476 …speels…

Ga je toevallig uit wandelen met het doel ook weer thuis te komen, moet je wel eens de weg vragen. Omdat zij die voor veilig doorgaan, zuigelingen en ultra- oudjes, daarvan vooral geen verstand hebben kun je je met een vage kansberekening in het achterhoofd net zo goed tot de eerste de beste wenden. Rivington Street weet niemand, dan maar die verdomde Bowery in de mond genomen. Een grote neger veinst dat niet te verstaan en annexeert de complete straathoek door er op de wijze van Paul Robeson ‘Spell it, spell it!’ overheen te gieten. Sarcasme of ironie is daar niet bij, het is louter speels geweld. Daar sta je dan: B.O.W.E.R.Y! Het is gebruiken of gebruikt worden.

Hij weet het ook niet.
Bij het aanhouden van een taxi in deze stad voel ik altijd even de camera op mij gericht. Wordt er ‘cut!’ geroepen, zit ik binnen en verbaas mij alweer over de ontwerpkosten die zijn uitgegeven aan mensehoofd versus resultaat.
Op een dag iets te veel taxi’s nemend heb je al gauw de helft van de onverenigde naties achter het stuur zien zitten. Maar ze brengen je thuis, voormalig barkeeper op Trinidad, brave Ier of levensgevaarlijke Sikh. Chinezen hebben het het verst geschopt. Die zitten als zuinige goudvisjes in limo’s zonder meter maar zijn daarentegen wel genegen van te voren iets af te spreken.
Je moet er niet aan denken hoe de Amsterdams besnaarde taxichauffeur zich hier zou voelen. Zwaar verneukt. Voor een joet moet hij van hier tot Zevenaar zien te komen, zich daarbij echt aan de regels houdend, geen commentaar op ander ras of sekse gevend, en willekeurig tegengewerkt door een infernale combinatie van een miljoen andere asfaltgenieters.
Snel is de resedagetinte brandtrap in zicht. Vervolgens in zwart-wit de man met de tand. Wanneer gaan we nu eens eten in het Roemeense restaurant hiernaast? Dat de eigenaar zo te zien geheel en alleen voor zijn eigen verdriet is begonnen.