499 …zitvlak…

In de tijd dat er, behalve een enkel hier en daar in St. Elmusvuur gehangen scharretje, allerwegen nog op turf werd gekookt, moeten er al gekken zijn geweest die het beter wisten en naar een restaurant gingen. Om er soms nooit meer uit te komen.

Een voornaam restaurant bezoeken en daartoe de tram nemen, dat kan wel eens geluk brengen. Nauwelijks zeven uur ’s avonds en de eerste dronkelap is al op de been en natuurlijk kent hij je. Het is nog een toneelspeler ook. Die vinden het helemaal niet vreemd wanneer jij ook de acteur uithangt. Daarom is de ontmoeting eigenlijk helemaal niet zo onwelkom. Vol verve zet ik een personage neer dat uit eten gaat. Hou dat tot de uitgang van het restaurant toe vol.
Ben je eenmaal binnen, plakt de knecht het zitvlak van de stoel meteen aan het jouwe. Hoef je daar in ieder geval niet meer zo aan te denken. In plaats van de geoliede haardos van de passagier voor je, kijk je nu uit op een kleine etalage vol prik-, snij- en schepwerk. Meegebrachte waterpas is goed om horizontaal tafelgehalte vast te stellen. Elke millimeter afwijking kun je van de rekening afhalen. Levende requisieten alom zien er patent uit.
Vanuit de coulissen nadert verdrietig hondje. Glansrol van Wim Poncia.
‘Als de sodemieterij een Bataafse biefstuk en een stevig pot Aurorasaus!’ klinkt het uit de buikstreek van de souffleur.
'Mijnheer bedoelt?’
'Vleesvormig vlees, kerel! Ingepeperd en opgefokt met levende en dode, weliswaar vreemde materie van overal, tevens aangevreten en verenormiseerd door in oudejongenskloosters af- en uitgescheiden vluchtige brandstof en alsnog opgedoft met verse boterbloemen. Vooraf een kattestaart. Maar een echte, niks te Angoraen of Siamezen. Europees kortharig willen we zien!’
Geslaagde avond. Nu nog als Louis Bouwmeester in bed zien te komen.
Te vroeg gejuicht! Vorige week prijkte het trotse nummer '500’ boven deze rubriek. Maar pas volgende week bereikt omnivoor dat respectabele getal.