470 …mode…

‘Angmagssagssuaq!’: goed voor een haring (op Groenland) (indien zonder Amsterdams accent uitgesproken).
Over een paar weken smul je in alle kranten weer van de haringfeiten en verdichtsels. Dat ze ze in Rotterdam graag hard en zout eten en in Den Haag slap en flauw. Overal aan de staart, behalve in Amsterdam waar ze hun handen nergens vuil aan maken en ze liever verwijfde mootjes op cocktailprikkers hebben.

In Den Bosch gaat-ie steevast tussen twee plakken ontbijtkoek, in Vogelenzang is het verboden om haring te eten en in Tweede Exloermond woont een haringverzamelaar. Hij droogt ze in oude exemplaren van De Lach en pakt ze in op geur.
Wanneer je bij gezond stijfhoofdige haringman niet ver van de rand van het IJsclubterrein schuchter om een handje uitjes vraagt, zegt hij dat je voor uien bij de groenteman moet zijn.
Hij heeft gelijk. Ui op de haring is zoiets als wonde op de zalf. Is het beest van jicht en kippepip echt niet meer te eten, dan pas komt een verhullende ui (bij voorkeur uit het mooie plaatsje Hem) im Frage.
Afgezien daarvan is het nog een wonder dat er uberhaupt een haring boven water komt. De wet van Neptunus schrijft immers voor dat er van elk miljoen haringeieren als zodanig precies{ 999.999, in die vorm en iets ouder, onderzees moeten sneuvelen. De overblijvende geluksvogel heeft daarna alleen nog toestemming van de Nederlandse Staat nodig om gevangen te mogen worden.
In plaats van ui vraag ik aan de kar om wat vers gemalen zwarte peper erop. Klassiek gebruik. Nova Clupea harengus cum Pipero nigro stond al op de kaart bij Odysseus.
Zelf in restaurants geven ze tegenwoordig wel eens een harinkje vooraf. Komt goed uit. Toevallig is daar net sinds drie weken Szechuanpeper in de mode.