Hij weet het ook niet.
Bij het aanhouden van een taxi in deze stad voel ik altijd even de camera op mij gericht. Wordt er ‘cut!’ geroepen, zit ik binnen en verbaas mij alweer over de ontwerpkosten die zijn uitgegeven aan mensehoofd versus resultaat.
Op een dag iets te veel taxi’s nemend heb je al gauw de helft van de onverenigde naties achter het stuur zien zitten. Maar ze brengen je thuis, voormalig barkeeper op Trinidad, brave Ier of levensgevaarlijke Sikh. Chinezen hebben het het verst geschopt. Die zitten als zuinige goudvisjes in limo’s zonder meter maar zijn daarentegen wel genegen van te voren iets af te spreken.
Je moet er niet aan denken hoe de Amsterdams besnaarde taxichauffeur zich hier zou voelen. Zwaar verneukt. Voor een joet moet hij van hier tot Zevenaar zien te komen, zich daarbij echt aan de regels houdend, geen commentaar op ander ras of sekse gevend, en willekeurig tegengewerkt door een infernale combinatie van een miljoen andere asfaltgenieters.
Snel is de resedagetinte brandtrap in zicht. Vervolgens in zwart-wit de man met de tand. Wanneer gaan we nu eens eten in het Roemeense restaurant hiernaast? Dat de eigenaar zo te zien geheel en alleen voor zijn eigen verdriet is begonnen.