448 …excuus…

‘Verveelt dat nou nooit?’, voel ik de buren denken als er hier weer een nieuw schaap het pand wordt binnengeduwd. ‘Nee!’, denk ik snoeihard terug. Het is maar hoe je het bekijkt. En zo bekijk ik het meestal.

Wat niet wil zeggen dat ik ter afwisseling niet af en toe met een geit heb te kampen.
Zoals ik verleden week nog, op sjabbes notabene, met vijf gulden aan geiteborstkas de islamitische slager uitschoof. Zo achteloos mogelijk in de pan, uit het blootste hoofd de verschuldigde witte, zwarte en grijze parafernalia aan knoflook, peper en zout toevoegend en een kwart fles wijn van de markt die ten onrechte super wordt genoemd.
Geen vermoeiende surveillances of ander wachtlopen, en toch lag daar na krap vijfenveertig minuten een pakketje tot fel-realistisch keukenmeesterwerk gestoofde ribben klaar waar van alles aan viel af te zuigen.
‘Echt gebeurd is geen excuus’, zoals Gerard Reve zegt. Ga ik af en toe daarom ook wat precieuzer te werk.
Slenter naar de christelijke slager en vraag om ketting van de haas. Waar je mee moet wachten tot de andere aasaanschaffers de winkel verlaten hebben. Want het is haas van de haas die je voor de prijs van kogelbiefstuk krijgt. Maar in een krant zo vol vegetariers kijkt men niet op een kettinkje.
In drie eetlepels olie worden vier grof gesneden (om het ingewikkeld te maken: absoluut rode) uien met toch weer die onvermijdelijke teen knoflook een beetje gebakken. Daarbij de ketting: in snoezig dunne plakjes gesneden. Vlam laag en heel zuinig drie kruidnagels, drie laurierbladen en the odd red pepper erbij. Scheut rode Rioja. Alufolie erover en te sluimeren zetten. Maar wel, voor wie zich nog herinnert hoe je bij de allereerste deux-chevaux de benzinestand opnam, af en toe nieuwe scheut uit de fles erover. Want onzalig zijn de armen aan wijn.
Ten slotte op het bord moet er iets naast. Pu van meiraapjes?