492 …zoentje…

In een van de kleinste compartimenten van mijn magazijn vol ‘vreemd’ worden de slokken wijn bewaard die de sensatie geven van een luttel peper op de tong. Het eerste misverstand bestaat eruit dat je je afvraagt hoe zo'n ondernemende korrel tegen de zwaartekracht in uit de wijnstok is gekropen, zich in de glanzende druif heeft genesteld en vervolgens goed opgelet dat hij steeds maar niet werd weggegooid maar behouden bleef om in het finale sap een nootje poivre mee te blazen. De tweede misvatting is dat je aanneemt dat het peperbeginsel al in die wijnstok zat voordat het verhaal begon.

Jammer dat het nu de tijd en ook de plaats niet is om dat nu eens precies uit te zoeken. Als noot mag ik nog de observatie inlassen dat peperkorrels wel bestaan maar op hun beurt ook weer een loos flesje zijn waarin peperolie wordt bewaard. Deze olie is opgebouwd uit zo'n enorm aantal bestanddelen dat het de vergelijking met iets anders ingewikkelds misschien wel kan doorstaan. Sommige dingen bestaan niet voordat je ze hebt uitgesproken of opgeschreven. Vooruit maar: alles wat met smaak te maken heeft, behoort tot een concreet kosmisch zenuwstelsel.
Waar een gezond mens de hele dag mee in de clinch ligt. Dat zit daar vol met boodschappen die beurtelings waarschuwen en aanmoedigen en er is niet aan te ontkomen. Iemand die niet van eten (lees: ‘lekker eten’) houdt, heeft het nog het moeilijkst. De hele week wordt er door zowel bruine boterham als glas Grignolino op hem ingezeurd. Hoe vind je dit, hoe vind je dat? Het andere zenuwstelsel moet steeds maar weer een list bedenken waarom het niet deugt. Ik krijg er buikpijn van, of ik heb vroeger eens iets heel naars meegemaakt met een kersenbonbon.
Met die Grignolino was dus iets raars aan de hand. Het was het eerste glas wijn dat ik ooit in Genua dronk. De kleur was bijna koffiebruin. Qua smaak kreeg ik een opdoffer in de richting van Mao Tai, door mij zo gewaardeerd Chinees destillaat van kafferkoren. Maar ook was daar weer dat kleine zoentje van peper. Vreemd.