481 …cactus…

A van afgelopen. Dan dring je met alwetend gezicht een donker cafe binnen waar ze ook zonder concert heel gelukkig waren. Zijn zelfs. Het spat als onregelmatige scherven van flitslicht van de ruggen af. Het is geen gezellig cafe. Op alle andere momenten van de vierentwintig uur wel maar nu net niet.

Op straat staand blijkt niet iedereen er zo over te denken. Eerst nog dik groepje is uitgedund tot precies drie personen.
Het juiste aantal om mee uit eten te gaan.
In vrolijk gekleurde staafjes licht (suikergoed en limonade) maakt zich een Caribisch restaurant bekend. Alsof je op de meest aangename wijze door de vloer zakt. Terecht komend aan een tafel waar enkele lelien alweer speels het uitzicht belemmeren op de charmante M. en de spitante T. Een kwestie van de vaas iets uit zijn north by northwest draaien.
In een comfortabel hoekje zit een oude dame. Ze zit en doet niets anders. Zo is het, onder het oog van grootmoeder kan niet anders dan goed worden gekookt. Er is geen wijn, er is bier. Maar ook geen rum. Gelukkig maar. Hoewel niets prettiger is dan in een rumdrinkend land te wonen, kan je het in andere streken maar beter laten.
Eigenlijk is polenta hetzelfde als dit puddinkje van maismeel. Het mooiste daarbij is nog dat de Caribs, waarvan weinigen weten hoe lekker hun cactussoep was (stond echter in de krant dat de cactus ook bij ons weer helemaal terug is en zal op de Kostverlorenkade daarom ook de cactussoep wel weer snel tevoorschijn komen en daarna hopenlijk ook de kosteloze kaas en het moedeloos veulen), nog lekkerder lekkers hebben nagelaten.
Daarom at ik, om de hoek en op de begane grond, inmiddels geheel gewend aan oma die ons steeds maar vriendelijker toelachte, de absolute nummer een geit van New York. Een concert op de zestiende etage van 9th Avenue blijft iets eigenaardigs. Ook na afloop.