat artsen ssri’s terughoudender zouden moeten voorschrijven.

Idsardi krijgt eerst vijftien tabletten à twintig milligram. In november nog eens dertig stuks. Hij heeft geen idee hoe de pillen gebruikt moet worden. Zegt hij achteraf. Hij slikt de paroxetine onregelmatig. En sporadisch. Elf pillen in veertien weken. Idsardi: ‘Als ik me een dag rot voelde, nam ik er een.’ Tegen het protocol. Het is hem niet door de huisarts verteld. Zegt hij.

Idsardi is mede terughoudend omdat de pillen slecht vallen – wat normaal is in de beginfase. Hij voelt zich enkele uren na inname steevast onrustig, opgewonden en gejaagd. Suïcide­gedachten. Onverklaarbare woede­uitbarstingen. Harkloppingen. Hij trekt niet bij de huisarts aan de bel.

Zondag 13 januari 2008 slikt hij voor het eerst sinds weken weer eens een paroxetinepil. De relatiecrisis is uitgemond in een scheiding. In de kroeg spoelt hij zijn verdriet weg met bier. Thuisgekomen ontstaat irritatie met Trienke over een futiliteit, waarna Idsardi zijn vrouw plotseling naar de keel grijpt. Een regelrechte wurgpoging. Uit het niets. De volgende dag schrijft de huisarts het kalmeringsmiddel oxazepam voor. Opnieuw blijft Idsardi wekenlang van de paroxetine af. De oxazepam voldoet goed.

Tot vrijdag 1 februari 2008. Die middag zit hij vanaf 16:00 uur in het café. Sentimenten en frustraties over het gestrande huwelijk steken de kop op. Tussen 18:00 en 20:00 uur slikt hij thuis twee tabletten paroxetine. De oxazepam is op. Idsardi: ‘Ik nam er twee omdat ik dacht dat ze minder sterk waren dan oxazepam.’ Hij eet wat en gaat terug naar het dorp, waar hij nog enkele kroegen bezoekt. Tussen 16:00 en 23:15 uur drinkt hij in totaal 3,8 liter bier, zo zal later worden berekend.

Op de terugweg naar huis passeert hij het huis van Meindert. Als hij ziet dat Trienke bij hem is, knapt er iets in Idsardi.

Thuisgekomen voelt hij zich extreem opgewonden en onrustig. Hij belt Trienke. Maar van een fatsoenlijk gesprek is geen sprake. Dan pakt hij in de loods een antiek pistool (bouwjaar 1898) van een spant: ‘Ik zei steeds rustig rustig rustig tegen mijzelf maar dat lukte niet.’

Hij rijdt naar Meindert. Hij schiet de man, en Trienke, zijn Grote Liefde, neer. Ze overleven de aanslag op wonderbaarlijke wijze, maar dat weet Idsardi niet. Hij scheurt naar het nabijgelegen Kootstertille, waar hij kort na middernacht ook Murkje neerschiet. Hij houdt haar medeverantwoordelijk voor alle ellende. Zij overlijdt wél.

Daarna rijdt Idsardi richting Duitsland. Compleet in de war. Tanken mislukt omdat hij geen pincodes kan reproduceren. Over de grens parkeert hij zijn auto langs de weg en zet het pistool tegen zijn slaap. Maar het lukt niet de trekker over te halen. Even later wordt hij overmeesterd door een arrestatieteam.

Tijdens de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak hoort de rechtbank in Leeuwarden meerdere experts als getuige over de mogelijke rol van paroxetine. Toxicoloog-farmacoloog Donald Uges verklaart dat er geen enkele wetenschappelijke relatie gelegd kan worden tussen paroxetine en agressie dan wel dwang­gedachten over geweld. Dat er agressie voorkomt bij gebruikers van paroxetine zou ook kunnen worden verklaard uit het feit dat zich onder hen een grote groep mensen bevindt die rancuneus, depressief of ten einde raad is. Ook zonder paroxetine zouden mensen uit die groep anderen en/of zichzelf hebben kunnen vermoorden, zodat niet vast te stellen is of bij gebruik van paroxetine dit middel dan de oorzaak van de agressie zou zijn. Ook statistisch gezien is volgens Uges een verband onwaarschijnlijk omdat de overgrote meerderheid geen agressief gedrag vertoont. Feit is dat jaarlijks ruim vijfhonderdduizend Nederlanders ssri’s slikken, wereldwijd gaat het zelfs om vele tientallen miljoenen, en dat slechts bij hoge uitzondering een gebruiker een ernstig geweldsdelict begaat.

Ook psychiater Robert van den Bosch is sceptisch. Hij verklaart dat uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat het slikken van een à twee tabletten paroxetine nauwelijks effect heeft.

Arts en hoogleraar gezondheidszorg Ivan Wolffers sluit een relatie ssri-geweld daarentegen niet uit. Hij wijst op de beperkingen in de onderzoeksmogelijkheden voor wetenschappers, vanwege het feit dat de farmaceutische industrie om commerciële redenen niet bereid zou zijn om inzage in de werkelijke feiten en omstandigheden te verlenen.

De rechtbank concludeert op 4 juni 2009 in haar vonnis ‘dat er door de meeste wetenschappers bij de huidige stand van de wetenschap niet van een causaal verband tussen het gebruik van paroxetine en agressie wordt uitgegaan’ en veroordeelt Idsardi tot een gevangenisstraf van 24 jaar.

