490 …haas…

Terug naar de agamistische poes.
Op niet voor de hand liggende plaats, in aangename schemer, moet ergens in hem een dun plakje bewustzijn schuilen. Bij blote mens in zicht gaat daar een rood lampje branden.

Niet te bekrabben, en het allerergste is dat je er niet onder kunt kruipen. Elk stuk pakpapier, elke krant is beter dan dit al te gladde vel. Zelfs gedeeltelijk er bovenop zitten ervaart hij als hinderlijk. Zijn blik, rustend op bolle buil of harige dij, drukt afschuw en achteloosheid uit, een stuitende combinatie. Het anders zo vertrouwde opstapje, de poot beleefd geheven, kop een kleine scan van links naar rechts makend, blijft uit. Poes naakt, ik naakt. Denk ik. Denken als de poes helpt nergens tegen. Geef hem een schop!
Hij draagt oudmodische bontjas met gratie, ik zit er dubbel naast. Zonder achterzak, een beetje springvel hier en daar. Tegen twee uur wordt het hem te machtig. Pijn van lekkere honger zoekt uitweg in terughoudend ‘Au, mrauw!’ Tussen paarderesten en terrine van smaragdhagedis is actueel cadeautje snel gevonden: 'Stukje gerookte haas, oude haaseter?’
Op de krant en op toepasselijke overlijdensadvertentie het laatste nouvelle-cuisine-waaiertje van deze eeuw. Eerste plakje laat hij liggen, te veel rooksmaak. Tweede is precies goed. Hij mist de rode Chinon die ik er gisteren bij dronk helemaal niet en eet presto ma non troppo het waaiertje rond tot het op is. Steekt in gepaste tred de vloerbedekking over. Springt op vensterbank. Zoekt in zijn mond naar tong van kalfspekelvlees en geeft de boel een beurt. Knipt en passant een paar nagels.
Gerookte haas! Niet voor iedereen weggelegd, maar dat snapt deze arme schat natuurlijk niet. Typisch eerste huiskat in Noord-Holland die gerookte haas eet.