453 …piept…

Na het in het verleden uitputtend behandelen van de nooit meer te ontvetten keukenterm larderen, nu een stapje verder en dan, met overslaan van het barderen zelf, meteen en vanzelfsprekend door naar het bombarderen. Uiteraard functioneel in verband gebracht met het tweede gebruik van de kalfstong. A la Japonaise.

Het moet voor een volwassen mens toch mogelijk zijn om naar de slager te fietsen en met een verse tong op de bagagedrager thuis te komen. Die te koken volgens de voorschriften van de plaatselijke huishoudschool en je daarna af te vragen wat ze er op dat uur van de dag in Kobe of Kyoto mee zouden uitspoken. De vooruitziende geest, waar het daar vol mee zit, zou hem ongetwijfeld tot tannomisozuke bombarderen. Wat een miso is weet iedereen die zich ooit voor de moderne levenshouding heeft ingezet. Een gefermenteerde sojabonenpasta, voornamelijk rood of wit, waarvan veelal een bouillon wordt gemaakt die, aangevuld met de nodige groenten, vooral ’s morgens vroeg, zo vlak voor de zwarte koffie op z'n lekkerst is.
Aan een klein Japans meisje vroeg ik eens hoe je het besluit overleeft om ofwel rode ofwel witte miso te gebruiken. Zij keek mij aan vanuit haar mooie gele en geheel andere wereld en zei dat dit wel het eenvoudigste vraagstuk was dat ze kende. ‘Je gebruikt gewoon de kleur die je grootmoeder ook gebruikt(e).’ Dat soort logica is ons te ingewikkeld.
Maar de gekookte tong, daar wordt het vel van afgestroopt en hij wordt aan alle kanten bijzonder dik ingesmeerd met de rode misopasta. Het resultaat omzichtig verpakken in doorzichtig plasticfolie en zo de koelkast in. Twee dagen met rust laten en die periode eventueel ook zelf in retraite doorbrengen.
Ter nuttiging wordt de tong in dunne plakken gesneden waarbij een saus van drie eetlepels Japanse soya (Kikkoman) waarin fijn geraspte gemberwortel en twee lange groene uitjes, met wit en al zo klein mogelijk gesneden.
Wie dan nog piept, piept zeker Japans.