Eens bestond het dat er een nogal cursief kijkende man aan je tafel kwam die, alsof hij zijn eerste plaspop in bad deed, met een vlammetje en een pannetje aan de slag ging, daarbij op scheikundige wijze met alcoholhoudende drank knutselde en je tenslotte onder het uitvoeren van een tot louter samengeperste billen teruggebrachte quadrille een brandende drol van vlees onder je neus duwde.
Dat zou de, nu evenals ‘biefstuk met brood’ onder de zeer bedreigde gerechten vallende, Chateaubriand geweest kunnen zijn. Al hoort hier zeker ook de Duitse biefstuk bij.
Wie thans nog een Stroganoff wil, zal er eveneens een heel oude handleiding op na moeten slaan. Ikzelf ben er nogal trots op dat ik, zo'n pamflet niet voor het grijpen hebbend, erin ben geslaagd om vanuit een spontaan bedacht bouwpakket van platte bil en rode ui, dure champignons en gebruskeerd mosterdzaad, verse room en natte cognac een Steak Phonykoff in elkaar te zetten.
‘Hieruit mag weer blijken dat eten niets meer met jezelf voeden heeft te maken. Eten is denken geworden.’ (Vrij naar Cl. L. Str.)
Inmiddels weet ik ook dat meer dan 50 % van de aardbewoners om ons heen het eten van een of meer insekten heel passabel acht en de gewone rups 37 % eiwitten en 13 % vet bevat.
De rest is rups.