Het leek mij bij zoveel twijfel, waar verdere woorden alleen maar verwarring zouden zaaien, beter het maken van deze salade nog wat uit te stellen. Misschien was ergens nog wel een oude aantekening te vinden die als begin voor een smakelijke tekst over hindert niet wat kon dienen.
Ik had geluk. ‘In keukens waar ’s middags de zon schijnt wordt niet beter gekookt dan in andere keukens. Een blinde muur maakt het er zelfs nooit beter op. Uit zo'n keuken rollen even onverteerbare juwelen als rotte eieren uit een basilisk.’
Dit schreef Rassis, in het Frans en terwijl hij aan zijn moeder dacht en het verschrikkelijke lawaai dat ze maakte wanneer ze spinazie hakte. Het onschuldige hout waarop haar drift plaatsvond werd er tijdens de tuchtiging zichtbaar dunner op.
Hij schreef dit aan Piperine en Piperine schreef op haar beurt: ‘Ik had twee halve appels, die waren zo groot als mijn linker- en rechterborst. En ik had een citroen die zo zuur was als citroen. Ik at een halve appel begoten met citroensap. Het deed mij denken aan de zon die in de natte herfst laag tussen de takken door schijnt. Daarna at ik de andere halve appel samen met de bladeren van wilde koriander. Het was alsof ik een hand voelde die mij zacht aan mijn haar achterover trok. Wat denk jij nu Rassis. Hoe zou koriander met citroen smaken?’
Rassis dacht niet lang, zelfs niet aan zijn moeder.