464 …boite…

Bij gebrek aan actueel Amsterdams cynisme zal ik er maar weer een sprookje van maken. Zevenhondervijftig gram echine de porc (ondanks dat de tekst destijds beter leesbaar was en mijn Franse vermoedens iets inventiever, weet ik nog steeds niet precies wat daarmee wordt bedoeld, behalve ruggedeelte van het gewone varken, maar ik kocht het toch).

Omdat de volgende aanwijzingen de woorden cocotte en beurre mousseux bevatten, had ik daar geen moeite mee. Weliswaar ontbreekt nu de beginflard waar naar ik dacht Faites dorer stond.
Stop uw echine in een pannetje en laat hem goudkleurig worden in de schuimende boter. Voeg alle tenen van een bol knoflook toe (epluchees mais entieres), een naakte ui waarin vier kruidnagels zijn geprikt, zes blaadjes verse salie (ou sauge en poudre, hors de saison), zout en peper en twee deciliter droge witte wijn.
Deksel erop. Laissez cuire doucement. Anderhalf uur. Voor het opdienen ui met kruidnagels verwijderen.
Dat heb ik destijds allemaal gedaan. Sindsdien nooit meer. Wel veel andere dingen. Maar ik dacht er soms wel aan. Nu en dan proefde ik het zelfs nog, soms weet ik hoe zacht de wind waaide die dag. Af en toe herinner ik mij de tafelschikking.
Waarschijnlijk was het even voor Pasen, precies 27 jaar geleden.
Mooie gedachten en mooie woorden, waarvan de meeste zoals dat gaat met dat soort materie, een beetje bedrog zijn. Kan het desondanks echter zo zijn dat ik het zo goed heb onthouden omdat mooie woordverbindingen wat langer blijven hangen? Omdat dit gerecht uit de oude doos Echine de porc Colette heet.
Snappez-vous?