31. in de spreekkamer

Zuster Lucille Nauta staarde in het vlammetje van de kaars die op hun tafeltje stond. Haar gezicht was uitdrukkingsloos, als een masker. Ietwat duizelig wachtte David op haar antwoord. Het bonzen van zijn hart overstemde het beschaafde lawaai van het restaurant.

Ze zou wel een smoes aan het bedenken zijn, dacht hij gejaagd. Misschien kwam ze nu op de proppen met die vervloekte specialist, waarmee hij haar laatst had zien lopen. Haar wedervraag verraste hem volkomen. ‘Waar?’ vroeg ze, terwijl ze hem opeens recht aankeek. 'Eh…’ stamelde David. Hij kon zich wel voor zijn kop slaan! Hij had haar gevraagd of ze met hem naar bed wilde, zonder ook maar een seconde over de locatie na te denken! Ze konden natuurlijk naar zijn huis gaan, maar waar bleef de magie in die vertrouwde, rommelige omgeving?
'In het ziekenhuis’, zei hij in het wilde weg. 'In een lege onderzoekskamer op een brancard.’ Goddank, ze lachte. Eindelijk een vrouw met humor. 'Ik weet iets beters’, zei ze. 'Reken maar af. We nemen een taxi.’
Tot zijn teleurstelling ging ze voorin naast de chauffeur zitten. Ze gaf een adres op dat hij niet verstond. Terwijl ze door de stille straten van Amsterdam-Zuid reden, had David het gevoel alsof kolken van vuur zich over zijn lichaam wentelden. Eindelijk zou zijn opgekropte verlangen vervuld worden! Dit werd de kick van zijn leven. Ze stapten uit bij een onverlichte villa.
'Woon je hier?’ fluisterde David verbaasd. Nauta schudde glimlachend haar hoofd. In haar hand glinsterde een sleutel. 'Roland D. LeBlanc, neuroloog’, las David op het koperen bord bij de deur. Hij stapte achter Lucille aan, een donkere gang in.
'Wie…’ vroeg hij, toen ze stilstond.
'Ssst’, zei ze, en legde een slanke vinger tegen zijn lippen. Hij rook een houtachtig parfum. Ze opende een deur, en ging een ruim vertrek binnen zonder de lampen aan te steken. Maanlicht viel door hoge ramen, die uitzagen op een tuin. Hij zag dat hij zich in een spreekkamer bevond. Een reusachtige, lage divan was pontificaal tegen een van de muren geplaatst. Maar waar was de dokter zelf? 'Is-ie niet thuis?’ vroeg hij zacht. Nauta stond vlak achter hem.
'Trek je jas uit’, beval ze, 'zonder je om te draaien.’
Ze liet haar koele handen onder zijn T-shirt glijden, over de huid van zijn borstkas. Langs de tepels. Hij huiverde, verrukt. Alle gedachten verdwenen. Als een jonge, vurige hengst richtte zijn lid zich op. 'Afremmen, David’, dacht hij met opeengeklemde kaken. 'Niet te snel.’
Hij wilde zich omdraaien. Haar stem hield hem tegen. 'Wacht’, zei ze scherp, 'totdat ik het zeg.’
David hoorde geritsel van kleding en het geluid van een rits. Wat een weelde dat zij het initiatief nam. Voorzichtig trok hij trui en T-shirt uit. De temperatuur in de kamer was aangenaam hoog, om niet te zeggen kokend. 'Kijk maar’, zei Nauta. Langzaam wendde David zich naar haar toe.
Wat hij zag, benam hem de adem.