484 …lauw…

Van alle tradities die hier in huis op en onder tafel de dienst uitmaken, vind ik het eten van de eerste eend in augustus de meest spannende.

Hoewel zelfs van kip wordt beweerd, althans van het eten van kip, dat het de liefde bestendigt (mensenliefde vice versa uiteraard, natuurlijk niet de liefde tussen een willekeurige kip en een keurig aantal mensen), heeft de eend geen ander doel, dat zie je zo, dan gegeten te worden zonder hoopvolle bijgedachten. De eend is een domoor, dat zie je ook zo. Van kip alleen al is haar soep zo belangrijk dat niemand anders dan Mimi Sheraton van de New York Times daarover een boek aan het schrijven is. Waarin we andermaal zullen lezen dat kippesoep ‘de joodse penicilline’ wordt genoemd. Maar waarom ook niet.
Om de nieuwe wandelstok uit te proberen, om de hoogste kromming van een genormaliseerde stronk ashwood als een hoedje onder de palm van mijn hand te voelen en om een eend te kopen, ging ik op stap naar de eendewinkel.
Schafte mij ook een topzware citroen, een luidkeels laatmelos roepend bosje waterkers en onderhavige puree-benodigdheden aan. Eend trachtte in de bus om niets op slinkse wijze langs geheven avondblad en tussen mijn knieen door de voze vloer van het door de rijdrijver met valse bochtenliefde voortgestuwde voertuig te bereiken. Maar was toch nog tijdig thuis om in de oververhitte oven, zonder verder iets dan peper en zout en boter op zijn vel, twintig minuten lang al zijn moleculen op hol te laten brengen. Daarna in de puree, rauwe waterkers besproeid met citroensap erbij, dat is je ware.
Behoort u niet tot de klasse van vaardige meelopers, bent u vanaf dit moment in staat gesteld het recept een wat persoonlijker touch mee te geven. In dat geval kunt u de eend in zijn geheel raspen. Met wat lauw water erbij in de thermosfles geniet je de hele nacht van eend op z'n penicilleens: Ducksoup.