494 …eiland…

De rood verlichte naam vibreert in de herfstnevel. ‘Eetzaal Finis Terrae’. Uit de grond geschoten in een minder desolaat deel van het havengebied. Eerst de gapende kaken van de Czaar Peterstraat uit, die om zijn uniek smalle maatvoering in pui en kozijn als monument bijgezet moet worden. Waarom daarbij ook niet meteen zorgvuldig Russisch geel geverfd? De bus zwenkt van eiland naar eiland, een onvermijdelijke low-road langs alles wat het verwaarlozen waard is. Perifere obstakels, natuurlijke en georganiseerde begroeiing. Betoverend bottertje, dat je omdat het daar zo eenzaam en netjes ligt, best een dapper bottertje mag noemen. Rond de bushalte zwerfhonden. Geeft de plek een onmiskenbaar internationaal uiterlijk. Een ervan precies de dunne bronzen hond van Giacometti.

Het waait en de ober weet waarom. ‘Er zijn hier geen bomen die de val- en struikelwind in zich op kunnen nemen. Misschien niet zo bekend, maar bomen zijn net sponzen. Takken en bladeren werken als magneet en zeef. Onooglijk kleine winden blijven over. Ze hebben geen kracht meer en vallen werkloos op straat. Buiten de kaart hebben we nog souffle van tamme kastanjes met een saus van ijzerkruid en als dessert mag ik Puddinkje Waterdicht aanbevelen.’
Tegelijk met mij is een verliefd paar binnengekomen. In leer gestoken duo pseudoschobbejakken. Ze stapten uit een echte pick-up truck, de weinig voorkomende tint blauwschimmel maakt hem nog zeldzamer.
Teneinde het seizoen niet geheel vreemd aan mijn bestelling te doen zijn, vraag ik om zo wild mogelijke zwammen, sterappeltjes en iets met kweeperen.
Om mij heen babbelt een grijze pagina vol zetfouten. 'Zizania aquatica? Meesterlijk en Tonny Schifferstein genoeg! Viool wandelende takken en zo…?’
Wat van de wijn verwacht werd is waar. Hij omspoelt het zandkasteel mijner hersenen alsof het allemaal menens is. In het gebruikelijke horizontale vlak begint een handje inktzwammen gregoriaans te zingen voor een ellepijp van geit: appellation Drentse heuvelrug controlee.