30. een aanzoek

‘Tot dan, Lucille.’ Triomfantelijk legde David de hoorn neer. Zijn handen waren vochtig. De erectie die hij de hele ochtend gevoeld had, was volkomen verdwenen, maar dat gaf niet. Oude spreekwoorden dansten door zijn hoofd. De teerling was geworpen! David was de Rubicon overgestoken. Alleen maar omdat hij eindelijk een afspraakje had gemaakt met ene Lucille Nauta, verpleegster in een ziekenhuis te A.

In zijn loopbaan als journalist had hij zich zelden zo druk gemaakt om een telefoongesprek. Nauta was voor hem een hardere noot om te kraken dan menig minister, autocoureur of antiekhandelaar. Waarom eigenlijk? Peinzend schonk David zich een glas Irish Mist in. Misschien lag het aan de rol die hij moest spelen. Als journalist kon je je verschuilen achter vragen; pas op papier hoefde je het achterste van je tong te laten zien. Bij Lucille Nauta moest hij man van de wereld zijn. Charmant, doortastend. En ondertussen hoopte hij een ding: dat ze inderdaad zo streng en veeleisend was als ze er uitzag. Hij wilde dat ze hem wilde. Als object van haar begeerte. Die gedachte wekte heftige lust in hem op. Vlinders fladderden door zijn onderbuik. Aii, Rosenbach, zei hij tegen zichzelf, je bent toch niet verliefd?
Bij Americain had hij een tafel voor twee bij het raam gereserveerd. Hij was een half uur te vroeg. Met argusogen volgde hij iedere vrouw, die het hotel naderde. Toch duurde het even voordat hij Nauta herkende. Ze stapte uit een taxi in een jas van zwart lakleer, en droeg hoge, vuurrode laarzen. O natte droom! David stond op zodra ze het restaurant binnenstapte. Hij was blij dat hij een lamswollen trui droeg zodat de contouren van zijn strakke jeans zich niet al te zichtbaar aftekenden.
‘U… je ziet er fantastisch uit’, zei hij. 'Laat mij die jas ophangen.’ Heimelijk hoopte hij dat er een verpleegstersuniform te voorschijn zou komen, maar ze droeg een zwart mantelpak. Ook goed, dacht hij. Lekker autoritair. Hij merkte dat hij haar met een dwaze glimlach op zijn gezicht stond aan te staren. Ietwat spottend keek ze terug, haar blonde haren als een stralenkrans in het gedempte licht van art-nouveaulampen en kaarsen. David vermande zich.
'Ga zitten, Lucille’, zei hij, zo zelfbewust mogelijk. 'Wat wil je drinken?’ Later kon hij zich met geen mogelijkheid herinneren wat hij zelf gegeten had. De spanning die hij voelde, werkte als een exquise vorm van bewustzijnsverlaging - en hij anticipeerde op een nog grotere opwinding die in het verschiet lag. Vanavond al? Vannacht?
Lucille at eendeborst. Haar ogen glansden groen, maar toch hield ze afstand. Ze zei weinig. David praatte druk over zijn werk. Soms viel er een stilte; dan keken ze elkaar even zwijgend aan. Die ogenblikken waren vertrouwelijk, maar verder bleven ze volstrekte vreemden. Onder het toetje verflauwde haar aandacht. Plotseling wist David dat hij nu open kaart moest spelen. Hij boog zich voorover. 'Lucille’, zei hij. 'Ik wil ongelooflijk graag met je naar bed.’