Tijdens een opgewekte ‘inventarisation de mes desordres’ stuitte ik onverhoopt op een verloren gewaand maar wel door Erasmus aangedragen recept. Voor het in een nieuwe draaikolk van ongevraagde en niet op afroep beschikbare informatie verdwijnt, mag ik het langs deze platte weg aan de beperkte eeuwigheid prijsgeven.
Men neme de hom van tien haringen en koke deze tien minuten in water waaraan wat zout en azijn is toegevoegd. Leg ze vervolgens een paar minuten in koud water om de azijnsmaak weer te verwijderen. Uit laten lekken en elke hom in tweeen snijden. Opnieuw verwarmen, ditmaal in heldere bouillon, samen met een half pond jonge groene erwten ofwel wat broodkorsten en een lepel kleingehakte geblancheerde venkel. Ik zei het al: de waarheid en het verleden revisited.
Daarna gingen wij verder met waar wij al zo lang mee bezig zijn. Het eten van oude, koude komkommersla. Met warme oude vingers.
Probeerden tijdens het komkommer-tandencontact het rustgevend ritme van royaal slepende marsmuziek op te roepen. De mirakelse mondholte wordt te weinig op de proef gesteld. Als op een dag het gelijktijdig luidruchtig kneden van de droptoffee en vooral niet vochtvrij naar binnen zuigen van Desiderius hom daaraan kan bijdragen, ben ik voorlopig tevreden.