Commentaar: 4 mei 2003

4 mei 2003

Amsterdam, 19.30 uur. Langs het bejaardentehuis op de Plantage Kerklaan lopen netjes geklede volwassenen en kleine kinderen. Sommigen dragen bloemen. Veel mensen lopen gearmd. De wandelaars lopen in de richting van de Hollandse Schouwburg en het Wertheimpark. Aan de balustrade van de Henri Polakbrug is een krans vastgemaakt, twee bosjes tulpen zijn ernaast tussen het ijzer gestoken. Op de terrasjes bij het kruispunt wordt eten besteld. Vlak voor ze de hoek omgaan doen twee mannen een keppeltje op.

Bij de Hollandse Schouwburg staan veel mensen op de stoep. Aan de overkant loopt een groep van om en nabij de vijftig mensen met bloemen richting Artis. De mensen die schijnbaar voor de herdenking komen, lijken veelal tussen de dertig en de zestig. Schuifelende bejaarden zijn maar weinig te zien.

In het Wertheimpark zit verspreid op de bankjes een kleine twintig man. Ver weg beiert een kerkklok. De nieuwe binnenkomers lopen langs het Auschwitz-monument van Jan Wolkers en gaan zitten. Vlak daarnaast zit een dronken man met zijn ogen dicht, naast hem staat een blik bier. Om een paar minuten voor acht arriveert een politieauto. Twee agenten stappen uit en worden opgevangen door een druk gebarende man. Na enige discussie wijst de mannelijke agent op zijn horloge en treedt terug.

Een aantal mensen staat op van de bankjes en loopt naar het monument. Dan is het stil op straat. Twee toeristen fietsen verbaasd kijkend voorbij. Drie wandelaars houden hun pas in en kijken schuchter om zich heen. Daar staan voor het Auschwitz-monument een ouder maar niet heel oud echtpaar, een stel van blanke en bruinere kleur met kinderen, een jonger paar en nog een jonger paar, en nog een jonger paar. Meer dan dertig mensen zullen het niet zijn. Ze staren naar het monument. De kinderen kijken naar hun ouders. Vrouwen pakken handen vast en mannen slaan armen om schouders. De dronken man snurkt een keer hardop.

«Kling.» Met een luid signaal verbreekt een tram de stilte en rijdt weg. De mensen vertrekken. Een jonge vrouw moet huilen. De agenten komen weer aan en lopen op de dronken man af. Buiten het park rijden de auto’s weer. De Hollandse Schouwburg stroomt leeg, de terrassen zijn nu vol en agenten regelen het verkeer. «Maar waarom dan?» vraagt een jongen wiens fiets is verplaatst aan een agente. «Omdat dit beveiligd moet worden.» «Meen je dat nou?» vraagt de jongen, «moet dit beveiligd worden?»

Het is 4 mei 2003. De avond is nog loom en het blijft wat stil op straat. Dit was «navelstaren» tijdens een «seizoensgebonden ritueel» — aldus dr. H.W. von der Dunk (de Volkskrant, 5 mei).