461 …degas…

Zes eetlepels zonnebloemolie, geperst uit valse Gogho. Vier eetlepels rijstazijn, als je de rode kwaliteit te pakken kunt krijgen is dat helemaal boffen. Een halve kilogram Gelderlanders koken, met schil.

Droomde ik niet van een zandverstuiving vannacht? Visioenen van hompen veen onder de jeneverbes? Elke dag was het aardappels pitten geblazen. Met de blote hand knol voor knol uit het ijzige water opdiepen. Aan het werk blijven. Duiker had het meteen in de gaten als je de boel zat te vertragen. Het leek wel een tuchthuis. Maar het had ook z'n goede kanten. ’s Ochtends om acht uur buiten handballen en ’s avonds figuurzagen. Vergeet ook de Dinkel niet, qua vocht stelde het niet veel voor maar die steil gebeeldhouwde bochten raak ik nooit meer kwijt. Op een lange wandeling vertelde Geerlings, vol godsvruchtig ontzag en beeld voor beeld de inhoud van de film Het lied van Bernadette. Niet mis maar zo katholiek als de pest. Van de Weert was gereformeerd, had altijd last van z'n maag. Het eten was niet slecht maar die enkele keer dat we gort moesten eten kon ik het gelukkig in de zakken van mijn overall naar buiten smokkelen.
Een ui schillen en heel, heel klein snijden. Uisnippers wassen, zeker ook nooit van gehoord. Maar daarom is het nog niet slecht, vijf keer wassen in koud water. Ui bij olie en azijn. Peper en zout, logisch. Kennen ze daar net zoals wij. Aardappelen warm en al van schil ontdoen. Nog eens wat anders dan Losser in de harde winter van ‘47.
Aardappelen in plakken en alom besmeuren met olie/azijn/uibrij. Halve dag met rust laten. Twee eetlepels mayonaise erdoor en een theelepel mosterd. Zeg niet dat je het al wist: de allerlekkerste Japanse aardappelsla!
Degas noemen ze daar Doga, maar wij zeggen Parijs tegen Paris.