426 …raderdier…

In het licht, beter nog in de schaduw van de kunstgeschiedenis bekeek ik de doorsnede van een rauw lamsruggetje. Was het een raderdiertje geweest, ik zou mij tot de vaderlandse richting der geometrisch abstracten beperken en mij er verder niet over opwinden. Maar omdat een lam een heel vreemd en groot raderdier is en een deel van het belang van zijn bestaan daarin ligt dat sommige mensen het opeten, kent juist het lam ook boeiender annotaties. Waarbij ik als troost voor het lam en anderen kan stipuleren dat er meerdere parallelwerelden zijn waar mensen tegen hun wil worden opgegeten door lammeren en zelfs paardebloemen.

De schoonheid van de doorsnede van het lamsruggetje staat vast, en kan wedijveren met die van een bosje jonge waterkers. Dunne randen spek omkransen het nu weke, eens als de wangen van professor Lieftinck zo strakke spiervlees waarmee het dier zijn kuitenflikkers maakte. Bijzonder is de binnenzijde van de bovenste rand van de buitenste speklaag die zowel de jonge Felix Valloton als de oude Saul Steinberg in gedachten brengt.
Muzikaal gesproken doen deze details eens te meer denken aan de Sonate voor Twee Piano’s van Stravinsky, hoewel waterkers daar ook hoog bij scoort.
Neem niet alleen daarom een bosje waterkers. Snij het door en kijk. Alsof je in de microfoto van een raderdiertje valt. Vroeger keken de mensen minder naar de doorsnede van waterkers; waterkers was verdacht omdat er een slechte slak in huisde die als hij het geluk had om ondoorgesneden in de menselijke buik terecht te komen, opvrat wat hem voor zijn slijmspoor kwam. Tot alles op was. Heel wat op vakantie gaande fijnproevers zijn sindsdien vermist. Sindsdien eten we gekweekte waterkers. Met vrijwel net zoveel platinumsmaak als vroeger.
Schil een appel, met name Granny Smith, verwijder klokhuis en snij in twaalf parten. Doop aan alle zijden in citroensap en vermeng met een half bosje (bovenste helft) ondanks alles gewassen waterkers. Beetje zwarte peper, drie druppels kostbare olijfolie. Het is een echt New York-recept. Op mooie dagen weet ik zelfs nog hoe de naam van de kok was: Charles Ranhofer.