457…jawel!…

Natte keukendroom. Dat ik chefkok was op een boerenvliegveldje in de buurt van de Zuidelijke Wandelweg. Via een kleine oprijlaan bezet met moerbeibomen kwam je in de keuken, drie hoge vertrekken ondergebracht en beknopt maar niet krenterig uitgehouwen in Wassenaarse mergel.

Hoewel in waarneming gehinderd door het steeds uitwijken voor plassen overtollig vet op paardelichaamstemperatuur zag ik toch dat snelle koksmaten ten behoeve van de potentiele eetpassagiers niets anders dan de lekkerste macaronischoteltjes aan de oven onttrokken. ‘Als ik het goed zag’, voegde ik er (inmiddels wakker geworden) in mijzelf mompelend aan toe, 'was ik in een macaronischoteltjesspecialiteitenrestaurant terecht gekomen.’
Nu voel ik mij, naarmate het moment nadert waarop de grote macaronikoker mij tot zich zal roepen, zelf maar al te vaak een macaronischoteltje temidden van vele andere macaronischoteltjes. Desondanks heb ik om de dag trek in een macaronischoteltje. Ik kom er alleen al jarenlang niet toe om het hartstochtelijk uit de grond te stampen. Maar jawel!
Zwarte, platte keukenpan. Een ui in uievlokjes snijden en luchtig bakken in olie van zonnebloem, twee lepels. Knoflook. Drie tenen in nageldunne plakjes. Honderd gram slechts van de salami van de soort Milano of Montagna aan reepjes snijden. Bij gebakken ui een eetlepel gedroogde majoraan.
Nu komt mijn allergie voor champignons ter sprake. Ik kom niet onder de indruk uit dat ze naar Valkenburgse zeep smaken. In plaats daarvan 100 gram shii-take, smaken naar after-shave zoals deze ontspringt op de Fuji. In reepjes of aan reepjes, dat maakt mij nu even niets uit. Flinke spuit uit de tomatenpureetube en peper en zout. Inmiddels favoriete macaroni koken. Klaar en gaar mengsel uit platte pan er doorheen mixen en die massa in een (jawel!) platte (jawel!) ovenvaste schaal vleien. Dertig gram verse geraspte Parmezaan erover en kort (jawel!) in de oven. Vraag de slijter om er een wijn bij te verzinnen die zowel de macaroni als uzelf in zijn waarde laat.