4. het vliegende meisje

‘Gewone mensen maken geen driedubbele salto’s in een grote tent. Worden niet hoog boven de piste weggesmeten naar een trapeze die ergens klaarhangt in de lucht. Vliegen als een vogel, dat doen maar heel weinigen. Je hebt er stalen zenuwen voor nodig.

Trapezevliegen betekent ook sierlijk zijn. Mijn bewegingen moeten een verhaal vertellen dat spannend is voor het publiek.
Tijdens het applaus weet je weer waarvoor je het doet. Die geur van het circus: het is net alsof je in een sprookje bent beland.
Toen ik als kind begon bij circustheater Elleboog, leek het circusleven me heel romantisch. Je mag doen wat je het leukste vindt en in je vrije tijd zit je gezellig bij elkaar, tussen goochelaars, jongleurs en clowns.
Dat gedwongen lief en leed delen kan natuurlijk ook heel benauwend zijn. Zo idyllisch als vroeger is het circusleven niet meer. Er zijn bijna alleen nog grote showcircussen, die hun artiesten meestal maar voor een paar maanden of een jaar aannemen. Omdat je steeds weer nieuwe mensen ziet, kun je geen echte vriendschappen sluiten. De sfeer is dus vaak nogal oppervlakkig. Er is veel eenzaamheid in de circuswereld. Maar een heel hecht klein gezinnetje zou daarin best kunnen overleven.
Trapezevliegen draait allemaal om vertrouwen. Vertrouwen in jezelf, in je partner en in je materiaal. Je moet leren om je eigen knopen te leggen. Mijn partner moet in een fractie van een seconde besluiten of hij me vastgrijpt. Als ik denk: “Als zijn polsen maar niet zweterig zijn”, vlieg ik zelf niet goed.
Mijn opa en oma zijn bang dat ik naar beneden zal vallen. Maar dat zal heus niet gebeuren. Het is een kwestie van uitvliegen.
Van de zomer ga ik in Canada auditie doen bij het Cirque du Soleil. De beste circusschool ter wereld heeft natuurlijk wel een zware auditie. In de circuswereld wordt heel veel getraind: soms meer dan tien uur per dag. Omdat ik vrij licht ben, moet ik heel sterk worden om een partner te kunnen dragen.
Je moet ook geweldig lenig zijn. Een lichaam dat niet als kind begint te trainen, is oud wanneer het achttien is. Als training staan er vaak mensen op mijn schouder, om het kraakbeen naar beneden te drukken. Als je dat niet doet, zul je de top nooit bereiken.
Ook aan de top is het een onzeker bestaan. Blessures betekenen dat je niets verdient. Pensioenvoorzieningen bestaan niet. Op je veertigste heb je je beste tijd gehad. Maar dat weet je van tevoren. In ieder geval zie je nog wat van de wereld. Circussen touren de hele wereld rond, van Zuid-Amerika tot Japan.
Ik houd ook van vreemde talen. Pas ben ik geslaagd met een pakket van Engels, Nederlands, Frans, Spaans, Duits, Grieks en Latijn. En geschiedenis. Als ik niet word aangenomen, ga ik studeren voor tolk- vertaalster. In Mexico of zo.’