482 …slecht…

Zelfs op zondag ging het werk gewoon door. Waar nu weer? Tijdig herinnerde ik mij dat in de bocht van de rivier een door twee zusters (met wie ik weliswaar ooit slecht kersen at) gedreven nog ongeinventariseerd lokaal dreef.

Laat ik eerlijk zeggen dat ik de politicus in het oog sprong en niet omgekeerd. Hij was terug van vakantie. Waarom dat aan iedereen te laten merken bleef mij een raadsel. Feit is dat deze mij ooit niet onsympathieke aspirant-staatsman er in korte broek opeens heel ukkepukkig uitzag. Vooral door het in zijn zak hebben van een kapotte wekker waarmee hij voorgaf een genant luchtspreekapparaat te hanteren. Daarenboven ook nog de geheel verkeerde zoon van zijn vrouw meegenomen, wiens ‘Doe mij nog maar een biertje!’ als een vloek in een dode taal nog lang in de lucht bleef hangen. Omdat er maar alsmaar maar alsmaar niets op tafel kwam viel mij dit allemaal op.
De meisjes en ik, met daar tussenin nog een dagelijks prinsesje, kregen tenslotte toch onze hapjes en snapjes. Niet slecht. Daarna gebeurde er weer heel lang niets. De zon zonk zoals de zon dat alleen kan en de wekker in des Tweede-Kamertijgers achterzak liep gelukkig en welgeteld toch nog een halve keer af.
Ik begon maar vast aan de wijn. Waarin de geur van dovenetels in 'een perverse spiraal’ om die van een bosje rozen van het type Henri Matisse zat gewikkeld. Waarna ik aandrang kreeg. Op weg naar verlichting zag ik slechts twee dingen. Een serveerster, met tussen haar handen een bord waarop lag wat zoeven op het menu nog eendeborst in 5- kruidensaus heette. Vlees geworden, door en door dood, gescheurd aan alle kanten, drijvend op 5 specerijen op sap. Ook zag ik de kok, radeloos in een vochtige bak slasoorten starend alsof hij zijn opgegraven opa aanschouwde. Maar de wijn was een Gigondas, domaine St. Gayan '90. Ik blijf erbij dat het de beste combi van tuiltje viooltjes en bos rauwe hortensia’s was die ik ooit tussen de vingers heb gehad. 'Doe mij nog maar een glaasje Lasayas!’