473 …schil…

Kwam de kunsthandelaar tegen. Hij stelde mij, tussen de tramrails nog wel en omdat hij Frans had gestudeerd, aan haar voor die hij Jus de Cuisson noemde. Zijn ogen staan altijd op conversatie en ik gaf hem zijn portie: ‘Als ik uit eten ga zorg ik er toujours voor dat ik vlak naast de kok kom te zitten. Uitleg bij de hand. Maar wat valt er nog uit te leggen aan haring? Heel veel, want er is een man in dit land die ze de haringprofessor noemen.

Die vertelt je dat er geen verschil is tussen Hollandse en Deense haring. Omdat ze tien centimeter van elkaar worden gevangen. Wel door verschillende bootjes. Zat ik naast de haringkok. Uit Noord-Holland. Niet vanzelf maar door tussenkomst van een vraag over de uien uit Hem kreeg ik hem toch aan de praat over de Opperdoeze Ronde uit Opperdoes. Een aardappel die er alles aan heeft gedaan om zichzelf impopulair te maken. Paradijsvogel vermomd als poetsdoek uit het pesthuis. De Opperdoes doet op dit moment bij zichzelf in het dorp (hij werd nog niet buiten de Opperdoeze grens gesignaleerd) nog veertien gulden vijftig per kilogram. De Opperdoes is daarbij ook nauwelijks te schillen. Koken met schil en al dan maar. Sprak ik laatst een andere kok, een Franse nog wel, die zei zonder er de Gauloise voor uit de mondhoek te laten rollen, dat de Hollandse boter de beste ter wereld is!’
Het cashewkoppie aan zijn zij begon al aardig door al haar Spielbeine te zakken. Maar mijn doel was bereikt. Ik gooide er een fortissimo ma non troppo tegenaan en blies: ‘Je kookt je anderhalve Opperdoes in de Gewurztraminer, zegt de au pair twee haringen te halen en laat dan de boter maar smelten!’
'Wat je zegt’, zei handelaar. 'Toen wij in Parijs waren…’
Waarbij ik mij meteen als een niet goed afgestreken eetlepel voelde. Maar gaf niet op.