Idsardi gaat in beroep tegen de uitspraak. Zijn raadsvrouw Alie Westerhuis vraagt het gerechtshof in Leeuwarden om een nieuw onderzoek naar de vermeende rol van paroxetine. Het hof honoreert dat en geeft de opdracht aan psychiater-klinisch farmacoloog Robbert-Jan Verkes van het umc St. Radboud in Nijmegen. Een specialist. Hij promoveerde in 1998 op de relatie tussen het serotonerge systeem en suïcide.

De officiële doelstelling van het onderzoek illustreert ook de beperking ervan: ‘Hoe waarschijnlijk het is dat bij Idsardi de inname van een eenmalige dosis paroxetine mede een rol heeft gespeeld bij het optreden van agressief gedrag.’ Het gaat alleen om Idsardi (n=1).

Verkes kiest voor een ‘rechallenge’: het opnieuw toedienen van een geneesmiddel met als doel te onderzoeken of een veronderstelde reactie op het geneesmiddel dan weer ontstaat. Het is een uniek experiment: niet eerder werd een moordverdachte, die onder invloed van paroxetine zou hebben gehandeld, wetenschappelijk getest op zijn gevoeligheid voor een vermeende, nooit bewezen bijwerking ervan: agressie. Noodgedwongen is er een belangrijk verschil tussen de delict- en onderzoekssituatie: Idsardi mag in detentie geen bier drinken. Voor de experimenten wordt geen uitzondering gemaakt. Een ander manco is dat hij onmogelijk in dezelfde extreme gemoedstoestand (provocatie, stress) van de fatale avond kan worden teruggeplaatst.

Het onderzoek vindt in november/december 2011 gedurende zeven weken plaats. Steeds op dinsdag en vrijdag. Elke onderzoeksdag slikt hij om 9:15 uur een capsule met daarin een voor alle betrokkenen (Idsardi, onderzoekers en observatoren) onbekend medicament: paroxetine, een ander middel of een placebo.’ ’s Middags (vier tot acht uur na inname) wordt getest of hij agressief reageert middels zelfinvulvragenlijsten (State Anger Scale en verkorte Profile of Mood States), licht-provocerende psycho­motorische spelsituaties, neuropsychologische tests en sociale conversaties. Idsardi krijgt random, over de twaalf studiedagen verspreid, vier keer paroxetine toegediend.

In zijn eindrapport van 30 januari 2012 beschrijft Robbert-Jan Verkes de uitkomsten van het onderzoek. Hoewel er slechts kleine verschillen gevonden werden, bleek er na de inname van paroxetine significant meer sprake van een toename van agressieve gedragingen en gevoelens. Verkes komt tot de volgende eindconclusie: ‘De uitkomsten van dit onderzoek ondersteunen de hypothese dat er bij betrokkene een verband bestaat tussen de inname van paroxetine en agressief gedrag.’ Daar doen de vooraf vastgestelde gebreken in de testsituatie volgens hem geen afbreuk aan, integendeel: ‘Een aantal omstandigheden ten tijde van de delictsituatie die niet gerealiseerd konden worden tijdens het onderzoek, waaronder het gebruik van alcohol, de mate van provocatie en het stressniveau, zouden de gevoeligheid van het optreden van agressie bij paroxetine ten tijde van de delicten versterkt kunnen hebben.’

De advocaat van Idsardi vindt dat het onderzoek bewijst dat het middel geleid heeft tot de moord, en dat vrijspraak zou moeten volgen. Maar zo ver is het nog lang niet. Er zullen tijdens het hoger beroep harde noten worden gekraakt over de werkelijke waarde van het kleinschalige, empirische experiment. Waarop ongetwijfeld het nodige af te dingen zal zijn.

Het gaat om een gevoelige materie en een mondiale miljardenbusiness. Enerzijds stapelen de aanwijzingen voor een mogelijk causaal verband tussen ssri-gebruik en agressief gedrag zich op. Anderzijds is er van onomstotelijk wetenschappelijk bewijs nog geen sprake.

De strafrechtpraktijk speelt een belangrijke rol in deze delicate kwestie, ook in Nederland. Vorig jaar erkende het gerechtshof in Amsterdam in de zogeheten bijlmoordzaak dat men ervan uitgaat ‘dat het medicijngebruik van de verdachte bij de totstandkoming van de feiten een zekere rol heeft gespeeld’. Een primeur. En nu is het woord aan het gerechtshof in Leeuwarden in de zaak-Idsardi. Het hoger beroep wordt op 20 maart hervat.

Hoogleraar rechtspsychologie Harald Merckelbach van de Universiteit Maastricht treedt in strafzaken op als getuige-deskundige. Hij behoort tot de groep wetenschappers die een causaal verband tussen ssri en agressie aannemelijk vindt. ‘Er bestaat zoiets als een paradoxale reactie op antidepressiva, waarbij de persoon die het middel gebruikt hyper-geagiteerd raakt. Die paradoxale reactie is zeldzaam, maar anderzijds worden in Nederland op grote schaal antidepressiva gebruikt. Dus is het, in het kader van het strafrecht, goed om met die factor rekening te houden in voorkomende gevallen.’

Merckelbach vindt het onderzoek naar Idsardi een ‘elegante en hoogst informatieve methodologie’ en verwacht dat het de toon kan zetten in vergelijkbare, toekomstige gevallen. De opstelling van het gerechtshof in Leeuwarden in de zaak-Idsardi past volgens hem in een trend: ‘Er is lering getrokken uit de grote dwalingen die we in ons land hadden, zoals de Schiedammer parkmoord en de Puttense moordzaak. Mijn ervaring is dat rechters tegenwoordig zeer gevoelig zijn voor alternatieve scenario’s en die ook getoetst willen zien.’